Tony Iommi heeft eigenlijk geen introductie nodig. Als gitarist van het legendarische Black Sabbath was hij met zijn riffs medeverantwoordelijk voor de geboorte van heavy metal. Een nieuwe plaat van de beste man is dus best een big deal.

Op zijn eerste solo album riep hij de hulp in van diverse getalenteerde vocalisten zoals Billy Idol, Phil Anselmo en zijn bandmaat Ozzy Osbourne. Later bracht hij platen uit met tijdelijk Black Sabbath lid Glenn Hughes, natuurlijk ook bekend van Deep Purple. Van datzelfde Deep Purple nam Ian Gillen de vocalen voor de rekening op Iommi’s laatste plaat, WhoCares. Voor dit nieuwe album riep Tony de hulp in van Jørn Lande. Geen vreemde keuze, want naast zijn werk met Ark, Millenium en Masterplan was hij verantwoordelijk voor een Dio tribute album én zong hij live in de Heaven & Hell supergroep met Tony. Naast de zang verzorgt hij ook alle teksten op het album.
Op basis horen we Becky Baldwin (Hands off Gretel, Fury, Mercyful Fate) en op drums Karl Brazil (sessiewerk voor o.a. James Blunt en Robbie Williams). Voor de productie tekende Tony’s bondgenoot Mike Exeter. Kortom, een team van ervaren en gerespecteerde muzikanten. Wie laat er tenslotte de kans liggen om met een dergelijke muzieklegende te werken?
Muzikaal gezien geeft dit album je wat je verwacht. De typische, wat doomy riffs van Tony voorzien van de Dio-achtige, licht raspende maar melodieuze zang van Jørn.
Op het eerste nummer Violent Sun hoor ik wat terug van de openingsriff van Slayer’s Raining Blood. Maar vooruit, elke metalband leende van Tony, dus who cares. Black Times is wat trager en doomy, wat prima past bij de tekst. Hoe het nummer net wat harder en krachtiger wordt tegen het eind is een mooi stukje songwriting. World Alone is wat meer uptempo en rauwer. Beyond The Dead valt vooral op door de emotionele zang van Jørn. Het episch klinkende Stormwatcher had zo op een Dio album gekund. Death Wake is wat melancholisch. Return Of The Arbalist rockt wat meer met gitaarwerk dat me soms doet denken aan de jankende gitaar van Slash (Guns ‘n’ Roses). Afsluiter Legacy opent met het prototype Iommi-riff om zich daarna te ontpoppen als een smaakvolle, bluesy ballad.
Alles aan dit album klopt. Jørn is simpelweg een fantastische zanger, de riffs van Tony staan zoals altijd als een huis. De wat melancholische, doomy sfeer komt perfect naar voren in de productie. Met die perfectie en het gebrek aan verrassingen raken we meteen het enige kritiekpuntje. Het klinkt gewoon niet erg spannend en de nummers gaan redelijk in elkaar over. Daar was het eerste solo album van Tony wat interessanter in. Evengoed een bijzonder sterk metal album.