Die bandnaam. The Good, The Bad and The Zugly. Het lijkt een halfbakken grap. Als je dit ziet als je willekeurig in een platenbak aan het rondkijken bent, komt er vast een grimas op je gezicht, maar ga je toch vooral meteen door naar het volgende album.

 

Dat is onterecht. Achter die belachelijke naam schuilt een knappe Noorse band. Ze hebben zopas een album uit, Misanthropical House, waaruit mag blijken dat hun talent om een pakkende song te schrijven hun talent voor het bedenken van bandnamen ver overtreft.

 

Hun promo-agency prijst hen aan als ‘for fans of Kvelertak’. Doorgaans hou je daar als reviewer maar matig rekening mee. Maar deze keer was mijn nieuwsgierigheid toch gewekt. Het valt te betwijfelen of die vermelding extra verkoop of aandacht oplevert. Kvelertak is niet meteen de best verkopende metalact van het moment, maar toch één van de weinige Noorse bands die nog eens een nieuw metalgeluid lieten horen dat ook nog aanslaat. Die band combineert elementen van punk en death- en blackmetal en heeft met drie gitaristen in de band een eigen manier gevonden om nummers op te bouwen en uit te werken. Kan een andere band dan hetzelfde geluid neerzetten of er meer uithalen dan de band zelf?

 

The Good, The Bad and The Zugly (GBZ) brengen geen platte kopie van Kvelertak. Ze hebben een paar nummers waarop ze dicht in de buurt komen inzake songopbouw en klankkleur. Dicht, maar net niet dicht genoeg om van na-apen te kunnen spreken. En ze hebben net zo goed werk gemaakt van een eigen gezicht. Bij Kvelertak vind je de black- en deathmetal-invloeden in de eerste plaats in de gitaren en in de schreeuw/grunt van zanger Erlend Hjelvik. Dat zetten ze op een ritmesectie die meer punk dan metal is. Bij GBZ vind je geen sporen van blackmetal, wel vaag die van heavy metal. Hun punk-ritmes vullen die van GBZ nog aan met koortjes en baslijnen die je doorgaans in de hardcore hoort. Zanger Ivar van GBZ heeft niet het bereik of het volume van Hjelvik. En hij bedient zich van het Engels in plaats van het Noors. Ook de laagjes en de uitgekiende solo’s van de drie gitaristen van Kvelertak kunnen ze bij GBZ met slechts twee gitaristen niet evenaren. Het gaat bij GBZ ook meer over de energie dan over de virtuositeit. Meer dan genoeg verschillen dus.

 

In de tracks met hun ‘eigen gezicht’ is GBZ een prima, leuke punkrockband die lak heeft aan de grenzen van het genre. De teksten zijn maatschappijkritisch, maar niet overdreven politiek of plat opruiend. Hun punkrock is catchy, maar niet commercieel en ook niet zo rudimentair als oldschoolpunk. Goed, stevig, maar niet echt origineel, dat vat het zowat samen. Zo klinken ze op Mindlessness, Ripe For The Grave, International Asshole, WWID en I Lied About Being A Hardcore Man.

 

Als ze hun songs injecteren met de sound en de look and feel van Kvelertak, zoals op o.m. H-Bomb, Vik Bak Meg Satan (toch in het Engels gezongen en veruit het beste nummer), Sickness Unto Death en West Coast Exile, maken ze wel het verschil met de honderden andere punkrockbands die in Europa spelen.

 

Misanthropical House van The Good, The Bad And The Zugly kan je perfect consumeren als je ook houdt van Turbonegro, de Cro-Mags, the Hellacopters, Peter Pan Speedrock en – toch wel – Kvelertak. Ze staan reeds op de affiche van het Franse metalfestival Hellfest en we mogen hopen dat ze ook eens in Nederland stoppen als ze daar naartoe reizen.