Begin 2020 kwam Lorna Shore keihard binnen met het album Immortal. Bruut, intens en enorm zwaar werd er toen over geschreven op onze site. Het was het album dat het album Flesh Coffin uit 2017 opvolgde en waar zanger CJ McCreery zijn entree maakte bij de band. Helaas liep het allemaal niet zoals de band waarschijnlijk had voorzien. De perikelen rond zanger CJ waren van dusdanige aard dat de band niet anders kon dan hem de band uit te smijten voordat het te laat was en daarna zorgde de pandemie ervoor dat Lorna Shore niet eens fatsoenlijk de promotie voor het waanzinnige album kon doen. Even wist de band niet meer waar ze naartoe moesten.

Maar hoop doet leven en de afgelopen jaar heeft Lorna Shore zich helemaal herpakt en wisten in de gewelven van het onderaardse, in het donkerste van het donker zanger Will Ramos te vinden. Een zanger die een strot heeft waar de halve dierentuin jaloers op is. Een stemgeluid dat zo divers en krachtig is dat deze oude vriend juist dé vonk was om de feniks te doen herrijzen. En dat laten ze horen met de EP …And I Return To Nothingness. Het telt slechts drie nieuwe composities maar de achttien minuten die de EP duurt zijn zo intens en zo enorm sterk neergezet dat het dubbel en dwars de moeite waard is. Het trio Adam De Micco, Austin Arche yen Andrew O’Connor bidet op deze EP het vertrouwde geluid dat Lorna Shore zo sterk maakt. Het zaadje dat anderhalf jaar geleden gepland is door de pandemie is nu tot volle wasdom gekomen en overtuigt.

De eerste single To The Hellfire heeft dat reeds aangetoond. Lieflijk startend krijgt de naderende onweerswolk meer vorm en kruipt de schaduw over je heen tot het muzikale front je overmeestert. De ritmes die elkaar continu afwisselen met daarin het strakke drumwerk en de versnellingen die geregeld op je afgevuurd worden laten van de concurrentie niets heel. Het leuke aan To The Hellfire is voor mij het feit dat de gehele opbouw zich openvouwt en naar een mooie afsluiting afstevent. Tenminste zo lijkt het. Wanneer je al murw bent geslagen en tevreden achterover wil leunen zet Lorna Shore nog even keihard in en krijg je als luisteraar na een luchtig muziekstukje en lekkere solo een breakdown die zijn weerga niet kent en waar het complete dierenarsenaal van de boerderij mee komt ‘zingen’. Zwaar, innemend, ongelooflijk en donkerdiep sluit Lorna Shore de EP af.

De EP start echter met titelnummer dat vrij theatraal wordt ingeleid en Fleshgod Apocalypse wellicht voor de inspiratie heeft gezorgd. Lorna Shore vervolgt op een vrij, relatief, rustige manier maar de ultrasnelle voetes van drummer Austin Archey verraden de onderstroom van de compositie. Het bombastische sfeerbeeld blijft bestaan tot heel even de rem wordt ingetrapt. Austin weet de snelheid weer snel op te voeren en houdt de vaart er stevig in tot het gitaarspel van Adam en Andrew naar voren wordt geschoven en zij de ruimte krijgen om hun kunsten te vertonen. Steeds terugkerend naar de basis met de orkestrale ondersteuning zijn zes minuten dan ook ineens om.

Of The Abyss hangt ergens tussen de beide composities in. Ook hier dat theatrale aspect, de zinderende snelheid en de muur van muziek die je overweldigt. Maar daarbij ook die mega dieptebommen die de grond onder je voeten doen trillen en de aarde doet opensplijten. Will Ramos laat zeker in Of The Abyss horen over zijn stemkwaliteiten en de technieken die hij tot in de puntjes beheerst. Hier overvalt de breakdown je na ruim drie minuten. Een voelbaar zinderend geluksgevoel maakt zich hier van je meester. Dit is genieten op het hoogste niveau en tevens hét middel om ongewenst bezoek vroegtijdig je huis uit te krijgen.

Het mag dan ‘slechts’ een EP zijn met drie composities. Het is wel de beste kaviaar die je hier voorgeschotelt krijgt. Lorna Shore heeft mij helemaal overtuigt van hun (muzikale) veerkracht en verdienen alle aandacht.