[singlepic id=13229 w=400 h=350 float=left]De eer is aan Patrick Sweany om af te trappen voor een redelijk gevulde zaal. Zodra we de zaal betreden heeft de singer-songwriter uit Ohio net zijn eerste noten laten horen. Buiten de deur vraag ik me af wie er allemaal aan het spelen zijn. Bij binnenkomst blijkt dat ‘alleen’ Patrick te zijn. Met zijn minimalistische setting van twee gitaren en een kistje met een versterker. Met zijn voet bepaalt hij de maat en het tempo. Met zijn gitaar laat hij een pakkende melodie horen. Zijn mooie warme stem maakt het compleet. In één woord, prachtig. In het begin leek het niet genoeg te zijn maar hij maakt er een mooie show van met veel interactie met het publiek. Aan zelfspot (‘I believe you’ve heard those jokes before’) ontbreekt het de Amerikaan ook niet. De zanger weet de zaal drie kwartier lang te boeien. Een meer dan prima voorprogramma.

Zodra Southside Johnny en zijn legendarische Jukes het podium betreden zit de sfeer er goed in. De zaal zit nagenoeg vol. Patrick Sweany heeft het publiek goed opgewarmd. Wat hij stond te doen staat echter in schril contrast met de hoofdact. Hier staan zoveel muzikanten dat er haast te weinig plek is. Maar het past allemaal precies. Southside Johnny (Johnny Lyon) heeft ook dit jaar zijn oranje voetbalshirt aan. De legendarische Johnny en zijn Jukes uit New Jersey (en dat is niet de enige overeenkomst met The Boss) komen jaar na jaar terug om op te treden in wat naar verluidt hun favoriete zaal is, Paradiso. Hij is duidelijk in zijn nopjes en laat later ook vallen dat hij in Amsterdam ‘fucked up as usual’ is. Hoe dan ook, de muziek en Johnny’s stemgeluid staan als een huis. Een oud huis wel te verstaan. Johnny en kompanen zijn als sinds halverwege de zeventig jaren bezig met deze  bluesrock met soul-invloeden alhoewel de bezetting door de jaren heen wel aan veranderingen onderhevig is geweest.

Southside Johnny wordt vaak in één adem genoemd met Bruce Springsteen, hetgeen niet verwonderlijk is. Er zijn namelijk naast het feit dat ze beiden uit de Jersey Shore komen ook veel raakvlakken op muzikaal gebied. Ten eerste is de muziek op sommige fronten vergelijkbaar. Alleen is bij Johnny meer soul en blues te ontdekken. Daarnaast zijn er veel samenwerkingen geweest in de studio maar ook op het podium. De spil is Steven van Zandt die zowel actief was in the E-Street Band als voor Johnny en zijn Jukes. Hij heeft ook platen geproduceerd voor Southside Johnny. Leden van de E-Street Band hebben ook getourd met the Asbury Jukes. En de blazers van de the Jukes hebben dan weer getourd met Bruce Springsteen.

Genoeg over de herkomst, het gaat over vanavond. De show in Paradiso is er één die men zich zal herinneren. De band is (nog steeds) in topvorm en weet letterlijk en figuurlijk niet van ophouden. Bij opkomst deelt de burgemeester van Asbury Park en aantal T-shirts uit. Vanaf dat moment slaat de vlam in de pan en gaat de band helemaal los. De band bestaat uit Johnny, een bassist, gitarist, drummer, toetsenist en een blazerssectie. Completer kan het haast niet. De band begint met Better Days. Een begin dat er in knalt. Mocht de aandacht enigszins verslapt zijn dan is iedereen hiermee direct weer bij de les. De setlist is zeer gevarieerd wat ook niet verwonderlijk is met zoveel albums op je naam. Er is tijd voor ruige nummers maar ook komen er ballads in voor zoals het mooie ‘Walk Away Renee.’

[singlepic id=13237 w=450 h=450 float=right]Johnny leidt de band als een soort dirigent de nummers door. Is het nodig of is het toneel? Wie zal het zeggen. Door de hevige gebaren richting de zijkant heb ik wel het idee dat hij het niet eens was met het geluid. Meerdere malen gebeurde dit. Het mag de pret niet drukken alhoewel Johnny op een gegeven moment zichtbaar geïrriteerd is.  De karakteristieke stem van Johnny is er één uit duizenden. Zeer herkenbaar en o zo heerlijk rauw. Ook is er tijd voor grappen en grollen. Zo voetbalt bassist John Conte samen met Johnny met een tamboerijn en later ook nog met maracas. En wat dacht je van honkbal met een microfoonstandaard? Alles kan en alles mag. Als na een aantal nummers de temperatuur in de zaal enigszins stijgt vindt Johnny het nodig om het publiek te trakteren op wat koele lucht van de ventilator om vervolgens het apparaat op de grond te gooien.

Het leuke van deze band is dat iedereen zijn kunstje kan en mag vertonen. Zo is er onder andere een hoofdrol weggelegd voor de saxofonist Ed Manion en ook de verder niet echt opvallende Neal Pawley (trombone) mag in ‘Help Me’ een weergaloze solo weggeven. Jeff Kazee, de toetsenist was ook een erg belangrijke factor in deze show. Naast zijn onnavolgbare spel nam hij ook een deel van de zang voor zijn rekening. Hij neemt zelfs een heel nummer voor zijn rekening, namelijk de cover ‘Looking For A Love’ van de J. Geils Band. En zoals aan alles een einde komt, komt er na ruim twee-en-een-half uur (2,5!) ook een einde aan dit bluesrockgeweld van de bovenste plank. Fantastisch. En aan het plezier te zien dat ze er nog steeds in hebben hoeven we ook niet bang te zijn dat ze binnenkort stoppen. Dus ik zou zeggen, komt dat zien volgend jaar!

[nggallery id=1099]

[nggallery id=1098]