[singlepic id=13631 w=320 h=350 float=right] Het uit Slough afkomstige Viva Brother mag voor een redelijk drukke zaal het spits afbijten. Het publiek dat op deze maandagavond naar Tivoli is gekomen is gevarieerd. Opvallend is wel het aantal jonge meisjes (inclusief de bijbehorende mobieltjes) dat werkelijk om alles wat er gebeurt gilt. Viva Brother wordt als Britpop bestempeld maar als je het mij vraagt is het meer dan dat, Beter vooral. De band maakt er een goede show van en het is duidelijk te horen dat the Stone Roses, Blur en the Smiths hun voorbeelden zijn. De mannen beginnen niet al te sterk maar naarmate hun optreden vordert wordt het veel energieker, en daarmee ook beter. Een band om in de gaten te houden dus. Ook al klinkt de muziek, en dan met name de laatste drie nummers, goed in de oren, de menigte beweegt nauwelijks. Duidelijk is meteen waarvoor iedereen gekomen is.

Even na half tien komen de Wombats op. De postpunkband uit Liverpool bestaat uit Matthew Murphy (zang, gitaar en keyboards), Dan Haggis (drum en achtergrondzang) en de Noor Tord Øverland-Knudsen die de bas en achtergrondzang voor zijn rekening neemt. Vanavond heeft hij echter naast een microfoon en de basgitaar ook een keyboard voor zijn neus. De definitieve doorbraak kwam in 2007 met hun megahit ‘Let’s Dance To Joy Division, afkomstig van het bejubelde debuutalbum A Guide To Love, Loss & Desperation. Een Europese tour volgde. En nu zijn ze terug met hun tweede album genaamd ‘This Modern Glitch’ en wederom een flinke tour die in Nederland overal uitverkochte zalen (Paard van Troje, Paradiso, Effenaar en Tivoli Oudegracht) opleverde. Aan populariteit dus geen gebrek.

De band heeft er overduidelijk zin in (wie zou dat niet hebben met zoveel uitverkochte zalen?) en trapt af met het aanstekelijke ‘Our Perfect Disease’, een perfecte opener als je het mij vraagt. Om de stemming er in te brengen worden direct een paar knallers ten gehore gebracht. Het pakt precies uit zoals bedoeld aangezien het dak er direct af gaat. Er verschijnt hier en daar een pit. En dan te bedenken dat het optreden na dit openingsnummer, ‘Kill The Director, Girls/Fast Cars en ‘Jump Into the Fog’ pas vier nummers op weg is. Dat belooft wat. Naarmate het optreden vordert wordt de belofte grotendeels waargemaakt. De band is energiek en zet de zaal weliswaar compleet op zijn kop maar aan de andere kant wordt de vaart er ook uitgehaald door de rustigere ballads. Ik begrijp dat het drietal hun veelzijdigheid wil laten horen maar wat mij betreft komen rustige nummers als Little Miss Pipedream beter tot hun recht op een album in plaats van tijdens een optreden.

[singlepic id=13635 w=400 h=240 float=left]Afgezien van de hierboven genoemde ‘misser’ is er werkelijk helemaal niets op te merken over dit geweldige optreden. De jongens geven met deze show precies waar het publiek voor gekomen is. Anderhalf uur rock van de bovenste plank. De volle zaal geniet dan ook zichtbaar van alles wat er zich op het podium afspeelt. Naast de publieksfavorieten en de hits wordt elk nummer van hun zojuist uitgebrachte ‘This Modern Glitch’ gespeeld. Het blijft me verbazen hoe ze met drie (!) man zo’n ‘volledig’ geluid produceren. Alles klopt en er ontbreekt helemaal niets. Als dan na een uur en een kwartier de reguliere set stijlvol afgesloten wordt met de hit Tokyo (Vampires & Wolves) komen de mannen vlak daarna om nog heel even vol gas te geven. De toegift bestaat uit drie nummers met als allerlaatste nummer uiteraard de ultieme hit ‘Let’s Dance To Joy Division.’ Bij dit nummer verandert de toch al beweeglijke menigte in een dansende massa die zijn weerga niet kent. Met een setlist van maar liefst zeventien nummers gaat ondergetekende tevreden naar huis. En ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat ik niet de enige ben met dat gevoel.

[nggallery id=1127]

[nggallery id=1128]