theocracy_artworkTheocracy mag ondertussen beschouwd worden als een ‘grote band’ in de progmetalwereld. Met het Mirror Of Souls (2009) en As The World Bleeds (2011) wist de band met architect Matt Smith een flink aantal fans achter zich te scharen. Ondertussen komen we Matt Smith ook achter de microfoon en/of de knoppen tegen bij onder andere de cd Hollow’s Gathering van Soulspell en Exodus van Signum Regis tegen. De debuutcd van Theocracy stamt ondertussen uit het jaar 2003 en was al geruime tijd niet meer verkrijgbaar. Matt Smith heeft echter de oorspronkelijke cd afgestoft en van een nieuw jasje voorzien. Daarbij heeft drummer Shawn Benson voor de gelegenheid alle drumpartijen (oorspronkelijk met drumcomputer) opnieuw heeft opgenomen en Mika Jussila het geheel een professioneel karakter gegeven en is de cd nu bij Ulterium Records onder gebracht.

Het is bijzonder om nu kennis te maken met de muziek van Theocracy van tien jaar geleden. Om te horen waar de basis van de ontwikkeling ligt die Matt Smith heeft doorgemaakt en die duidelijk terug te horen is op Mirror Of Souls en As The World Bleeds. Bijzonder op de debuutcd is de tweedeling in stijl. De eerste zes nummers kennen duidelijk het epische karakter dat ik heb leren kennen bij Theocracy, terwijl de laatste vier nummers symfonische invloeden kennen, maar binnen hun bijzondere kwaliteit niet specifiek kenmerkend zijn voor het latere geluid van de band. Sinner is een mooie ballad, maar mist juist dat epische aspect en hoewel het nummer New Jerusalem een ultrasnelle riff heeft, blijft het geheel wat op de oppervlakte. De folkinvloeden op The Victory Dance zou ik echter in volgend werk van Theocracy wel weer terug willen horen, omdat het een compositie net wat luchtigs mee geeft. Gaan we terug naar het begin van de cd vallen we meteen met de neus in de boter wanneer Prelude de aanzet is tot Ichthus. De zang van Matt is herkenbaar en kent die heerlijke uithalen naar boven die het uiterste lijkt te halen uit het nummer. Het tempo ligt hoog en drummer Shawn heeft flink mogen aanpoten, maar zet de pulserende drum neer alsof het niets is. Wanneer we het echter hebben over het epische karakter van Theocracy is het ruim elf minuten durende The Serpent’s Kiss een gigantisch treffend voorbeeld. Het intro heeft de spanning in zich om langzaam los te barsten en uit te monden in een aanstekelijk refrein. Er zijn binnen het nummer de nodige verrassingen in stijl en tempo en Matt weet zijn eigen klassieke ouverture te verwerken in het geheel voordat hij met onregelmatige tred voorwaarts gaat. Hoewel het tempo in Mountain een stuk lager ligt, blijft de compositie ijzersterk overeind. Evenals het nummer Theocracy dat in hoog tempo steeds weer terugkeert naar een aanstekelijk refrein.

Het blijft me, de cd over de hele linie bekeken, opvallen dat elk nummer de juiste toon weet te treffen en dat ook de langere nummers voorbij lijken te vliegen. Ik voel me gezegend om na de voorgaande meesterwerken van Theocracy nu de basis te hebben mogen verkennen. Op het gebied van Melodic metal ken ik momenteel geen gelijken die aan het niveau kunnen tippen van het muzikaal vermogen van Matt Smith.