Voor mij was het toch een kleine verrassing toen Jaycee Cuijpers het podium betrad bij het optreden van Ayreon Universe. Maar wel een prettige verrassing, want deze kleine stevige reus heeft een podiumuitstraling waar menig voorman/zanger een puntje aan kan zuigen. Met ‘zijn’ band Praying Mantis brengt hij halverwege mei het nieuwe album Gravity uit.

Een album dat fans van Praying Mantis mogen omarmen, want het geluid, de ‘sound’ op Gravity wijkt weinig af van wat we gewend zijn van de band. Ooit opgericht in 1973 door Tino en Chris Troy start de band in de stroom van de New Wave Of British Heavy Metal (NWOBHM) met het maken van albums met een sterk geluid en hoewel ze wellicht niet de status van een Iron Maiden hebben behaald, weet Praying Mantis zich goed te handhaven in de muziekindustrie. Het geluid is in de loop van jaren wat verschoven van de NWOBHM naar het AOR-genre en het is dan ook niet verwonderlijk dat Praying Mantis zich tot de stal van Frontiers Records mag rekenen.

Hoewel het album bij aanvang vertrouwd klinkt, ben ik niet direct overtuigd met de opener Keep It Alive. De compositie is niet eens zwak neergezet, het is denk ik meer een kwestie van een beetje warmlopen. Alles loopt wel op rolletjes, muzikaal gezien, maar het geheel kan me nog even niet raken. Met Mantis Anthem kiest Praying Mantis ervoor om meteen het tempo eruit te halen met een compositie die het tempo heeft van een ballad, maar minder lieflijk is neergezet. Jaycee klinkt beter en de samenzang in dit Anthem creëert een gevoel van kracht en groepsgevoel. Op het hele album staan sowieso wel de nodige rustige(re) composities. Ook Ghosts Of The Past, Foreign Affair en The Last Summer kraken een gevoelige noot. The Last Summer wordt min of meer gekenmerkt door het akoestische gitaarwerk en Praying Mantis weet op een zeer professionele manier langzaam te werken naar het sterke refrein om toch telkens weer terug te vallen op het basisgeluid dat onophoudelijk de gevoelssnaren beroert.

Gravity start met een fraai basloopje dat allereerst aangevuld wordt met het drumgeluid van Hans in ’t Zandt en daarna met de gitaarklanken van Andy Burgess en Tino Troy. Het tempo ligt niet hoog, maar Gravity heeft wel de ‘vibe’. Tekstueel is er weinig diepgang, maar daar is Praying Mantis dan ook weer niet specifiek de band voor. Jaycee laat horen dat hij een zeer gevarieerd stemgeluid heeft en de diverse octaven goed beheerst.

Bij Time Can Heal, 39 Years en Destiny In Motion ligt de link naar het AOR-genre voor het grijpen. Het tempo in Destiny In Motion ligt goed, de riffs zijn sterk en grooven op hun eigen manier terwijl de zang, vooral in de refreinen, prettig aanvoelt. De gitaarsolo krijgt prominent een plaats in de compositie en past door zijn langgerekte noten uitstekend in het complete plaatje. Een ander mooi voorbeeld van het AOR-geluid komt terug in Shadow Of Love. Deze composities zou op ieder AOR-compilatie-album uitstekend passen als kenmerkend en representatief voor het genre in het algemeen of het Frontiersgeluid in het bijzonder.

Met Final Destination zet Praying Mantis nog even zwaar in. De zware groovende riff is leidend en het geheel wordt krachtig en zwaar neergezet. Ook hier past Jaycee zijn stemgeluid moeiteloos aan aan het karakter van Final Destination. Bij het beluisteren van dit einde van het album zie ik hem gewoon voor me, wijdbeens op het podium, terwijl hij het publiek trefzeker inpakt met zijn vocale kwaliteiten.

Gravity is gewoon weer een prettig album van een doorgewinterde band die uitstekend in staat blijkt om aantrekkelijke composities te schrijven. Verwacht geen dichterlijke diepgang, want dat lijkt niet aanwezig op het album. Muzikaal gezien zet Praying Mantis in op de ingeslagen weg en dan hoor je mij niet klagen.