Zanger Toby Hitchcock is vooral bekend van de albums die hij met Pride of Lions gemaakt heeft. Nu deze band een rustpauze heeft ingelast zag Hitchcock zijn kans schoon om een soloalbum te maken. En hij doet dat niet onverdienstelijk want Mercury’s down is een verdomd aardig plaatje geworden.

Over de zangkwaliteiten van Hitchcock hoeven we het niet te hebben. Hij is gezegend met een geweldige strot en is misschien wel een van de betere melodieuze hardrock/AOR zangers van dit moment. Hij heeft dit album echter niet alleen gemaakt. Songschrijver en producer Erik Martensson (Eclipse/W.E.T.) is verantwoordelijk voor het songmateriaal en de productie. En dat niet alleen, hij heeft tevens alle instrumenten ingespeeld!! Een veelzijdig typje dus die Martensson.

Maar hoe bewonderenswaardig dit ook is, het kan ook een nadeel zijn als je alles zelf doet. Alle songs op dit album zijn stuk voor stuk geweldig maar veel van die nummers lijken wel op elkaar waardoor het al snel een eentonige bedoening wordt. En dat is jammer want zoals gezegd, er staat geen slecht nummer op maar iets meer afwisseling had het album alleen maar ten goede gekomen. Toch is dat het enige puntje van kritiek want Mercury’s down is verder gewoon een klasse album.

Liefhebbers van W.E.T. kunnen dit album blind aanschaffen want veel songs liggen in het verlengde van die geweldige plaat en Mercury’s down lijkt af en toe dan ook wel op een W.E.T. deel 2. Met This is the moment, Strong enough en het prachtige How to stop opent het album ijzersterk. Het niveau blijft ook daarna hoog met One day I’ll stop loving you, Just say goodbye en I should have said als uitschieters.

Muzikaal is het allemaal prima verzorgd en ook de productie is uitstekend. Met Mercury’s down hebben de AOR fans er in ieder geval weer een topper bij die het goed gaat doen in de jaarlijstjes aan het eind van het jaar.