Symfonische progressieve metal uit Nederland. Dat is hoe het debuutalbum van Powerized wordt omschreven en daar slaan ze de spijker mee op de kop. Hoewel Powerized uit vijf topmuzikanten bestaat, is het naar mijn idee het product van één man namelijk multi-instrumentalist en zanger Nick Holleman. Hij is verantwoordelijk voor de muziek, de teksten en de productie van het album en geeft met zijn stemgeluid de muziek van Powerized mede kleur. Dat hij zich met vier uitstekende muzikanten heeft weten te omringen om zijn idee muzikaal vorm te geven is daarbij zeker ook zijn verdienste. Want de uitwerking van de composities staat werkelijk als een huis, zeg maar gerust een bunker.

In 71 minuten wordt de luisteraar meegenomen op een heerlijke reis in tien composities die boordevol muzikale wendingen zitten en theatraal en bombastisch zijn neergezet. Som is less more, maar bij Powerized is het juist de veelzijdigheid en subtiliteiten die zorgen voor een sensationele sensatie. The Mirror’s Eye is een schilderij zoals de Nachtwacht waar in eerste instantie je beeld naar een bepaald punt wordt getrokken, maar waar je honderd keer naar kunt kijken en telkens weer wat nieuws kan zien in het geheel maar zeker ook in de vele details die (latent) aanwezig zijn. Bij het (weer) beluisteren van het album merk ik ook dat het gevoel dat ik ervaar me bekend voorkomt. Een gevoel dat ik in de jaren negentig ook heb ervaren toen ik de eerste albums van Ayreon en Avantasia hoorde.

Ten aanzien van het geluid van Powerized liggen er ook zeker overeenkomsten met Avantasia. In de vooruitgeschoven single For The Fallen weet Powerized dat Avantasiagevoel naar boven te brengen. Ruim tien minuten lang wisselen bombast en sereniteit elkaar af waarbij de basismelodielijn als rode draad steeds weer wordt opgepakt. Versnellingen en subtiele stijlwisselingen houden daarbij de aandacht stevig vast. Deze kenmerken staan eigenlijk centraal op het gehele album. Satan’s Bat is ermee gevuld en ook King Alas! Heeft de kenmerken. Dit is theatraal aantrekkelijk, een metalsprookje in ‘hemelse’ sferen dat goed evenwichtig is opgebouwd met vanzelfsprekende overgangen. Het geluid van de keyboard is een mooie aanvulling op de sterke muzikale basis.

Nick Holleman heeft met dit album laten horen dat hij in staat is om verhalen muzikaal in beeld te krijgen. Iets dat ook in Ire Of The Monster en God Of This World goed uitpakt. Bij Forever Roaming waar het accent sterk ligt op drum, piano en zang moest ik denken aan een andere ‘verhalencomponist’ die furore maakte met de albums van Meat Loaf, namelijk Jim Steinman.

Behind The Gates heeft dat uiteindelijk ook, hoewel ik in eerste instantie het idee had dat Nick zich met deze composities vergaloppeerde door de vele stijlwisselingen en ‘dingetjes’ die hij hier heeft verwerkt. Maar zoals eerder gezegd is het juist de herhaling hier die de schoonheid van de composities langzaam prijsgeeft. Ineens is de samenzang cruciaal, zijn de tempowisselingen gewoon op een juist moment ingezet en zorgen de ‘losse’ elementen zoals de orkestrale omlijsting voor een samenhangende belevenis.

Tot slot is Where World Meets The Eye het vernoemen waard. Bij deze compositie ligt de schoonheid wat meer naar het oppervlak en vanaf de eerste minuut is onmiskenbaar de hand Matt Smith van Theocracy duidelijk aanwezig. De hele idee van de compositie straalt dit uit en biedt de luisteraar een aangenaam vol geluid. Een vol geluid dat daardoor niet losstaat van de andere composities op het album maar het album, los van het intro The Mirror, sterk aftrapt.

We weten uiteindelijk allemaal hoe het is gelopen met Ayreon, Avantasia en Theocracy. Het zou me werkelijk niet verbazen wanneer Nick Holleman de komende jaren met Powerized eenzelfde kant opgaat. The Mirror’s Eye ligt namelijk mooi in het verlengde van deze giganten, maar heeft wel een eigen identiteit en laat je zeker niet meer los.