De zoektocht naar een postmetal album of band die ik echt kan waarden gaat verder. Er moet toch wel een band zijn die twee van mijn favoriete genres kan samensmelten tot een mooi samenhangende gebalanceerde plaat? Met de hoop ooit eens zo’n plaat te vinden beluisterde ik het derde album van Sólstafir Berdreyminn.

De treurnis van de muziek wordt op dit album mooi vormgegeven door het artwork van Adam Burke. Een mistig landschap met bomen die boven de nevel uitsteken. Ergens staat een eland die door een man wordt gewassen. Één zijn met de natuur, een mooie gedachte. Maar door die mist missen we veel van die mooie natuur waardoor je snel weer afgeleid word.

Dat principe is op Berdreyminn van toepassing. Misschien ben ik wat streng of een mierneukende zure buurman, maar deze vijfde plaat van Sólstafir heeft mijn aandacht nooit voor de volle 100% echt gegrepen. Dat wil niet zeggen dat ik het een slechte plaat vindt. De band heeft met Ísafold een mooi liedje geschreven. Het operastuk in Hula zorgt zelfs voor kippenvel. Maar de rest van de plaat is mist. De band wil sfeer creëren en doet dat net iets teveel, waardoor de intro’s te lang zijn. Ook is het gebruik van de piano, strijkers en een zanger met een snik in zijn stem, niet iets wat vernieuwend is. De snik haalt uiteindelijk het bloed onder mijn nagels vandaan. ‘Ja ja ik snap dat je verdrietig bent maar zing gewoon ff normaal ja?!’

Conclusie: Sólstafir is een band die al meer dan 20 jaar muziek maakt. Lang geleden speelden ze black metal, vandaag post metal. Wat er allemaal gebeurd is tussen voorgaande plaat Ótta en Bedreyminn mag Joost weten, maar de band heeft het zwaar te verduren gehad. Wat je hoort op dit album is een band die weer op zoek is naar hun evenwicht. Zodra ze die gevonden hebben zullen we zeker van ze horen.