Na het derde album Amber Galactic van The Night Flight Orchestra had ik ergens wel verwacht dat zanger Björn Strid met een nieuw product van Soilwork op de proppen zou komen, maar niets is minder waar, want een jaar verder komt The Night Flight Orchestra juist met een nieuw album. Het vierde album voor de band en het tweede voor Nuclear Blast Records. En het is geen tussendoortje of een niemendalletje want de twaalf composities op het album staan wederom garant voor een liefdevolle en prettige muziekervaring.

Het geluid ten opzichte van Amber Galactic is vergelijkbaar. Nog altijd barsten de composities uit hun voegen van de klassieke rock uit (voornamelijk) de Jaren tachtig. De opener This Time is wat uptempo, heeft een prettig ritme en is meteen representatief voor het geluid op Sometimes The World Ain’t Enough. This Time is gestoeld op een pakkende melodie en de opbouw met een duidelijk couplet en refrein is uitstekend neergezet. Dat The Night Flight Orchestra gebruik maakt van pakkende refreinen zorgt ervoor dat de composities ook op dit album zo heerlijk blijven hangen.

In Turn To Miami lijkt de geest van Toto nieuw leven ingeblazen. Het mainstream geluid zorgt ervoor dat de band wel wat zieltjes zou kunnen winnen bij de luisteraars van de rockstations. Turn To Miami is niet de enige compositie die dit teweeg zou kunnen brengen. Ook Speedwagon heeft de ‘vibe’ en Lovers In The Rain past eveneens aan alle kanten in een heerlijk liefdesliedje.

Stonden op Amber Galactic meisjesnamen enigszins centraal. Met Turn To Miami start dit keer de rondreis. Naast Miami staat Barcelona centraal in de gelijknamige compositie en komt de ‘Californian Sun’ naar voren in de compositie bij uitstek: Paralyzed. Het zou zomaar een hit kunnen worden voor The Night Flight Orchestra met zoetsappige zinssneden als ‘Love’s got me paralyzed. Love’s set me free’. Gitarist David Andersson zet met zijn gitaar een funky groovende basis neer dat samen met het drumgeluid van Jonas Källsbäck voor een groovende vibe zorgt. Ook hier is er sprake van een zonnig liefdesliedje dat aan alle kanten klopt. Het grooved, heeft een prettig tempo en ligt uitstekend in het gehoor.

In Moments Of Thunder lijkt de invloedssfeer te komen van een band als Chicago. Het is meeslepend en de achtergrondzang (eressen) versterken de refreinen en de aanloop er naartoe aanzienlijk. Ergens mogen we hier spreken van een quasi-ballad die sterk opgebouwd is.

Toetsenist Richard Larsson heeft in het totale geluid een belangrijke rol, maar in Pretty Thing Closing mag hij zijn spel heel even naar de voorgrond trekken. Het spel van Richard heeft op het hele album een toegevoegde waarde, maar hier krijgt het de aandacht die het verdient. Beetje Jan Hammer en The Kane Gang met een vleug Pink Floyd.

Gepakt door het geluid op Sometimes The World Ain’t Enough, ligt er nog wel een verrassing op het eind van het album. The Last Of The Independent Romantics is met ruim negen (9) minuten een lange compositie voor de The Night Flight Orchestra. Het is tevens een uitstapje van de band waarin ze de geplaveide weg van de klassieke rockmuziek even laten wat die is en ronddwalen op meer gecompliceerde bospaadjes.

Na Amber Galactic is het weer goed toeven met The Night Flight Orchestra. Sometimes The World Ain’t Enough is een album dat je niet meer loslaat. Je blijft de composities afspelen en doe je dat niet, dan bemerk je dat je ze onbewust toch aan het zingen bent. Een sterk album van deze Zweden dat overeenkomsten vertoont met het Zweedse voetbalelftal. Gretig, leuk spelend en prettig. Wat The Night Flight Orchestra ons verder gaat brengen, is onzeker. Nieuws is wel dat Björn Strid met Dirk Verbeuren alweer bezig is met een project dat de naam Hespera draagt. Maar daarover later ongetwijfeld meer.