We zijn begonnen. De aftrap van Summer Darkness 2010 is op vrijdag 13 augustus. Dit jaar een wat ‘uitgeklede versie’ van het festival, want slechts drie dagen, een beperkter aantal zalen, verschillende bands die meerdere dagen spelen en geen rock/ metal bands dit jaar. Kwalitatief gezien gaat het er – vooraf gezien – niet echt op achteruit. Al was het bijvoorbeeld maar omdat er vanavond Brendan Perry (bekend van Dead Can Dance) op het programma staat. In de Domkerk nog wel! Een mooi vooruitzicht.
Maar Summer Darkness is meer. De markt ziet er vandaag nog wel troosteloos uit. Bijna de helft van de kramen staat nog leeg. Die zullen waarschijnlijk morgen en zondag wel gebruikt gaan worden. Zelfs de vrolijke klanken van het Nederlands balfolk gezelschap OrfeO kunnen daar weinig aan veranderen. Wanneer we richting het podium komen sterven de laatste tonen van hun optreden langzaam weg en zijn de balfolk dansers zich langzaamaan alweer aan het verspreiden over het terrein. Even Cds kopen en dan naar het podium voor Spiritual Front.

Met “Armageddon Gigolo” uit 2006 (!) wisten de Italianen van Spiritual Front te overtuigen met een mix van (dark)folk, balkan/ zigeuner invloeden en, zoals ze het zelf graag omschrijven, suicide pop. Op het Domplein, in de open lucht, valt de muziek een beetje weg. De sfeer van de intieme concerten die we eerder met hen hebben meegemaakt is vandaag ver te zoeken. Die zullen ze (hopelijk) wel bewaren voor het optreden van zaterdag in Tivoli de Helling. Het moet gezegd dat nieuwe nummers, zoals bijvoorbeeld ‘German Boys’, nog niet helemaal kunnen overtuigen. Kan door de sfeer, het geluid of de nummers zelf komen. Nog maar even afwachten op de CD, want goede nummers moeten meestal groeien. Wat wel sfeervol blijft is hoe de heren op het podium eruit zien (netjes in het pak) en zich gedragen (intiem sfeervol en vol bravoure, zeker als het gaat om de frontman Simone Salvatori.

Daarna snel naar de Domkerk voor Brendan Perry, want de deuren zijn al open. Vanaf 16:00 uur hebben mensen, onder andere uit Spanje, al zitten wachten voor de deur van de imposante kerk. Niet voor niets, want de organisatie heeft, naast de festivalkaarten, kaarten verkocht voor alleen dit concert. Bij binnenkomst neemt iedereen plek in de klaarstaande kerkbanken. Wel valt op dat de banken er vreemd bij staan, want ze staan niet voor het podium maar verticaal op het podium. Dat betekend met scheve nek naar het concert kijken. Apart! Pas later valt op wat de bedoeling is van de organisatie. Mensen mogen (moeten) in het middendeel en voor het podium gaan staan. Gevolg, de mensen die het eerst binnen zijn zien het minst en de sfeer van een kerkconcert wordt teniet gedaan. Verrast als we zijn gaan we uiteindelijk maar in de menigte staan om in ieder geval nog een glimp mee te krijgen van de mensen op het podium. Dan dreigt het hele concert op één grote deceptie uit te draaien, want wanneer Brendan Perry met zijn muzikanten begint is het geluid veel te hard. Een schel geluid, knallende drumpartijen en een volume die geen rekening lijkt te houden met de galm die een kerk nu eenmaal bezit. In plaats van gebruik te maken van de elementen van de kerk wordt er duidelijk gekozen voor een traditionele ‘concert in een popzaal’ benadering. Het helpt ook niet mee dat Brendan Perry solo meer popmuziek dan ethereal voices muziek maakt. Een drumstel en veel power geeft namelijk problemen. Dat blijkt ook vandaag. Het moet gezegd worden dat de fenomenale stem van Brendan zelf het hele concert overtuigd, maar de muziek en de mix beginnen pas te werken na een half uur. Dan neemt de band wat gas terug en klinkt de muziek veel beter. Dan ontsluit de oester zich en toont haar parel. Vooral indrukwekkend zijn de cover van This Mortal Coil (‘Song To The Siren’), het van zijn laatste album “Ark” afkomstige ‘Utopia’, ‘Wintersun’ en de Dead Can Dance klassieker ‘Severance’. Daarmee maakt het einde van dit concert alles goed wat er in het begin zo erg mis ging. Een concert met twee smaken, De één een beetje vies (het concertzaal in een kerk idee, het slechte geluid in het begin, niet altijd even goede nummers, weinig afwisseling), de ander hemels (geweldige nummers, een ijzersterke zanger en persoonlijkheid, goede muzikanten en een mooie kerk).