Een geniale gek of een gek genie. Het zou beide wellicht op Devin Townsend kunnen slaan. Muzikaal laat hij zich niet leiden door hypes, charts of genres. Hij laat zich leiden door creativiteit en dat op zichzelf is niet te leiden. Zo is Devin ook een muzikant die tijdens de lockdown(s) gewoon muziek is blijven maken omdat het zo eenmaal werkt bij hem. Behalve de muziek die hij gratis deelde op zijn diverse platforms voor sociale media lag er een hoop materiaal ‘op de kast’. Om dit allemaal in goede banden te leiden en een keus te maken, riep hij de hulp in van GGGarth Richardson om alles netjes te rangschikken tot het nieuwe album Lightwork.

Conceptueel is Lightwork voornamelijk een reflectief album geworden waarin de ervaringen van Devin vertaald zijn naar mooie composities. Dat hij de 50 jaar gepasseerd is, is zo’n ervaring en Lightwork is een album waarmee hij je uitnodigt om diverse ervaringen uit het verleden onder ogen te komen, de stukken bij elkaar te rapen en vooruit te gaan naar een mooie toekomst. Lightwork is dan de metafoor voor het licht in het donker, je baken om naartoe te gaan. Ook wanneer je denkt dat er geen uitweg meer is, is daar altijd de connectie met de muziek met je familie en met je creativiteit die licht schijnen over jouw duisternis.

Voor Devin persoonlijk stond zelfvertrouwen als mens en als artiest bovenaan het lijstje en zelf geeft hij aan dat Lightwork hem in staat stelde om uit zijn comfortzone te stappen en te beseffen dat je goed bent zoals je bent. Ten aanzien van het vorige album Empath vind ik dat wel meevallen. Op dit album fungeerde Devin als een pingpongbal in de metalkubus die alle richtingen uit stuiterde. Lightwork is naar mijn mening meer consistent en vooral meer mellow dan Empath.

Moonpeople en Lightworker zijn van die mellowcomposities die naar mijn idee alles van Devin Townsend in zich hebben. Als door een briesje op een lentedag door de ontluikende bloesem bewegen de composities zich voort. Neem daarbij de karakteristieke zang van Devin en voor je het weet zit je gevangen in de bubbel die ontstaat en die je omringt en meeneemt. In Lightworker zijn er kleine krachtige uitspattingen die niet zozeer aan metal doen denken, maar wel in alles het DNA van Devin herbergen. Zeker ook de achtergrondzang die de gehele compositie meerdere lagen meegeven. Dit is luisteren in 3-D.

Het technoritme van een drumcomputer lijkt de rode draad in Equinox waar alles omheen draait. In de sfeer die geschetst wordt moet ik ergens denken aan het gevoel dat ik heb bij de Dream Academy. Dat betekent dat Equinox zo’n compositie is waar je languit met je ogen dicht herhaaldelijk naar kan luisteren. Equinox loopt als vanzelf over in Call Of The Void dat weer een ander karakter heeft en waar het drumritme net even anders is ingesteld. Het is een compositie die zich heel langzaam opbouwt en heel natuurlijk naar een geluid gaat waarin Devin zich meer manifesteert zoals we gewend zijn. Dit gevoel komt verder op het album terug in Celestial Signals.

Dan laat Devin in Heartbreaker toch die kant zien die meer buiten zijn comfortzone ligt. Ergens licht retro laat hij ook diverse techno-elementen en opera-accenten toe in het totale geluid. Het is een vrij complex geheel van stijlen, ritmes en genres die door elkaar zijn gemixt. Een moment dat hij zijn creativiteit onbeteugeld vrij spel heeft gegeven en de diverse muzikale puzzelstukken aan elkaar heeft gelijmd tot één geheel. Van daaruit is het weer even schakelen naar de techno-, industriële kant in Dimensions dat in de variatie van mellowstukken naar meer industriële rockstukken beweegt en hij uiteindelijk via een soort vrije improvisatie weer terug op het basispad komt. Zijn zoektocht naar meer extreme stukken muziek krijgt ook vorm in Heavy Burden, dat goed te volgen is en een vrij gemakkelijk melodie in zich heeft, maar waar Devin ook op zoek is naar wat experimentele invloeden.

In Vacation laat hij dit weer helemaal los en levert met Vacation een, bijna zoetsappige, compositie af die zo op ieder radiostation gedraaid kunnen worden. En uiteindelijk wordt het album afgesloten met Children Of God waarin Devin in ruim zeven minuten de luisteraar muziek voorschotelt die we gewend zijn van Devin. Het is aangrijpend, heeft een lekker tempo en de karakteristieke eigenschappen die we muzikaal wel gewend zijn van Devin. De laatste twee à drie minuten van Children Of God zijn gereserveerd voor een stuk stilte, een stuk reflectie waarin de zeemeeuwen in de verte de aantrekkingskracht van de vuurtoren ervaren en het schip volgen dat de branding trotseert.

Lightwork is een echt Devin Townsendalbum. Ten opzichte van Empath en ten opzichte van setlist tijdens de shows die hij het afgelopen festivalseizoen opvoerde, is Lightwork een mellow en rustig album met hier en daar wat uitspattingen. Het is zeker een feit dat Devin in zijn onvoorspelbaarheid en zijn onbegrensde muzikale ontdekkingstocht een lekker album heeft neergezet wat op sommige momenten moet rijpen als een oester aan de voet van de vuurtoren. Daarnaast zin Moonpeople en Lightworker twee composities die je grijpen en heerlijk in je hoofd kunnen blijven hangen.