Hoewel de meeste concerten waar ik een bezoek aan breng, zich in het metal genre bevinden, is mijn muzikale smaak stukken breder. Dat is de reden om vanavond een bezoek te brengen aan een bluesgigant: Walter Trout.

[singlepic id=7092 w=320 h=240 float=left]Voordat het zover is, is het de beurt aan Serena Pryne om de zaal vast op te warmen. Deze blonde jongedame is geboren in Canada, en heeft muziek met de paplepel ingegoten gekregen: zangles met 3 jaar, en vanaf haar achtste kwam daar gitaarspelen bij. Eigen liedjes worden vanaf haar 15e geschreven, en drie jaar later belandt ze in The Bluescasters, een pure bluesband waar ze haar rauwe stem ontwikkelt. Niet lang daarna volgt aansluiting bij de band Oliver Black, en vanaf dat punt komt haar carriere in een stroomversnelling.

Enkele jaren later volgt er een verhuizing, waarbij de band niet meeverhuist, en de liedjes in het vervolg geschreven worden voor Serena Pryne, de volgende band welke volop om haar nummers draait. Om in haar eigen woorden te blijven: truthfully rock & roll, welke klinkt als “the lovechild of Janis Joplin & Robert Plant”.

Om deze dame live mee te mogen meemaken is een genot voor het oor en voor het oog: helemaal thuis op het podium en zo vrij als een vis stuitert ze op en neer, geen enkel stukje van het podium onbenut latend. Ze heeft een aangenaam klinkende rauwe stem met veel dynamiek, en weet de al redelijk goed gevulde grote zaal van de Effenaar met gemak voor zich te winnen. Tijdens het gehele optreden bleef er een deja-vu gevoel op de achtergrond meespelen: bij vlagen deden de nummers en haar stem meer of minder aan de muziek & de stem van Ilse deLange denken. Voor het gevoel ongecompliceerd en lekker direct pakkend omschrijft het gevoel het meeste wat ik bij haar muziek had.

[singlepic id=7099 w=320 h=240 float=right]Na het enorme dynamische optreden van stuiterbal Serena Pryne kwam de act van Walter Trout bijna statisch over: deze inmiddels 59 jarige zanger / gitarist beperkte zich in z’n performance tot zijn core-business: zingen en gitaar spelen. Bij zijn opkomst laat hij meteen even horen dat hij het gitaarspel onder de knie heeft: alvorens de band begint te spelen volgt er eerst even een solo’tje, en nadat de inmiddels goed volgelopen Effenaar hiervoor waardering geuit heeft middels luid applaus, wordt er een aanvang gemaakt met de setlist.

De discografie van Walter omvat inmiddels 20 albums, waarvan Common Ground het laatste is. Ondanks deze lange muzikale carriere, is dit de eerste keer dat ik deze gitaarvirtuoos live meemaak. Van zijn muziek ken ik een enkel nummer, maar daar houdt mijn voorkennis bij op: mijn hele ervaring wordt gevormd door dit concert.

Met te weinig ballast om een echt oordeel te kunnen vormen, wordt wel snel duidelijk dat er jaren muzikale ervaring op het podium staat: het gemak en de strakheid waarmee de nummers gespeeld worden, is een genot voor het oor. Geouwehoer tussen de nummers door is er niet, de nummers volgen elkaar in rap tempo op. Een met publiek van zeer divers pluimage gevulde zaal luistert aandachtig, er worden opvallend weinig gesprekken tussen de bezoekers gevoerd, en na recentelijk nog enkele stevige metal-concerten bezocht te hebben is het bijna vreemd om geen mosh-pits, headbangend lang haar en door de lucht vliegend bier te zien. Geen expressieve podiumact, nee gewoon een aantal muzikanten die muziek maken, that’s it. Muziek met een emotie, die je wel kippenvel bezorgt…

[nggallery id=580]

[nggallery id=581]