Diep, diep in het oeroude bos dat Japan rijk is bevindt zich een plek waar de nimfen, elfen en andere woudwezens elkaar ontmoeten (’From The Deep Woods‘). Een plaats die voor mensen doorgaans niet toegankelijk is. Sachiko (Overhang Party) en Yama-akago wagen zich op een onbegaanbaar pad. Hoewel het begin van de reis nog plezierig klinkt met zachte geluiden zwelt dit geluid langzaam maar zeker steeds meer aan wanneer de twee dames zich verder in het steeds meer onbegaanbare woud begeven. Lieflijke klanken worden dreigend alsof een groot mysterie geheim moet blijven. Sachiko en Yama-akago geven echter niet op. Langzaam zwellen de fluisterende stemmen aan tot een angstaanjagend gehuil. Vage verschijningen vliegen langs hen heen. Ongrijpbaar en alleen zichtbaar vanuit hun ooghoeken. Een ongekende angst overmand de twee reizigers. De twee heldinnen slaan op de vlucht. Overmand door akelige gevoelens. Buiten adem en op met de laatste krachtinspanning bereikt het tweetal een houten hutje midden in het woud. In de hoop daar een veilige haven te hebben gevonden stormen ze naar binnen. Ze vergrendelen de deur en op dat moment wordt er op de deur geklopt (‘The Spirit Who Knocks On The Door’). In twee nummers vol met mystieke geluiden verteld Vava Kitora dit verhaal. Te duister voor een sprookje, te mooi om te missen. Liefhebbers van muziek met een mystiek randje moeten “The Spinning Song” maar eens beluisteren. Geen vrolijke reis door elfenland zoals het Russische Caprice onderneemt, maar een reis door een woud die mooi maar tevens gevaarlijk is.