Eens kijken en luisteren of Wiegedood meer is dan een hype, dat was mijn opzet toen ik zaterdag De Kreun in Kortrijk binnenstapte. Het eerste album van deze Vlaamse atmosferische blackmetalband, ontstaan als tussendoorproject van bandleden uit de Church of Ra-stal,  werd doodgeknuffeld en de band mocht daarna op tournee in het buitenland. Ook het tweede album wordt in de reviews bijzonder goed ontvangen. Voor de voorstelling van dat tweede album, De Doden Hebben Het Goed II, was best wel veel volk opgedaagd. Misschien ook omdat het één van de weinige keren is dat de band in eigen land te zien is.

 

Voorprogramma Treha Sektori had het niet makkelijk het publiek op te warmen met zijn klanklandschap. De Fransman stond de hele tijd aan wat knoppen te draaien en iets onbestemds in een microfoon te fluisteren. Zijn drones, ambient, vervormde gitaarpartijen en ijl gefluister maakten maar weinig los bij het publiek, dat het op een praten en drinken zette. Enkel op de eerste rijen voor het podium bleef het beleefd stil.

 

Een groot contrast was dat met wat Wiegedood bij het publiek losmaakte. De band volgt mooi de ongeschreven wet van de black metal, dan wel die van de Church of Ra: weinig tot geen interactie met het publiek. Geen ‘goede avond’ bij het begin, geen ‘dankuwel’ na elk applaus, geen ‘bedankt’ als de set wordt afgesloten, niet de minste reactie, zelfs niet opkijken, als iemand uit het publiek iets roept.

 

Wiegedood zette in De Kreun een show neer die helemaal af was, tot en met de lichtshow. Ook de sobere podiumopbouw verdient een pluim met het takken-logo dat telkens tussen de nummers mooi werd uitgelicht. De band bracht een energieke set met werk uit zowel het debuut als de opvolger, met Ontzieling en Cataract als openers, daarna de sterk gebrachte ‘oudjes’ Svanesang en Kwaad Bloed. Tijdens de ‘stille’ stukken van de track De Doden Het Goed II kon je bij wijze van spreken een speld horen vallen. Daarna werd afgesloten met een razende Smeekbede.

 

Live hebben de nummers van Wiegedood nog meer energie dan op de albums. Dat is o.m. te danken aan drummer Wim Sreppoc die het nochtans niet onder de markt heeft: nummers van Wiegedood duren al snel 8 tot soms zelfs 12 minuten en hebben meestal een hoog drumritme. Dat lijkt hij met een grijns op zijn gezicht makkelijk te halen, maar tussen de nummers zie je hem steevast naar adem en water happen. Als je de muziek wegdenkt, lijkt het meer op een sportieve oefening in uithouding.

 

Ook ‘tweede’ gitarist Gilles Demolder speelt zich de ziel uit het lijf in die lange nummers. Gilles en Wim zullen het gezellig druk krijgen nu ook hun andere band, Oathbreaker, waar Gilles bas speelt, internationaal doorbreekt. Maar Wiegedood is toch vooral de speeltuin van zanger en gitarist Levy Seynaeve (Amenra, Hessian). In Kortrijk zat zijn stem soms iets te ver weggedrukt in de geluidsmix, maar dat was noch voor de band, noch voor het enthousiaste publiek een probleem.

 

De set van Wiegedood duurde ruim een uur. In een toegift had de band geen zin. Voor ze de donkere nacht introkken, kocht drie kwart van de toehoorders het nieuwe album. Een betere graadmeter voor tevredenheid kan ik mij zo direct niet voorstellen. Wiegedood was goed. Wie dat met eigen oren/ogen wil gaan aanschouwen, kan op 10 februari naar de P60 in Amstelveen. Daar speelt Wiegedood op het festival Diabolica Sonis MMXVII, samen met o.a. het Nederlandse Countess, het Zweedse Mortuus en het Britse A Forest of Stars.