Je kent het wel. Dat album dat steeds weer in je playlist verschijnt. Een plaat die herinneringen oproept. Een klassieker die bekend of onbekend is voor het grote publiek. Rockportaal gaat de komende periode regelmatig een recensie van een classic album plaatsen. Deze keer een album van Erik Norlander, een van de beste toetsenisten van de moderne tijd. En bovendien iemand met (aangetrouwde) Nederlandse roots.

Amerikaan Erik Norlander is een liefhebber en verzamelaar van (retro) synthesizers en andere toetsinstrumenten. Hij is ook een van de zeldzame (rock)toetsenisten die live gebruik maakt van een enorme modulaire Moog synthesizer, The Wall Of Doom. Het zijn vooral Moog-synthesizers die onderdeel uitmaken van zijn arsenaal aan klavieren. Sinds het overlijden van Bob Moog in 2005 is Norlander logischerwijs dan ook ambassadeur van de op 21 augustus 2006 opgerichte Moog Foundation.

Dit album, The Galactic Collective, is een hommage aan Bob Moog in het algemeen en de Moog-synthesizer in het bijzonder. Op dit album maakt Norlander gebruik van maar liefst zes verschillende Moog synthesizers. Naast dit speelgoed is er nog wat ruimte voor een Hammond B3 orgel, een Steinway model B grand piano en zijn vertrouwde Andromeda A6. Het mag duidelijk zijn dat The Galactic Collective een eldorado is voor de toetsen liefhebber.

Naast veel toetsen is er ook ruimte voor ondersteuning. Je hoort onder andere Mark Matthews op bas en Nick LePar op drums, Norlanders vaste gastmuzikanten. Onder het kwartet gitaristen is de getalenteerde Freddy DeMarco en good old John Payne (ex-Asia). Die mocht enkele gitaarpartijtjes inspelen en samen met Lana Lane de (koor)zang voor rekening nemen.

The Galactic Collective draait bijna 80 minuten om wervelende toetsenmuziek. Norlander heeft een aantal instrumentale nummers uit zijn oeuvre en dat van echtgenote Lana Lane en zijn band Rocket Scientists opnieuw ingespeeld en opgenomen. Daarbij liet hij niet na om vrijwel alle composities te veranderen. Zo is Neurosaur nu voorzien van gotische zangstukken door John Payne, is het middenstuk opgesierd met een fraai stuk op grand piano en wordt het een maatje sneller gespeeld. Normaal ben ik geen voorstander van het veranderen van composities, maar het resultaat klinkt vlotter en (nog) aangenamer dan de originele versie op het album Threshold.

Enkele solo’s zijn ingespeeld op Minimoog en sommige gitaarsolo’s flink aangescherpt en verlengt. Bijvoorbeeld Fanfare For Absent Friends, afkomstig van zijn meest elektronische album Seas Of Orion. Maar ook het Lana Lane-nummer Astrology Prelude heeft een verjongingskuur ondergaan. Net als Trantor Station, dat met een fantastisch Minimoog-solo een minuut langer duurt.

Rocket Scientists is op deze uitgave ook ruim vertegenwoordigd. Je hoort een nieuwe bewerking van After The Revolution van het gelijknamige album. In deze versie vallen de steviger en melodieuzer klinkende gitaarsolo’s en de achtergrondzang van Lana Lane op.

Het laatste kwart van het album is ingeruimd voor een door mij lang gekoesterde wens. Op het tweede Rocket Scientists album Brutal Architecture uit 1995 staan twee instrumentale nummers: Dark Water Part One & Part Two. Op Oblivion Days uit 1999 volgden deel 3 en 4 met als subtitel Neptune’s Sun en Heavy Water. Deel 5 en 6 staan op het album Looking Backward The 2007 Sessions, dat onderdeel uitmaakt van de boxset Looking Backward. Totaal zes bij elkaar horende nummers, verspreid over drie albums in een tijdsbestek van twaalf jaar. Onder de titel The Dark Water zijn de zes nummers hier geïntegreerd tot een meer dan twintig minuten durende compositie. Geloof me, als liefhebber van de zwart-witte klavieren wil je na beluistering nooit anders meer!

Ik bestempel The Galactic Collective als een classic album. Het album is een hommage aan het genie Bob Moog. Zijn Moog synthesizers zijn op ontelbare classic albums gebruikt. En hier door een van de beste toetsenisten van de moderne tijd in de etalage gezet.