Progrocker Spock’s Beard heeft zojuist het livealbum Snow Live! uitgebracht. Een prachtig document waarop het album voor het eerst (integraal) live werd neergezet en waarop Neal Morse voor de gelegenheid weer aan de bezetting werd toegevoegd en ook drummer Nick D’Virgilio weer van de partij was. Neal Morse heeft ondertussen zijn eigen nieuwe album uitgebracht en Nick is blijven hangen voor het nieuwe album Noise Floor. In de studio dan, want live gaat het hem niet lukken om de band bij te staan.

Qua studioalbums is Noise Floor de opvolger van The Oblivion Particle. Een album dat zich niet gemakkelijk liet doorgronden door vrij complexe structuren. Als een vrucht heeft dit album zeker tijd nodig om te rijpen en de verrukkelijke inhoud te openbaren.

Noise Floor is wat dat betreft een stuk eenvoudiger van aard en dat is ook de bedoeling geweest. Er ligt geen centraal thema ten grondslag aan het album, er zijn geen diepgaande filosofische anekdotes in de basis. Voor Noise Floor is Spock’s Beard gewoon bij zichzelf te rade gegaan en uitgekomen op een mooi progressief rockalbum met meer gangbare en melodieuze composities.

Die evolutie heeft er voor gezorgd dat de juiste elementen op de goede plaats terecht zijn gekomen. De opener To Breathe Another Day is een sterk voorbeeld ervan. Bezig met een andere compositie paste er toch een stuk niet en dat is er toen uitgeknipt. Dit uitgeknipte stuk muziek had wel de potentie om uit te groeien en dat is gebeurd met To Breathe Another Day als eindresultaat.  Het is een compositie geworden die prettig loopt, een lekker tempo heeft en wat progressieve accenten herbergt. Het pakt je meteen en naar het einde toe wordt de progressieve kant sterk uitvergroot door een flinke solo-exercitie van Alan  Morse, Nick D’Virgilio en Ryo Okumoto.

What Becomes Of Me lijkt een instrumentale compositie te worden waarin het basgeluid van Dave Meros speciaal de ruimte krijgt. Toch ontpopt ook deze compositie zich in een innemend stuk muziek waarin het stemgeluid van Ted Leonard sterk aanwezig is. Melodieus, pakkend, classic en vooral toegankelijk wordt de luisteraar meegevoerd op een heerlijke progwolk in een hemelse reis van ruim zes minuten. Met het middeleeuwse intro van Somebody’s Home sta je weer meteen met twee voeten op de grond. In Somebody’s Home staat vooral het refrein centraal in het geheel. Het refrein vertelt het verhaal maar de kern en de kracht van de compositie ligt sterk in de refreinen. Hier komt ook sterk naar voren dat Spock’s Beard voor Noise Floor gebruik heeft gemaakt van twee violisten, een cello- en violaspeler en een Engelse hoorn. Het biedt net een beetje meer en houdt de middeleeuwse sfeer een beetje gevangen in de compositie die ook zeker voorzien is van het sterke gitaargeluid van Alan Morse.

Langzaamaan neemt de progressieve factor toch wat toe. Binnen Have We All Gone Crazy Yet is er veel ruimte voor improvisatie en ligt het accent sterk op de beleving van de muziek. Een heerlijke compositie waarin Spock’s Beard je toch weer meeneemt op de vertrouwde weg die je zo gewend bent van de band.

Met So This Is Life is het even lazy, easylistening in een Beatle- Elo-achtige setting met orkestrale ondersteuning. Dat lazy gevoel is snel weg bij het meer uptempo One So Wise waar het toetsenspel weer even lekker naar voren komt en Ryo zich even helemaal mag uitleven in een compositie die klinkt als een opgevoerde Alan Parsons. Maar dat is nog niets vergeleken met Box Of Spiders waar de werkelijke progrockgeest uit de fles is. In een onbewaakt ogenblik moet er toch drie keer gewreven zijn. Onregelmatigheden vliegen je om de oren als een zandstorm. Alle remmen los mag je hier bij Spock’s Beard best spreken van een gecontroleerde jamsessie voor de ware progrockliefhebber.

Aan het eind van de eerste cd komen alle elementen van de progressieve muziek tezamen in een zeer toegankelijke compositie die bol staat van emotie en heel bijzonder Beginnings heet. De orkestrale ondersteuning geeft het geluid een voller karakter en de samenzang stuwt het gevoel naar ongekende hoogte terwijl groovende stukken ertussendoor zijn geplaatst op perfect getimede momenten. Hier heeft Spock’s Beard een zeer divers muzikaal landschap gecreëerd waar het goed toeven is en waar een ieder wel wat iets van zijn gading vindt.

Days We’ll Remember start de tweede cd met een heerlijk luisterspel. Spock’s Beard heeft ervoor gekozen op Noice Floor om meer melodieuze composities op te nemen en dat is in Days We’ll Remember uitermate goed gelukt.

Ook Vault kan gekenmerkt worden als een zeer toegankelijke Spock’s Beardcompositie. Ook hier gaat Spock’s Beard evenals in So This Is Life, meer de kant op van de klassieke rock uit de jaren zeventig en tachtig. Noem het een beetje retrorock of gewoon rock zoals we het al vier decennia graag horen.

Aan het eind weet Spock’s Beard voor velen de vinger op de zere plek te leggen met een titel als Armageddon Nervous. We hebben ook op de eerste cd met Box Of Spiders kennis mogen maken met de onregelmatigheden die progrock soms met zich mee kan brengen. Beide composities bevatten progrock voor gevorderden en zowel de begrippen Nervous als Spiders zijn los van de muziek al genoeg om velen onrustig te maken. Het keyboardgeluid van Ryo Okumoto is leidend en bepalend in deze beide composities.

Dat het album op twee cd’s geleverd wordt is leuk, maar met 69 minuten had het ook op één cd gekund. Dat doet echter niets af aan de kwaliteit van het album. De composities op Noise Floor bieden de luisteraar een mooi toegankelijk progrockalbum. Geen fratsen of onderliggende thema’s, maar gewoon toegankelijke en melodieuze composities waarbij de gitaar- en keyboardliefhebber zeker regelmatig even aan zijn of haar trekken komt. Noise Floor is gemakkelijker dan The Oblivion Particle en laat horen dat Spock’s Beard nog altijd zeer relevant is voor het genre.