The Apocalypse Blues Revue - The Apocalypse Blues Revue coverNaar verluidt waren Godsmack’s gitarist Tony Rombola en drummer Shannon Larkin even uitgekeken op metal en hardrock en ontdekten ze tijdens jamsessies hun wederzijdse interesse in blues. Tussen Godsmack-tours door werd daar verder over gebrainstormd en kwamen de onbekende zanger Ray “Rafer John” Cerbone en bassist Brian Carpenter erbij. Ziedaar The Apocalypse Blues Revue.

Godsmackfans zullen even raar opkijken als ze opener “Evil Is As Evil Does” horen. Het is een bluesshuffle in de traditie van Stevie Ray Vaughan. De volgende track, “Junkie Hell” is zelfs een traditionele 12 maten-slow blues. Zeker geen vervelende track, maar het is wel de eerste track die voor mijn gevoel het zwakke punt blootlegt: de zang. Die is nogal wisselend van kwaliteit, waardoor het op een aantal nummers maakt dat het soms niet boven het niveau van het coverbandje in het plaatselijke café uitkomt. Op “Junkie Hell” doet Cerbone zijn best op zijn Jim Morrisons te croonen, maar dat lukt hem maar half. Met de afsluitende Doors-cover “Music’s Over” laat Cerbone horen dat hij het wèl kan.

Rombola klinkt inderdaad beduidend anders dan bij Godsmack. Ik vermoed overigens dat het grootste verschil in de gitaar zit. Normaal gesproken is hij met Gibson Les Pauls in de weer, hier is het duidelijk hoorbaar een Fender Stratocaster op de meeste tracks. Niet voor niets heet een van de tracks “Devil Plays A Strat”. Dat hij buiten Godsmack al langer blues speelt is prima te horen.

Volgens de heren zelf moest de blues ‘a little heavier, a little darker’ zijn, en ‘evil’. Geen idee wat ze daarmee bedoeld hebben, maar er is met bands als Monster Truck en Zodiac heel wat heavier blues te krijgen. Het gitaarwerk van Rombola mag dan, zeker ook buiten de solo’s, heel smakelijk zijn – luister bijvoorbeeld eens naar “The Tower” – de rest is toch een beetje standaard-bluesrock gekruid met wat snufjes The Doors.

Bij twee leden van een alt-metal band die zich aan de blues vergrijpen verwacht ik dat er interessante mengvormen ontstaan. Het tegendeel is het geval bij The Apocalypse Revue. De heren zijn vaardig – met zo nu en dan mijn bedenkingen bij de zang – maar juist de kruisbestuiving ontbreekt grotendeels. De productie is prima in orde, maar voegt ook niet echt iets toe. Het gevolg is dat The Apocalypse Blues Revue toch een beetje doodslaat. Als bij “Work In Progress” en “The Devil In Me” de boel alsnog lijkt te ontvlammen, zit het album er al grotendeels op.

Als dit de Apocalyps is, valt ‘ie eerlijk gezegd nogal mee, qua heftigheid.

The Apocalypse Blues Revue website