Door omstandigheden met de auto deze keer dus onze traditionele treinreis laten we achterwege. Bovendien een ander hotel, wat verder weg van het centrum. Goedkoper, maar daardoor was het ook minder makkelijk alles mee te maken. Achteraf gezien een teken aan de wand dat het allemaal ‘anders’ is dit jaar in Leipzig. Anders, maar zeker niet beter. Geluk hadden we met het weer, want zon in overvloed zonder dat het te heet is. Negatief was het tijdschema waarop de bands speelden. Alles begon pas na 18:00 uur (uitzonderingen waren de buitenpodia zoals het Heidnisches Dorf – middeleeuws – en de Parkbühne) waardoor de interessante bands allemaal tegelijk speelden (in de tijd van 21:30 – 24:00 uur). Nu is WGT altijd al een kwestie van bands missen door de verschillende locaties, maar als alles op dezelfde tijd speelt (daar waar alle voorgaande jaren meer spreiding was) wordt het wel heel triest. Waar vroeger nog wel eens 20 tot 30 bandjes bekeken konden worden, waren het er nu slechts een paar. Bovendien is een hele dag zitten wachten op de eerste bands (het centrum kennen we wel na tien keer WGT, de Agra markt en het Heidnisches Dorf zijn leuk voor een aantal uur, maar niet voor een heel weekend rondhangen. Kortom, volgend jaar maar even aanzien of we wel willen gaan.

Vrijdag trappen we af in de Kuppelhalle met Cut Hands. Vreemde videobeelden, een eenzame – niet zo’n beste – danseres en twee mannen achter de knoppen waarvan er één meer staat te dansen dan feitelijk iets toe lijkt te voegen. De (dark ambient ontmoet tribal industrial) muziek is net zo bevreemdend als de video’s. In die zin is er een thema. Alleen komt het niet over en is het erg jammer dat de tribal ritmes uit de machine komen en niet uit live spelende muzikanten. Dat dit optreden mogelijk nog de pit kunnen geven die het feitelijk nodig heeft.

Of het aan de mooie Kuppelhalle ligt weet ik niet zeker. Er was in ieder geval teveel verlichting om duister te zijn, want nu staat In Slaughter Natives er ineens alleen voor. Geen beelden en slechts ondersteuning van iemand achter de synths/ computer. Dan wordt het wel erg kaal. Zeker als de hal wat betreft geluid ook nogal galmt. Als zelfs indrukwekkende nummers als ‘Death, Just Only Death’ en ‘You Are Dead’ niet hun normale power bereiken dan houdt het toch echt op.

Zaterdag is de dag van het Centraletheater (voorheen Schauspielhaus). Dan weet je dat het tijd is voor rustige sferen. Te beginnen met het instrumentale neo-klassieke Musk Ox. De bezetting is akoestisch gitaar, cello en viool. Geen zang en dat laatste breekt de band een beetje op. Muzikaal gezien is het indrukwekkend, maar de band propt regelmatig teveel breaks en thema’s in één nummer. Gevolg is dat daardoor de nummers veel op elkaar gaan lijken terwijl het soms beter is om een riff lang vast te houden om daarna in een ander nummer een ander tempo als basis te houden. Muzikaal klinkt het een beetje als een kruising tussen Ashram en RP’s Corde Oblique, maar dan zonder zang en meer leunend op het rustige werk van de eerstgenoemde. Kwaliteit te over, misschien dit iets minder graag en teveel laten zien?

De Vikingen komen en overwinnen! Strak, dynamisch en indrukwekkende zangpartijen zorgen ervoor dat Wardruna het meest memorabele optreden geeft van dit WGT. Expres gaan kijken in het theater omdat ze op de donderdag voor Castlefest (in augustus) ook staan geprogrammeerd. De duistere vocale gefluisterde, gezongen en geschreeuwde klanken met een mix aan melancholische, onderkoelde traditionele Noorse muziek maken erg veel indruk. Net als de indrukwekkende verschijning van Gaahl (ook bekend van Gorgoroth/ God Seed) die regelmatig ruziet met de man achter de mengtafel van de monitors. De band is duidelijk op elkaar ingespeeld en laat geen steek vallen. Ook niet aan het einde van hun set. Dan richt men één keer het woord aan het publiek om hen te bedanken en om daarna niet meer terug te komen voor een (tegenwoordig plichtmatige) toegift. Eigenzinnig, zoals het hoort en past bij Wardruna.

Tot slot het ongrijpbare Unto Ashes. De band is een tijdlang van de live radar afgeweest en hun laatste CD stond ineens vol met (mooie) darkfolk, terwijl de band juist bekend is geworden met ambient/neo-klassieke/ heavenly voices. Naar die laatste stroming keert men tijdens dit optreden weer terug, hoewel men toch ook tijd weet te vinden voor twee nummers van Sonne Hagal waaraan Unto Ashes heeft meegeschreven. Dat is niet voor niks want Sonne Hagal verzorgt de percussie en akoestische gitaar vanavond. Wat vooral opvalt vanavond is de weergaloze stem van Ericah Hagle (die eigenlijk te weinig gebruikt wordt), de uiterst droge humor van Michael Laird, maar ook het rommelige samenspel. Men heeft duidelijk niet voldoende kunnen repeteren vooraf. Gevolg is een innemend optreden, maar zeker niet hun beste. Grappig om te horen is een door henzelf als ‘fout’ bestempelde versie van ‘Running With The Devil’. Ja die, van Van Halen.

Zondag is het weer tijd voor de Kuppelhalle. Dark folk is het menu, maar tegenvallend is de uitvoering en het resultaat. Hoewel de Kuppelhalle zelf goed gevuld is tijdens de optredens is het opvallend rustig bij de optredens in de Kuppelhalle kantine. Niet helemaal verwonderlijk, want Gnomoclast en Luftwaffe brengen dark folk met alle clichés. Inclusief de onzekere zang en het niet altijd goede samenspel. Iedereen komt dan ook voor het Franse Derniere Volonté. Die geven eigenlijk een leuk optreden ware het niet de geluidsmix een beetje verzand in de galm van de Kuppelhalle. Daardoor zijn de samples ver naar achteren gedrukt, klinkt de zang teveel hetzelfde en is het indrukwekkende percussiewerk te nadrukkelijk aanwezig. De mix van eigenzinnige, gedreven folk met wave komt daarom niet helemaal tot hun recht. Dat de tot de nok toe gevulde hal de temperaturen tot grote hoogte heeft laten oplopen kan daarom niet alleen aan de muziek liggen. Eerder aan de benauwde hitte van die dag.

Maandag proberen we onze tijd te verdoen bij het Heidnisches Dorf. Dat lukt een aantal uur zeer goed (door de markt, de leuke muziek op de achtergrond van Omdulö – zie reviews bij Summer Darkness 2011/ Castlefest 2011), maar op een gegeven moment komt de bekende middeleeuwse drum muziek de neus uit. Zelfs het grappige gezicht dat punks met hanenkam dansend ‘los gaan’ op middeleeuwse muziek kan de teleurstelling van dit jaar WGT niet onderdrukken. Tijd voor koffie en een rustige avond om morgen met goede moed onze terugreis aan te kunnen vangen. Dat is de eerste keer tijdens WGT dat me dat overkomen is…