Kort geleden kreeg ik van zanger Eric Pariche een mail met daarin wat meer informatie over zijn band Superscream. Vanaf dat moment houdt de band en het nieuwe album, dat in mei 2017 al uitkwam, me al bezig. Het voelde vanaf het eerst moment goed om deze band beter te leren kennen. Het hoesontwerp, de humor, de uitstekende en fraaie video’s en de muziek intrigeerde me.

Vooral muziektechnisch spreken de tien composities op het album me aan. Aanjagers en belangrijke spil bij Superscream zijn gitarist Phil Vermont en zanger Eric Pariche. Twee jongens met een heel verschillende achtergrond die in 2007 besluiten om samen muziek te gaan maken waarbij heavy metal de basis vormt, maar die zich niet beperken tot de grenzen van dit genre. Bijgestaan door Daniel Sminir (gitaar), Stephane Lescarbotte (basgitaar) en Martin Mabire (drums) neemt het tweetal in 2016 The Engine Cries op.

In Cubozors’ Gossips/Evil Cream wordt duidelijk dat de progressieve inslag effect heeft gesorteerd op het geluid van Superscream. Niet alleen zijn er, mede door het stemgeluid van Eric Pariche, overeenkomsten met Symphony X. Ook heel toevallig ligt naar het refrein Symphony Of Destruction van Megadeth op de loer. Vanuit een sterke basisriff wordt de toon gezet voor een heerlijk opzwepende compositie waarbij het strakke drumwerk van Martin Mabire mede verantwoordelijk is. In The Engine Cries (Superscreamrise) zet de Symphony X sfeer zich voort. Een prachtige compositie die zeker hoog gaat eindigen op mijn jaarlijstje van beste composities. Eric Pariche laat horen dat hij een zeer breed bereik heeft en zowel de lagere als de hogere regionen lijken met gemak zijn strot uit te komen. Binnen de sterke gitaarbasis wordt aardig gewerkt met leuke uitstapjes. Het refrein grooved en steunt dat het een lieve lust is en de funkywisseling in de compositie is heel fraai. Het geheel krijgt een beetje het sfeerbeeld dat Still Of The Night van Whitesnake me ook nog altijd geeft. Daarbij is er ruimte voor wat tribalachtige elementen en is er voldoende ruimte voor het basgeluid van Stephane en een heerlijke gitaarsolo.

Gitaartechnisch is het sowieso genieten op het album. In Ways Out is het eindeloos genieten. Zowel in de basismelodie, als in de stijlwisselingen waarbij een Oosters sfeertje aanwezig is. Ways Out heeft daarbij, zeker naar het einde toe, een sterke progressieve inslag.

Een inslag die in Where’s My Mom? naar de achtergrond wordt gezet ten voordeel van een jazzy-inslag. Geheel onverwacht komt het intro mijn boxen uit. Dat jazzygeluid krijgt een metalmetamorfose waarbij de compositie al Primusgroovend verder gaat.

Qua grooven heeft Superscream genoeg in huis om te imponeren. In Pandora nog lekker zwaar met wederom een sterke basmelodie. En ik ontkom niet geheel bij het beluisteren van Pandora dat ik terugkeer naar het oude geluid van Queensrÿche.

The Engine Cries heeft me halverwege het album zeker al overtuigd. Je wordt al luisteraar lekker getrakteerd op een divers rockmenu. Zo komt de rock and roll mooi naar voren in Velvet Cigarette dat gevoed wordt door een pulserend ritme. Ook hier laat Eric Pariche horen dat het brede zangspectrum hem toebehoort. Opvallend is hoe het werken met toonladders (in akkoorden) eenvoudig, doch zeer doeltreffend kan werken.

Niet alleen in de hardere regionen weet Superscream te overtuigen. In Your Necklace Of Bites komt juist die gevoelige snaar naar voren. De akoestische gitaarsetting in combinatie met de velvet, bluesystem van Eric bieden genoeg. Dit is gewoon een heerlijke ballad die professioneel in menig klassiek rijtje toegevoegd kan worden. Op de juiste tijden wordt er aangezet en de gitaarsolo past perfect.

Ik kan nog lang gaan schrijven over The Engine Cries. Het is echter een album dat je gewoon moet beluisteren, over je heen moet laten komen en van moet genieten. In alles laat Superscream horen dat ze ertoe doen. Ik kreeg bij aanvang een goed gevoel bij het album en terwijl ik deze review schrijf, betrap ik me op een glimlach. Omdat de muziek met aanspreekt, maar zeker ook omdat Superscream ontwapenend is.