Het Nederlandse vijftal The Royal wordt in 2012 opgericht. Na enkele EP’s zorgt het eerste album Dreamcatchers voor een flinke versnelling in de carrière van de band. Niet alleen spelen ze op onder meer het Impericon Festival, ook label The Long Branch blijkt een goede partij te zijn om mee samen te werken. Seven is dan ook het eerste album dat The Royal onder hun vlag uitbrengt.

Met Thunder gaat de band er meteen vol gas in. In de gehele compositie lijkt de gitaar zijn eigen spel te spelen om via de rode draad die uitgezet wordt de compositie te verrijken. Het geluid is niet naar de voorgrond gezet, maar geeft het geheel wel een smaakvol karakter mee. In de coupletten raast The Royal stevig door, terwijl in de refreinen het ritme verandert en vooral zanger Sem Pisarahu zich heerlijk uitleeft.

Meermalen weet The RoyaL spanning op te bouwen door een intro of een tussenstuk. In Feeding Wolves impliceert het intro dat er wat gaat gebeuren. Stevige metalcore is het gevolg met een knipoog naar Slipknot. Maar ook Viridian is gezegend met een akoestisch intro waar het drumgeluid langzaam aanzwelt en waar het geheel compleet (volgens verwachting) ontploft in een heftig en stevig geluid. In de compositie zelf gaat de rem er even op en wordt er wederom spanning opgebouwd die uiteindelijk groovend tot uitbarsting komt om in een sterk slotoffensief het album af te sluiten.

Wildmind wordt ingeleid door een sterk gitaargeluid van JD Liefting en Pim Wesselink. Tom van Ekerschot en Loet Brinkmans zetten respectievelijk met een sterke drumpartij en een stevig basgeluid een stabiele basis neer waarop zanger Sem Pisarahu verder kan bouwen. Het klinkt heftig en gretig en de breakdowns komen goed stevig binnen.

Dat geldt eigenlijk voor het hele album. Of het nu titelnummer Seven is, waar het basgeluid van Loet een keer extra wordt geaccentueerd of het stabiele Draining Veins. Het is genieten op Seven. Zeker wanneer Creeds And The Vultures mijn boxen wederom vult.

Creeds And The Vultures is gewoon pure metalcore zoals ik het graag hoor, doorspekt met lekkere breakdowns. The Royal is echter meer dan een brute metalcoreband. Dat lieten ze al doorschemeren op Dreamcatchers, maar in deze compositie blijkt maar weer eens des te meer dat zij zich niet laten inperken door enige grenzen aan het genre. Na een sterk groovend tussenstuk zijn de denkbeeldige castagnetten uit de kast gehaald en krijgt het door middel van een dubbel gitaargeluid ineens een Spaans tintje om daarna weer volledig los te gaan. Ook in de nieuwe single Counterculture komt The Royal geheel tot zijn recht. Keiharde gretige metalcore wordt afgewisseld met rustigere stukken en baant de band zich, wars van alles, buiten elke geplaveide baan die anderen voor hen hebben aangelegd. Met als klap op de vuurpijl het klassiek versierde waterorgel in Prelude.

Op Seven toont The Royal zich gretig en energiek. Ten aanzien van het vorige album zijn er subtiele verschillen ten aanzien van het geluid en grote verschillen met de productie. Want waar Dreamcatchers bij hoog volume wilde vervormen is dat bij Seven niet het geval. Wanneer je het vermogen op ‘vol’ zet, blijft het geluid goed en vol vermogen is toch de stand die ik het meest waardeer en waar de muziek van The Royal  het beste tot zijn recht komt.