Roots In The Park 2016De weergoden waren Roots In The Park 2016 goed gezind. De dagen ervoor en erna was het regenachtig en zelfs op weg naar het festivalterrein regende het, maar tijdens het hele festival viel er geen drupje regen. Met name aan de randen van het terrein was door de regen wat modder te ontwaren. Gelukkig was het grootste deel van het door groen omzoomde terrein echter met gras bedekt. Prima omstandigheden dus voor de derde editie van dit festival voor blues, roots en americana.

De dag ging van start met My Darling Clementine, het Engelse echtpaar Michael Weston King en Lou Dalgliesh, bijgestaan door eeen bassist en een lapsteelgitarist. Prettige verhalende liedjes over romantiek en hartzeer, vooral fraai wanneer Weston King en Dalgliesh tegelijk aan het zingen waren. Zij had daar bovendien precies het goede countryjengeltje, aangenaam, zonder pathetisch te worden. Hoewel het veld nog niet erg vol stond, slaagden ze erin de sfeer er al aardig in te krijgen. Ze hadden ook de juiste uitstraling: hij de morsige man-met-hoed, zij in roze jas, roze laarzen en getooid met laklederen rode tas en bos rode rozen. Een fijne opener op een nog vollopend veld.

Dat Giant Tiger Hooch zegt maar wat te doen werd ook door MC Jaap Boots gememoreerd. Op hun twee albums blijkt het tegendeel, maar live bleek er wel degelijk een punt te verbeteren: de presentatie. Dat wat technische problemen de vaart er een beetje uit halen dat kan, maar dat de hele band vooral elkaar aankijkt, inclusief zanger Jeroen Ligter die ofwel naar de microfoon staart ofwel naar de drummer gedraaid staat – dus met zijn rug naar het publiek – maakt dat het voelt alsof je naar een oefensessie staat te kijken. Dat wordt nog versterkt door het rommelige einde aan verschillende nummers. Jammer, want het materiaal bleef live prima overeind. Gitarist Jorrit Makkinga is de leidende kracht met fijne twangy loopjes in pretrock van het zuiverste water. Dan is het toch jammer als de energie waar een band als Giant Tiger Hooch het van moet hebben ontbreekt omdat ze het publiek er amper bij betrekken.

Waar Giant Tiger Hooch in presentatie tekortschoot, was de presentatie bij C.W. Stoneking tot in de puntjes verzorgd. Stoneking zelf was volledig in het wit gekleed, met uitzondering van een zwart strikje, terwijl de drie dames die zijn band vormden (bas, drums en saxofoon) volledig in het zwart gekleed waren. Waar op zijn laatste album Gon’ Boogaloo de songs een fijn gruizig lo-fi randje hebben, werden diezelfde songs, zoals “The Zombie” en het titelnummer, live allemaal nogal gladjes uitgevoerd. Het klonk daardoor ineens als een Tarantino-soundtrack, met een mengeling van rockabilly, surf en soul. Strak uitgevoerd, met mooie koortjes, maar vaak even gelikt als de presentatie. Tussen de nummers door onverstaanbaar mompelend als een Australische Tom Waits – zonder Australisch accent, trouwens – werd C.W. Stoneking voor mij eerlijk gezegd de teleurstelling van de dag. Ik had de indruk dat het publiek na afloop nogal verdeeld was over deze act.

Hurray For The Riff Raff draait om de Puerto Ricaanse zangeres Alynda Segarra. Ze deed me aan Heather Nova denken in haar stem en zanglijnen, zij het dat Nova iets vloeiender naar de hoge registers gaat. De liedjes maakten op mij geen verpletterende indruk, al zal de wat rommelige mix daar ook wat mee te maken hebben.

Na een door technische problemen nogal lange ombouwpauze was het tijd voor Ryan Bingham. Die liet zien dat je weinig attributen nodig hebt om publiek te vermaken. Bingham zette steeds de melodie neer met de akoestrische gitaar, gitarist Daniel Sproul zorgde voor details en solo’s en in de snellere tracks was de fiddle een belangrijke troef. Als Bruce Springsteen een countryfolktroubadour was geworden had hij Ryan Bingham geheten. Hij kreeg het publiek prima mee met een gevarieerde set.

Bij Keb’ Mo’ dacht ik eerst dat hij de eerste artiest was die op een verhoging was gaan staan. Maar nee, Keb’ Mo’ blijkt gewoon Heel Lang te zijn. Aanvankelijk als trio met Stan Sargeant op bas en Casey Wasner op drums en daarna met toetsenist Michael B. Hicks erbij, bleek Keb’ Mo’ een innemende persoonlijkheid die zonder veel poespas zijn rustige blues ten gehore bracht. Hij gebruikte daarbij zowel resonatorgitaar, akoestische gitaar met slide en elektrische gitaar. De nadruk lag natuurljk op zijn laatste album BLUESAmericana, met onder andere “Old Me” (“I love my wife very much. I wrote this song for her. She didn’t like it much…” De centrale regel is dan ook “I liked the old me better, I was much more fun.”) Met fraaie, melodieuze solo’s wist Keb’ Mo’ de aandacht prima vast te houden. Het geluid was helaas wat minder. De drums en toetsen stonden wat te hard en juist het uitstekende baswerk was soms amper te horen. Het publiek genoot er niet minder om.

Voor mijn gevoel was met name door Giant Tiger Hooch en C.W. Stoneking de flow van de line-up wat doorbroken, waardoor de energie wat inzakte. Gelukkig was daar aan het einde nog Blackberry Smoke om de boel nog even lekker op te zwepen. Er stonden ook meteen meer versterkers op het podium dan bij elke eerdere act. Tot mijn verbazing waren er nogal wat mensen die het voor gezien hielden na Keb’ Mo’. Gelukkig stonden er net als bij Bingham en Keb’ Mo’ wel flink wat mensen voor het podium en de vijf bebaarde heren van Blackberry Smoke deden er dan ook niet minder hun best om. Hoewel ze nog niet zo lang bekend zijn in Europa, draaien ze al twintig jaar mee. Ze hadden ook geen moeite om een uitgebalanceerde set van southern rock, southern boogie en ballads vol gitaarsolo’s te brengen, ergens halverwege Lynyrd Skynyrd en The Black Crowes. In het genre zijn goede melodieën al niet zeldzaam, maar Blackberry Smoke lijkt ze zo uit de mouw te schudden. “Six Ways To Sunday” en “The Whippoorwill” bijvoorbeeld. “Sleeping Dogs” werd voorzien van een flinke orgelsolo en om te laten horen dat ze ook wel eens buiten de grenzen van Georgia kijken waren er flarden Led Zeppelin en Bob Marley te horen. Blackberry Smoke was de energieke afsluiter die Roots In The Park nodig had.

Het weer werkte onverwacht goed mee, de sfeer was als altijd gemoedelijk en DJ Moonshine (met 78-toeren-soul) en DJ Miss Twist zorgden ervoor dat ook de ombouwpauzes sfeervol bleven. Roots In The Park 2016 kende een paar mindere momenten, maar was uiteindelijk weer dik de moeite waard.