Normaal gesproken ben ik altijd redelijk vroeg bij een concertzaal, zo rond het tijdstip dat de deuren opengaan. Kaartje & fotopas ophalen, om vervolgens nog even een bakkie koffie ergens “om de hoek” te nemen, en naar binnen te gaan als de rij voor de deur opgelost is. Helaas gaat dit vanavond niet op: aan de rij voor de deuren van de 013 te zien staan de eerste fans al uren te wachten om een plekje vooraan te bemachtigen. De deuren gaan ook nog een half uur later dan aangekondigd open, en er begint me steeds meer twijfel te bekruipen of ik nog op tijd voor het voorprogramma binnen ben.

[singlepic id=9039 w=320 h=240 float=left]Gelukkig gaat alles vrij soepeltjes aan de ingang, en tijdens het eerste nummer van Coliseum loop ik de zaal binnen. Een stevige sound, die af en toe aan Peter Pan Speedrock doet denken vult een steeds voller stromende Dommelszaal van de Tilburgse poptempel. Wat echter al snel opvalt: hoe zeer de heren uit Louisville ook hun best doen: de sfeer slaat niet echt over op de zaal. Er is wel wat applaus, maar de zanger moet bijna om respons smeken. Na een tijdje wordt ook duidelijk: hoe zeer de heren ook hun best doen om een strakke set neer te zetten: het ontbreekt de nummers aan genoeg variatie om echt te blijven boeien. Niet dat ze een slechte show neerzetten, maar ook niet een die echt de potentie heeft om lang te blijven hangen.

Dat de bezoekers echt voor de main act Rise Against komen, blijkt uit de mix van een fluit- en schreeuwconcert als Tim, Zach, Joe & Brandon opkomen en zonder veel poespas aan het openingsnummer Chamber the Cartdridge beginnen. Een enorme hoeveelheid energie steekt er in dit viertal, en de vonk slaat meteen over op de zaal, die inmiddels tot aan de nok toe gevuld is.

[singlepic id=9044 w=320 h=240 float=right]Toch bekruipt me na enige tijd een beetje een dubbelzinnig gevoel: de term “Punk Rock” is schijnbaar onlosmakelijk met de muziek van Rise Against verbonden. Misschien dat ik onbewust te veel vergelijk met de punk die ik ken uit de jaren ’80, maar ik krijg steeds meer de indruk dat de muziek absoluut niks met punk te maken heeft. Ik weet niet of dit in de trend valt van veel bands die te pas en te onpas stijlen uit het verleden koppelen aan hun muziek die er eerlijk gezegd totaal niks mee te maken heeft, met als doel al bij voorbaat een bepaald imago te creeeren, iets wat met name in de psychobilly scene zeer sterk waar te nemen is. Want de geliktheid van de show krijgt steeds meer een commercieel gehalte: een flinke knipperende lichtshow met voornamelijk backlighting, risers voor de bands om met regelmaat stoere houdingen aan te nemen en niet te vergeten de “handjeklapmomenten” laten de muziek na een tijdje voor mij toch afzwakken naar die van gelikt in elkaar gezette rock voor een groot publiek, i.p.v. de echte obscure punk van een band als bijvoorbeeld Sigue Sigue Sputnik, welke ik recentelijk nog gezien heb, om maar een voorbeeld te noemen.

Slechte show dus? Nou nee, eigenlijk absoluut niet. De dynamiek die op het podium tentoongesteld wordt, zeker als ik achteraf verneem dat de zanger allesbehalve fit is tijdens de show, zorgen dat er een imponerende show neergezet wordt. Hoewel ik een grotere moshpit verwacht had dan die welke zich vormt, is dit absoluut niet de enige graadmeter voor de kwaliteit van een optreden: de stemming zit goed in de zaal. En ach, geen echte punk, ik hou het voor mezelf gewoon op generatiekloof: 2500 bezoekers hebben er duidelijk een andere mening over en schreeuwen de nummers van voor tot achter mee…

Setlist: Chamber the cardridge – State of the union – The good left undone – Heaven knows – Re-education (through labour) – Survive – Like an angel – Help is on the way – Injection – Prayer of the refugee – The dirt whispered – Audience of one – Architecs – Savior – Swing life away – Alive and well – Give it all – Ready to fall

[nggallery id=736]

[nggallery id=737]