skalmoldVögguvísur Yggdrasils is het vierde album van IJslands bekendste vikingmetalband Skálmöld. Voor de fans is dat goed nieuws. Wie erop zit te wachten dat de band een nieuwe richting inslaat, komt hier evenwel bedrogen uit.

 

Over het algemeen kan je stellen dat Vögguvísur Yggdrasils, grofweg te vertalen als ‘slaapliedjes van Yggdrasils (de boom die de onderwereld verbindt met de mensenwereld)’, consistenter is dan de voorgaande albums. Dat wil ook zeggen dat de band voor heel wat nummers terugvalt op hetzelfde ritme, wat een beetje de dynamiek uit het album haalt. Enkel op het einde is er het opvallend snellere Helheimur en het trage Vanaheimur, dat wat naar de black metal neigt. Een beetje meer variatie had geen kwaad gekund. Maar daarmee is Vögguvísur Yggdrasils nog geen slecht album.

 

Vögguvísur Yggdrasils bevat alle elementen voor een knappe vikingmetalalbum en op de meeste nummers pakt die combinatie van de juiste elementen heel knap uit. Dat er opnieuw consequent in het IJslands gezongen wordt, doet de sfeer van de nummers alvast goed. Inhoudelijk komt zowat de hele mythologie van het hoge noorden aan bod. Met een resem folk-instrumenten, al dan niet uit een computer of toetsen, worden knappe accenten gelegd in de stillere stukken, maar voor de rest regeren de gitaren met aanstekelijke riffs.

 

Ook de grunts van Björgvin Sigurðsson zijn niet te versmaden, al zijn de meerstemmige stukken het lekkerst. Enkel op opener Múspell en Utgardur is de grunt wat krampachtig en rauw, wat die nummers dan ook weer iets authentieks geeft. Er lijkt, in vergelijking met voorganger Með Vættum, wat meer melodie geslopen in de vikingmetal van Skálmöld en de band neemt de moeite om nummers mooi in laagjes op te bouwen en om mooie harmonieën te zoeken voor de zang. Niðavellir werd terecht vooruit gestuurd als single van dit album. Het is één van de knapste nummers op Vögguvísur Yggdrasils.

 

Liefhebbers van Månegarm, Týr, Amon Amarth en Ensiferum kunnen zeker deze ‘slaapliedjes’ eens uittesten.