Als er zoiets bestaat als telepathie, dan was recenseren nutteloos. Ik kijk even moeilijk, leg mijn middelvinger en wijsvinger op mijn slaap en je weet mijn mening over dit album. En misschien weet je daarna wel meer dingen over mij die je eigenlijk liever niet had willen weten. Maar laten we het over Telepathy hebben. De uit Essex afkomstige metalband heeft met tweede album Tempest een conceptplaat gemaakt die hevig leunt op postrock en vooral postmetal.

Water, zeeën en oceanen hebben veel bands gefascineerd en ook Telepathy heeft de fascinatie voor water gebruikt op dit conceptalbum; iemand wordt wakker en ziet dat er een enorme overstroming heeft plaatsgevonden. Er is niemand meer, alleen maar water. Met Tempest proberen ze instrumentaal te omvatten wat het hoofdpersonage doormaakt: het besef dat er niemand meer is, het verdriet daarvan en de uiteindelijke acceptatie dat hij alleen is en dat hij moet roeien met de riemen die hij heeft. Of niet.

Weemoed en boosheid wisselen zich af op dit album. Weemoed is de eenzame gitaar waarmee Echo of Souls begint of het nummer Hireath (Welsh voor heimwee naar de overledenen). Boosheid is de monotone betonriff in Apparition, de schreeuw in Echo Of Souls.

Wat ze neer zetten is een muziekstuk dat overloopt van emoties, alleen komt het niet goed over. Want ik kan maar niet wennen aan de postmetal blastbeat (snelle drums met tremolo picking: met je plectrum een snaar snel aanslaan): het is melancholie in lichtsnelheid en dat werkt bij mij niet. Melancholie moet zich langzaam in je ziel planten, uitwoekeren en zich daarna in de allerkleinste groeven van je ziel nestelen. Tempest heeft een klimopje geplant dat zich gestaag om mijn ziel wentelt maar net niet fijn genoeg is om zich goed vast te klampen.