Het zit intussen al wat ver in ons geheugen, maar vóór de hele corona-heisa moesten we ons nog gewoon een beetje zorgen maken over het milieu op wereldniveau en over #MeToo, ook als reviewer of fotograaf bij concerten. Maar hoe moet dat nou precies, sociaal-rechtvaardig omgaan met wat we niet langer het zwakke geslacht mogen noemen.

 

Ik stelde me er, niet voor het eerst, vragen bij op een show van Amörtisseur, een band die Motörhead covert in het Antwerps. De band heeft voor de meeste van zijn shows een paar dames mee het podium op die het muzikale een extra visuele dimensie gaven. En dan merk je toch dat het hele #MeToo een invloed heeft op de publieksbeleving.

 

Bij die show leukten Sid Sinner en Raven Black het livegebeuren op met verleidelijk dansen, wild headbangen en backing vocals. Tot voor #MeToo losbarstte zouden de schaarsgeklede dames opgekomen zijn onder luid gejoel van het voornamelijk mannelijke publiek en zouden ze tijdens hun act nog volop aangemoedigd worden.

 

Niets daarvan die keer en ook bij andere shows met vrouwen in de band of toch op het podium merk je dat er iets veranderd is. De mannen in het publiek keken een beetje hulpeloos naar elkaar, niet goed wetend hoe ze moesten reageren op het zo openlijk verleiden door mevrouw Sinner en mevrouw Black. In plaats van mee te gaan in het verhaal van die extra act bleven de hoofden braafjes meeknikken op het ritme van de bas. Toen Sid en Raven van het podium het publiek indoken om de mannen tot wat meer interactie aan te zetten, leek het bijna alsof Mozes de zee scheidde. Mannen zetten netjes een paar stappen opzij en leken net te hebben bedacht dat ze nog wel een biertje lusten aan de toog of dat ze misschien wel eens nodig naar het toilet moeten. Moeten we nou blij zijn dat mannelijke metalheads net als echte volwassenen hun primaire gevoelens onder controle kunnen houden of moeten we verdrietig zijn omdat vrouwelijk schoon en ondeugd niet langer gewaardeerd mag worden. Zijn we zo ver gekomen dat zelfs een rebels genre als metal zich conservatief-preuts gaat gedragen?

 

Zelf heb ik die avond mijn rol als fotograaf toch wel een paar keer in vraag gesteld. Daar sta je dan met je camera en je goede bedoelingen en zonder duidelijke handleiding voor het nieuwe sociale gebeuren. Zet je de dames bv. niet op de foto dan censureer je meteen onvoorwaardelijk een belangrijk deel van de avond. Maar hoe haal je hen dan wel respectvol voor jouw lens? Dat is een moeilijke.

 

Er zijn een aantal duidelijke no-go’s. Als ze met hun booty staan te shaken en jij je camera op een half metertje houdt, dat is voor de meesten toch al een klare ‘no’, want dan elimineer je het hele muzikale kader. Of heeft dat shaken met die booty in deze nieuwe genderneutrale maatschappij dezelfde emotionele lading en hetzelfde communicatiemodel als de wijs- en pinkvinger in de lucht van pakweg een mannelijke deathmetalzanger? En ik had die avond niet eens een weegschaaltje bij om die twee aspecten netjes tegen elkaar af te wegen.

 

Dan maar een paar beelden schieten als ze backings zingen, dacht ik dan, maar zo vernauw je hun act ten onrechte tot dat aspect en – eerlijk – de foto’s zijn leuker als ze niet gewoon rechtstaan achter een microfoonstandaard. Dan toch maar een paar beelden met de zanger (of de gitarist) op de voorgrond en de dames op de achtergrond. Maar dat is dan weer zo’n stereotype, ouderwetse man-vrouwverhouding en daar willen we in deze #MeToo-tijden eigenlijk net vanaf. Band en danseressen op één lijn krijgen lukt al helemaal niet. Het blijft immers een optreden en geen voluit geregisseerde fotoshoot. Het is verdorie moeilijk. Had ik dat fototoestel niet beter gewoon thuis gelaten? Een praatje zonder plaatje?

 

En dan hebben we het nog maar over de compositie van de foto. Je wil in zo’n situatie daarbovenop nog rekening houden met hoe het publiek en de band jou als fotograaf ervaren. Je wil niet meteen weggezet worden als een ouwe viezerik die kinky plaatjes staat te schieten voor zijn privé-collectie. Daartegenover staat dan nog de uitdaging voor jezelf als fotograaf. Een muzikant die rustig staat te spelen vormt niet echt de grootste uitdaging. Je volgt het ritme van de muziek en de bewegingen van de artiest en je weet zo wanneer je het beste kan afdrukken. Op een concert, zonder flits een dansende dame vastleggen, met ‘grotere’ en veel minder voorspelbare bewegingen, dat is pas een uitdaging waarin je kan tonen dat je iets voorstelt als fotograaf. Maar je wil dan weer niet thuiskomen en samen met je partner aan de ontbijttafel het beste plaatje zitten selecteren uit 400 beelden van bijna uitsluitend Sid Sinner en Raven Black, enkel omdat die twee zo’n gave beelden opleveren. Die extra bedenkingen helpen je als fotograaf ook al geen meter vooruit.

 

Wat mij daarnaast opvalt, is dat in de omgekeerde richting – vrouwelijk publiek tegenover mannen op het podium – de schroom dan weer wel helemaal weggevaagd lijkt. Vroeger was een man op het podium die zijn shirt uitdeed gewoon een muzikant die het onder de spots te warm kreeg. En klaar. Doorgaans te beginnen met de drummer. Vandaag ben je als man in blote bast een lustobject alleen al omdat je op het podium staat. En dan mogen vrouwen vandaag wel heel uitbundig joelen en aanmoedigen om nog meer uit te spelen dan enkel dat shirt. Dat zag ik nog gebeuren op de afscheidsshow van Dirt-A-Gogo.

 

Moeten we dan blij zijn dat vrouwelijke metalheads wel nog hun primaire gevoelens de vrije loop mogen laten of verdrietig omdat de mannen op het podium gereduceerd worden tot hun sixpack?