Van Canto is opgericht door gitarist Stefan Schmidt, die in 2006 het roer omgooide en begon te werken aan het formeren van een vocaal metal-ensemble. Daaruit groeide Van Canto. Behalve in thuisland Duitsland is de band al op stap geweest in onder andere Brazilië, Zweden en Rusland, maar met het Out Of The Dark gezelschap doet de band voor het eerst meer landen achtereen aan. Stefan speelt nu geen gitaar meer, maar zingt vooral: “Lower Rakkatakka Vocals, Wahwah Solo Guitar Vocals” – volgens het bandprofiel op Facebook. Ik spreek met zanger Stefan op vrijdagmiddag 7 oktober 2011, voorafgaand aan hun optreden in Patronaat, Haarlem, op het Out Of The Dark festival.

Hoe zijn jullie op de gedachte gekomen om a capella metal te zingen?
Er zat zeker geen groot masterplan achter om dit te gaan doen, noch was er sprake van dat ik op een ochtend wakker werd en en dacht:“Whoa! Nu moet ik a capella metal gaan spelen!” We zijn ooit als een gewoon studio project begonnen, met als uitgangspunt dat we iets zang-georiënteerds zouden gaan doen. Het had echter ook kunnen uitkomen bij een band als Blind Guardian, of Avantasia, met meerdere zangers én met gitaren. Pas tijdens het oefenen en uitproberen kwamen we gaandeweg op de gedachte dat het gaaf zou zijn om de instrumenten weg te laten. Dus: geen geniale ingeving, maar  een ontwikkeling die zich voltrok in de studio.

Lukt het jullie om het metal-gevoel over te brengen, naar jouw gevoel?
Dat zou je uiteraard aan de luisteraars moeten vragen. We zijn natuurlijk beslist geen Pantera, die ultra-metal spelen. Maar metal is natuurlijk meer dan enkel een gitaargeluid. Dit genre wordt ook bepaald door de manier waarop songs worden geschreven, door de melodielijnen, door de arrangementen. Op grond daarvan denk ik dat we een metal-sound bereiken, alleen zijn de instrumenten anders.

Dat klinkt alsof jullie de muziek als het ware uitkleden en van nieuwe kleding voorzien.
Precies! En de covers die we spelen zijn van origine natuurlijk metal songs, alleen dan in een andere bezetting.

Jullie hebben tot nu toe opgetreden in Tsjechië, Hongarije, Italië en Zwitserland – hoe zijn de reacties van de verschillende luisteraars?
Het leuke voor ons aan deze tour is dat we in landen komen waar we nog nooit eerder hebben opgetreden, ook in Nederland nog niet. De reacties waren overal heel goed, moet ik zeggen, maar Praag was echt een piek-ervaring. Het publiek ging helemaal uit zijn dak daar. We hebben ooit eens opgetreden in Brazilië en toen we in Praag aankwamen zei de operator daar: ”Let maar op, de fans uit Praag zijn de Brazilianen van Europa!” Daar was niets van gelogen. Het publiek was heel enthousiast en zong alle liederen mee! Mooi was dat!

Dit is de eerste tournee waarop Van Canto aansluitend door meer landen reist. Wat is jullie volgende stap?
We hebben ook al eens mogen optreden als voorprogramma voor Nightwish, voor Manowar en voor Blind Guardian, niet te vergeten. Daarmee zijn veel wensen in vervulling gegaan. Daardoor zijn we erg ontspannen. We zijn blij met wat er op ons afkomt, want we hebben al zo veel moois mogen meemaken. Nu, midden in een tournee kan ik eigenlijk moeilijk nadenken over wat erna komt, omdat ik me verheug op het optreden van vanavond, over een paar dagen in Londen… dat is al mooi genoeg.

Komen jullie bij elkaar uit de buurt? Lukt het om vaak genoeg samen te komen om te oefenen?
We wonen wat verspreid over het land. In het afgelopen jaar hebben we 52 optredens gehad, dan is het niet echt nodig om veel te oefenen. Nu we een nieuwe schijf hebben uitgebracht en op tour gingen was dat natuurlijk wel nodig, maar dat gaat natuurlijk wat anders dan in de middelbare schooltijd, toen we bij wijze van spreken elke woensdagmiddag om vier uur afspraken om te gaan spelen.

Hoe hebben jullie de bezetting verdeeld over de verschillende stemmen, om tot een volledig klankbeeld te komen?
We hebben daar bewuste keuzes in gemaakt. Ike, die de lage partijen zingt, zou in elk koor bij de bas-partij horen. Zijn rol ligt vast. Ik doe soms wat lage stemmen en gitaarpartijen, in het bereik van bariton, maar als ik koorpassages zing, dan kom ik op de hoogte van een tenor uit. Maar we hebben het niet heel strak verdeeld, zoals in het klassieke domein gebruikelijk is. We zijn hoofdzakelijk autodidacten.

Op jullie site zag ik dat jullie een heuse fanclub hebben, Rakatakka genaamd, staan jullie in nauw contact met hen?
Zeker! De leden van de fanclub hebben Van Canto van begin af aan begeleid, waren er al van af de eerste concerten bij, toen we nog voor 30 of 40 man optraden, en ik denk dat ik iedereen uit de fanclub wel van gezicht ken. Eén keer per jaar hebben we een fanclubdag; dit jaar deden we een  onversterkt concert met alleen zang en klassieke gitaar, exclusief voor hen.

Het is zeer de moeite waard om die energie in de fans te investeren. We hebben allemaal in andere bands gezeten voor we bij elkaar kwamen in Van Canto, en we zien allemaal voor het eerst dat het de luisteraars interesseert wat we doen. Daar wordt je al zo blij van, dat je dat graag beloont met iets extra’s voor de fans.

Jullie noemen als inspiratiebronnen onder andere Iron Maiden, Metallica, Nightwish, Blind Guardian en Alice Cooper. Zijn er specifiek nog zangers die jullie inspiratiebronnen zijn, wellicht ook buiten het metal genre?
Mijn favoriete zangers zijn precies de zangers van wie we al songs hebben nagezongen. De enige die misschien nog ontbreekt is Joey Tempest van Europe. Onze leadzanger Sly is wat breder georiënteerd, hij bewondert Michael Jackson bijvoorbeeld – en Freddy Mercury natuurlijk. Inga laat zich inspireren door stemmen uit musicals, waarin theatrale elementen ook een rol spelen. Muziek hoeft voor ons niet per se metal te zijn om het mooi te vinden. Wat ons aanspreekt is als het harmonieus en krachtig is – dat komt in meerdere genres voor. Het is altijd interessant om je blik te verbreden. Als we allemaal alleen naar Manowar zouden luisteren wordt ons blikveld wel erg beperkt, natuurlijk.

Missen jullie het optreden met instrumentalisten eigenlijk niet?
Nee, als we willen, zouden we dat ook kunnen. In mijn vorige band was ik een gewone gitarist, als ik zin heb om gitaar te spelen, dan speel ik gewoon gitaar. Maar liever, veel liever nog, sta ik op het podium met grote zangers voor een groot publiek, dan met mijn gitaar in mijn woonplaats in het plaatselijke jeugdcentrum voor een man of tien. Er gaat niets boven optreden op een festival met 10.000 bezoekers. Het is geweldig om te zingen, omdat het de meest directe manier is om emotie uit te drukken. Ik zou het momenteel voor niets willen ruilen.

Kunnen jullie leven van de muziek?
Dat is de vraag… we hebben allen een baan naast de muziek. Nu is het zo dat elk van ons na de tour weer geld verdient met een baan. Als we er vol voor gaan zouden we misschien één, twee jaren er van kunnen leven, maar langer waarschijnlijk niet. We doen het liever met plezier, in plaats van ons gedwongen te voelen.

Bedoel je dat je gedwongen zou zijn om de muziek als topsport te beoefenen?
Ja, dan móet je muziek maken, en vraag je je bij de volgende compositie af of je met dit lied tien platen meer kan verkopen. Dat zou ik nooit willen. Ik wil altijd de song schrijven waar ik achter sta. Dat is een zekere luxe, want er zijn natuurlijk ook muzikanten die móeten leven van muziek maken, die beschikken niet over die luxe. Wij wel!

Stefan blijkt een open en warme gesprekspartner, die de indruk wekt gelukkig te zijn en zich bevoorrecht te voelen. Wellicht draagt dat bij aan de ontspannen houding op het podium, later die avond. Hoorbaar en zichtbaar is de speelvreugde van de bandleden, die duidelijk plezier hebben tijdens het optreden.