Onder de vlag Dikke Dennis & De Røckers hebben Nederlands rock ‘n’ roll icoon en Peter Pan Speedrock mascotte Dikke Dennis en zijn band intussen een paar leuke singles uitgebracht. Deze week verschijnt hun nieuwste single, Rot Toch Op / Over De Rand. Ik ontmoet Dennis en Alkmaarse bassist Siccø en gitarist Guidø (oorspronkelijk van surfrockers del-Toros) op het het Eindhovense Helldorado festival om ze eens wat beter te leren kennen. Onder het genot van een biertje natuurlijk.

Het valt niet mee om Dikke Dennis even voor je alleen te hebben tijdens een festival. Als de nationale knuffelbeer van de rock ‘n’ roll wil iedereen even met hem op de foto. Ook al hebben we een rustiger hoekje opgezocht, voor we beginnen worden we al twee keer gestoord door enthousiaste fans die een kiekje willen maken met Dennis of gewoon even een hand of knuffel willen. Het lijkt me best vermoeiend. Dennis gaat er echter prima mee om. ‘Ik vind het gewoon leuk. Wat ik hier meemaak geloven mijn vader en moeder niet eens. Het is hier gewoon een heel andere wereld. Ik ben geen Gerard Joling, die kan niet eens rustig naar de supermarkt. Weet je wat mijn ouders zeggen? “Je kon zo goed leren op school, waar is het fout gegaan’’. Tja, toen leerde ik die jongens uit Alkmaar kennen en ben ik helemaal van het padje geraakt. Maar ik kon echt goed leren hoor. Schrijf je dat op? Dan kan ik het mijn vader en moeder laten zien.’

Voor het boek Ik Heb Nergens spijt van werd Dennis een paar jaar op de voet gevolgd door schrijver Mark Verver. Komt er nog een vervolg? ‘Ach, het is nu al moeilijk als ik er over praat. Ik bedoel, ik ben niet achterlijk en kan er best over praten. Maar rock ‘n’ roll is gewoon rock ‘n’ roll en als je er over gaat praten en gaat vertellen van ik doe dit en dat klinkt het als bullshit. Maar die gast wou een rock ‘n’ roll boek schrijven dus. Ze hadden hem gezegd dat hij dan die Dikke moest volgen, want die is rock ‘n’ roll. Ze hadden hem nog gewaarschuwd, ga er niet in mee want het is zuipen, snuiven en hoeren neuken. Nou hij heeft me twee jaar gevolgd en in die tijd heeft hij drie zelfmoordpogingen gedaan, is hij verslaafd geraakt aan de cocaïne, is hij twee keer betrapt met de hoeren en drie keer van zijn wijf gescheiden. Daarna heb ik hem nooit meer gezien. Het was een doodgoeie jongen maar je moet wel een beetje stevig in je schoenen staan om dat mee te maken.”

Als ik het wat meer over de nummers van de band wil hebben laat Dennis liever het woord over aan bandleden Siccø en Guidø.  Ze vertellen dat het schrijven van de nummers als het gaat om de teksten meestal een wisselwerking is tussen hen en Dennis en zij voor de muziek zorgen. De singles Over De Rand en Geen Reet Te Doen zijn dan weer Nederlandse bewerkingen van nummers van respectievelijk The Wipers en The Dead Boys. Die werden geïnspireerd door de vertolking die Dennis altijd deed met Peter Pan Speedrock van Motörhead’s Ace of Spades. De band wil wel meer eigen nummers gaan schrijven in de komende tijd.

De uitgekomen singles hebben een mooie eigen stijl als het gaat om cover art waar Dennis wordt afgebeeld als een soort superheld. Daar blijkt Siccø achter te zitten, samen met zijn vriend Bas van der Schaaf die zorgt voor de inkleuring. Er komen in totaal vier singles uit in diezelfde stijl. Dan, ergens volgend jaar, moet er een volledig album uitkomen maar de vertragingen met vinylpersingen die de industrie nu plagen maken de exacte datum nog onbekend.

Ondertussen laat Dennis ons even alleen om bier te gaan halen en waarschuwt, ‘Maar geen grappen he, want ik kom je opzoeken’. Als hij even later terugkomt laat hij weten, ‘Ik heb de rekening op je blad gezet hoor. Ik heb gezegd, doe maar een fustje, dat komt wel op vandaag.” Als ik pols of hij er ook nog hoeren en coke op heeft gezet antwoordt hij verbouwereerd, “Nee ik wil het toch aan mijn  moeder laten lezen. Dat doe ik niet meer.’ Daar zullen we het later nog over hebben.

Ik vraag me af hoe Dennis eigenlijk zijn band bij elkaar heeft gekregen. Het blijkt dat Dennis de mannen van del-Toros belde nadat hij in een dronken bui gezegd had dat hij best solo te boeken was. Hij hoopte dat de mannen van Del Toros hem wellicht akoestisch konden begeleiden tijdens een festivaloptreden in de Achterhoek waar hij al ja tegen had gezegd. Ze wilden Dennis een bierdouche besparen en ondersteunden hem in plaats daarvan met een volledige, versterkte band. Het bleek goed te klikken, wel belangrijk want volgens de heren kan niet iedereen overweg met Dennis en je moet het wel tien uur in een busje kunnen volhouden.

Terwijl Siccø en Guidø me dat vertellen is de aandacht van Dennis wat afgeleid en is hij even met zijn pilsje gaan zitten. Ik betrek hem weer even bij het gesprek met de vraag hoe het zingen hem afgaat en of hij nog zangles heeft moeten volgen. ‘Shit, hij gaat serieus worden,’ zegt Dennis bijna geschrokken. ‘Nou ik begin het steeds leuker te vinden. In het begin had ik er moeite mee, want ik ben een entertainer en geen zanger dus ik heb ook een sterke band nodig. Maar we zijn nu een kleine vijf jaar bezig en het begint voor mij nu ook serieus te worden. Ik ben helemaal niet goed met teksten onthouden maar ik ken nu wel twintig nummers uit mijn kop. In het begin gebruikte ik nog spiekbriefjes, maar de set zit er nu gewoon goed in zodat ik nog gestoorder kan doen op het podium.’

Daarover gesproken. Ik zag tijdens een live stream van Dennis dat hij zonder moeite een flesje bier wegkopte. Dat blijkt niets ongewoons te zijn. ‘Hey, jongens, wat kopte ik gisteren weg?’ zegt hij, zich richtend tot zijn bandgenoten. ‘Een vol kratje. Ja dan zit ik er gewoon in. Het klinkt misschien gek, maar als ik op het podium sta ben ik gewoon blind en ga ik er gewoon voor. En de volgende dag denk ik wel, ‘’oh shit’’. Hebben ze me thuis afgezet en word ik wakker met gaten in mijn kop en zes flessen Jack Daniels in mijn bed.’ Die avond zou hij dat nog bewijzen door na een sprong van het podium bij Peter Pan Speedrock keihard op de barrier te belanden maar toch gewoon door te crowdsurfen alsof er niets aan de hand is.

Gevraagd of er veel verschil zit dan tussen Dennis op het podium en Dennis privé zegt hij, ‘Ik ben natuurlijk niet helemaal eerlijk en misschien kun je het beter de jongens van de band vragen. Maar ik denk dat er weinig verschil in zit. Ik ben Dikke Dennis, maar ook gewoon Dennis. Ik speel geen rol. Je kunt met mij ook een gesprek hebben over je hypotheek, je vrouw, stikstof of aardgas in Groningen of vegan eten. We spelen soms in tenten waar ze een vegan maaltijd hebben omdat dat makkelijk is, want dat eet dan iedereen. Gisteren hadden we boerenkool met vegan rookworst en vegan spekjes.  Dat vegan eten wordt steeds beter. Straks moet ik nog een vegan wijf neuken. Dat is niet echt een wijf, maar vegan. Een nepwijf.’ Daar volgt een lachende opmerking op van een bandlid dat hij ‘gisteren nog op zijn vleesvervanger had zitten zuigen.’

Een iets serieuzere noot komt dan toch voorbij als Dennis laat weten dat vandaag een bijzondere dag is. Precies negen jaar geleden werd hij opgenomen in een afkickkliniek. ‘Cocaïne was mijn probleem. Nou ja van mijn moeder en mijn bankrekening. De eerste drie jaar heb ik toen helemaal niets meer gedaan, want je leert in de kliniek dat je ook geen andere drugs moet doen. Want ja, alcohol is natuurlijk ook een drug. Maar toen zat ik op een bepaald moment op de bank naar Goede Tijden te kijken en dacht ik, ‘’dat gaat wel heel ver, van Mister Rock ‘n’ Roll naar dit. Daar moeten toch wel een aantal stappen tussen zitten’’.’ Die stappen heeft Dennis duidelijk gevonden in de vorm van het koude biertje in zijn knuisten. En met de nieuwe single is Mister Rock ‘n’ Roll weer helemaal terug, net iets verstandiger.

 

Bandfoto: Brendy Wijdeven