Voor mij geldt Geoff Tate als één van de beste metalzangers die ik ken. Helaas blijft het getouwtrek uit het verleden om de naam Queensrÿche ergens altijd hangen maar ondertussen mogen we concluderen dat het ‘nieuwe’ Queensrÿche het uitstekend doet en kunnen we tegelijkertijd nog altijd genieten van het stemgeluid van Geoff. Mooi voorbeeld is het concert vorig jaar in Baroeg dat ik kon bijwonen. Daarnaast heeft hij ondertussen de nodige solo-albums op zijn naam staan en zingt hij een deuntje mee met Avantasia. De luisteraar/liefhebber heeft hier dus niets te klagen. Vanuit Frontiers Records kwam het idee om het geluid van Queensrÿche uit de gloriejaren nieuw leven in te blazan en Simone Mularoni (DGM) werd gevraagd om een Queensrÿchelandschap te maken waarin Geoff Tate tot optimale bloei zou kunnen komen.

En dat is Simone verdraaid goed gelukt, want binnen het project dat de naam Sweet Oblivion mee heeft gekregen ligt het geluid dichter bij Queensrÿche dan Geoff Tate dat op zijn solo-albums heeft neergezet. Vanaf de opener True Colors is het raak. Met de ogen dicht waan ik me decennia terug en het geheel klinkt heerlijk vertrouwd. Het klopt allemaal en dat komt natuurlijk vooral door het stemgeluid van Geoff. Het grooved vanaf de start en de kleine wendingen in True Colors geven de melodische metal dat beetje extra. Maar naast de zang van Geoff staat er een stel muzikanten te spelen die wel weten hoe ze een sterke compositie tot leven kunnen wekken. Zeker het spel van toetsenist Emanuele Casali en gitarist Simone in de solo’s biedt een mooie nieuwe laag. In Sweet Oblivion is het de warme kant van het stemgeluid van Geoff dat aanspreekt en vooral deze compositie ligt zo dicht bij Queensrÿche alsof er een blauwdruk overheen is gelegd bij het schrijven ervan.

Behalve dat de idee en de sfeer van weleer de composities verrijkt is er in het schrijfproces zeker rekening gehouden met de stijl van Geoff zelf. In Behind Your Eyes herken ik de zanger in zijn latere werk waarin de teksten half gezongen, half gesproken worden ingebed in het muzikale spectrum. Daarbij wordt er natuurlijk rekening gehouden met het grote bereik van hem. Hide Away is ingezet vol bombast maar wordt zwaar en langzaam verder vorm gegeven. De combi van zang (laag en hoog) en muziek (laag en zwaar) zorgen ervoor dat het een meeslepende compositie is geworden.

Queensrÿche is natuurlijk vooral erg groot geworden door melodie en (progressieve) rock met elkaar te vermengen. My Last Story past in het straatje van de gangbare aansprekende rock terwijl A Recess From My Fate zeker ook aantrekkelijk klinkt, maar waarin een stuwend ritme van drummer Paolo Caridi wat meer gewicht toevoegt en een sterk riffgeluid van Simone Mularoni voor de strakke en stevige basis zorgt. Zo ook in The Deceiver dat lekker snel is neergezet en waarin de snelheid voornamelijk in de coupletten zit. Ondertussen is Sweet Oblivion een feestje voor het gehoor en kan ik niet stoppen met het beluisteren van het album. De ballad Disconnect spreekt aan en is vooral heel mooi opgebouwd waarin de spanning naar een gevoelige climax wordt gespeeld.

Sweet Oblivion doet denken aan tijden van weleer, maar we mogen zeker niet vergeten dat dit album gewoon een mooi product van deze tijd is en dat de band er uitermate goed in is geslaagd om tien uitstekende aantrekkelijke composities te schrijven die door toevoeging van Geoff Tate een extra dimensie hebben mee gekregen. Maar dat heeft natuurlijk zeker ook te maken met mijn muzikale voorkeur. Niettemin zou ik dit album ook zeker zeer waarderen wanneer een andere zanger de teksten zou hebben ingezongen, want het staat gewoon allemaal als een solide huis.