Je kent het wel. Dat album dat steeds weer in je playlist verschijnt. Een plaat die herinneringen oproept. Een klassieker die bekend of onbekend is voor het grote publiek. Rockportaal gaat de komende periode regelmatig een recensie van een classic album plaatsen. Deze keer een van de majestueuze albums van TOOL.

Het eigenzinnige Amerikaanse progressieve metalgezelschap klinkt alternatief, hard en bij vlagen furieus. De band blinkt uit in de symbiose tussen zang (Maynard James Keenan), elektrische gitaar (Adam Jones), bas (Justin Chancellor) en drums (Danny Carey). Er is geen hoofdrol voor een van de spelers, maar er is gekozen voor een ongekend sterk bandgeluid. EP Opiate en het debuut Undertow lieten al blijken dat er een fantastische band aan het werk was. Het grootste probleem was toen eigenlijk de productie. Vooral bij Undertow was de zang nogal ver naar achteren gemixt. Bij Ænima is dat euvel verholpen. Dat wordt direct duidelijk bij opener Stinkfist. Het daaropvolgende Eulogy laat horen dat TOOL de opbouw van zacht naar hard een compleet nieuwe dimensie geeft. De riffs en breaks zijn op het hele album van een ongekend hoog niveau. Toch ligt Ænima relatief gezien makkelijk in het gehoor. Ondanks dat er op hoog niveau gemusiceerd wordt is de muziek uiterst aanstekelijk. Soms komt dat door de heerlijk mee te zingen refreinen, soms door het uiterst dwingende gitaarspel of de imposante bas en drumpartijen. Het is niet voor niets dat TOOL een breed publiek aanspreekt. Ænima is de plaat die de agressie (bijvoorbeeld Hooker With A Penis) van de eerste platen weet te vermengen met de techniek die op de platen hierna steeds meer de overhand krijgt (Ænema). Dat de nummers meer dan zes, acht of zelfs dertien minuten duren maakt niet uit, want door de opbouw en de vele breaks blijft het interessant. Zelfs een rustig nummer als H., het bijna zweverig aanvoelende Jimmy en Pushit weten bij vlagen te vlammen en door de aparte ritmes en het samenspel een geheel eigen sfeer neer te zetten. Het is TOOL ten voeten uit. Maynard is een veelzijdig zanger die melodieus, maar zeker ook schreeuwend kan zingen. De korte intermezzo’s zijn voor de één een doorn in het oog, voor de ander interessante overgangen. Persoonlijk vind ik Die Eier Von Satan (een gerecht die gesproken wordt in het typisch Duits uit een duister verleden) het beste voorbeeld. Het imposante, bijna veertien minuten durende Third Eye is een waardige afsluiter van deze bijzondere plaat.

TOOL is voor mij ook onlosmakelijk verbonden met hun geweldige liveshows. De eerste keer nota bene op het gratis festival Popwerk in Den Bosch in 1993 (in hetzelfde weekend als Lowlands). Toen Maynard opkwam en het publiek naar hem zag kijken bijt hij het publiek ‘What the fuck are you looking at’ toe. Ik dacht nog ‘wat een eikel’, maar toen de band speelde was ik dat al snel vergeten. Ik heb Maynard ook stagedivers van het podium af zien schoppen (zoals in 1994 in de Effenaar in Eindhoven). Het was voor hem een ongewenste onderbreking van zijn concentratie. Niet voor niets dat de beste man tegenwoordig achter op het podium staat. Op plaat bleef de band perfect, maar na 10.000 Days (2006) haakte ik toch een beetje af. De band leek iets teveel apart en camp te willen doen. Maynard achter een scherm op het podium en iets teveel aandacht voor hun eigenzinnigheid. Na jaren van afwezigheid keerde de band vorig jaar in al haar glorie terug. De plaat Fear Inoculum is een groeibriljant en het optreden tijdens Werchter was hemels!

Tool