Je kent het wel. Dat album dat steeds weer in je playlist verschijnt. Een plaat die herinneringen oproept. Een klassieker die bekend of onbekend is voor het grote publiek. Rockportaal gaat de komende periode regelmatig een recensie van een classic album plaatsen. Deze keer het album wat de doorbraak betekende voor Black Mountain.

Black Mountain komt uit Vancouver, Canada. Anno 2020 zijn ze een gevestigde naam. Toen dit album in 2008 uitkwam waren ze nog slechts een veelbelovende band. Voor een recensent is het lastig maar ook gevaarlijk om een band in een hokje te stoppen. Wat betreft Black Mountain doet een mengeling van retro gitaarrock, psychedelische (space) rock en metal nog het meeste recht aan de muziek. We horen vooral invloeden van Led Zeppelin, Uriah Heep, Jefferson Airplane, Hawkwind, Deep Purple en Pink Floyd. Kortom veel jaren zeventig werk. Maar er zijn ook invloeden van hedendaagse rockbands.

Een van de kenmerken van de groep is dat ze een zanger en zangeres hebben. Meest opvallend is zangeres Amber Webber (inmiddels heeft ze de band verlaten). Met haar stem weerklinken letterlijk echo’s uit vervlogen tijden. Tijden waarin Grace Slick en Janis Joplin niet uit de ether te branden waren. Haar mannelijke partner Stephen McBean is technisch een mindere zanger. Toch doet zijn zeurderig aandoende zang het verrassend goed bij de muziek.

Dat in de Black Mountains steevast een frisse wind waait bewijst opener Stormy High. Het is met recht een stormachtig begin. Heftige gitaarriffs, rollende drums en een hip orgeltje. Dat orgel is een ander kenmerk van de groep. De eerste prijspakker is Wucan. Het nummer houdt je vast met een over de volle speelduur klinkend bezwerend en aanstekelijk ritme. De karakteristieke zang van Stephen McBean vormt een boeiend contrast met dat van Amber Webber. Een overstuurd klinkende gitaarsolo zorgt voor een plotselinge wending, gevolgd door een psychedelisch stuk waarin toetsen domineren. Helaas eindigt het nummer met een afgeraffelde fade out.

Op Queens Will Play levert Amber Webber een absolute topprestatie. Haar fragiele stem wordt gedragen door dubbel gelaagd toetsenwerk. De betovering wordt slechts onderbroken door een overstuurde gitaarsolo en een imponerend maar veel te snel eind.

Een ander hoogtepunt is Bright Lights. Bij de eerste luisterbeurten vond ik het een vreemd nummer. Om onverklaarbare reden bleef dit nummer me trekken. Je moet het maar durven, een minuut lang te beginnen met de monotoon gezongen tekst ‘bright lights, light bright’, afwisselend gebracht door Amber en Stephen. De muziek zwelt aan en er volgt een onvervalst stuk Deep Purple met gitaar en raspend Hammond orgel. Wanneer je verwacht dat het nummer stopt, begint een minuten durend psychedelisch stuk. Het markeert de grens tussen een gewoon en buitengewoon stuk muziek. Zwevende en golvende toetsen nemen je mee en voeren je steeds dieper en dieper weg in een trance. Onderhuids voel je dat er wat te gebeuren staat. De muziek zwelt aan, het ritme neemt toe en als een vulkaan voert het gitaargeweld je naar een geweldige climax. De Black Mountains blijken dus ook nog eens vulkanisch te zijn.  De karakteristieke retro zang van Amber Webber komt voor het laatst tot zijn recht in het afsluitende Night Walks.

Voor een moderne productie klinkt In The Future retro. Daarom mag dit schijfje van mij het stempel classic album dragen. Dat dit een oude jongere als ondergetekende deugd doet is slechts een prettige bijkomstigheid.