Op de tweede dag kan ik eindelijk los gaan. Het eerste wat ik denk bij binnenkomst. Wat is het druk. Veertigduizend mensen zijn toch best veel. Het gezellige is niet verloren gegaan, maar de rijen bij de (vrouwen)toiletten zegt genoeg. Bovendien is het op sommige plekken toch wel te druk. Lastig in te schatten of dit alleen door het aantal bezoekers komt of het enthousiasme voor een bepaald onderdeel van het festival. De eettenten en andere zaken zijn, wanneer je het uitgekiend plant, makkelijk te bereiken. Dit jaar is het weer de grote vriend van Down The Rabbit Hole. Zon en niet te warm. Heerlijk! Het is daarmee wel weer een stoffige editie, maar dat mag de pret niet drukken. Er valt namelijk meer dan genoeg te zien, te doen en te horen.

Gang Of Youths
Op zijn best wanneer de band gebruik maakt van dansbare en aanstekelijke ritmes waar zanger David Le’aupepe met kracht overheen zingt. Op die manier zijn Let Me Down Easy en Magnolia lekkere rockers. Wanneer het melodieuzer wordt laat hij wel eens een steekje vallen. Zoals bijvoorbeeld op The Angel Of 8th Ave. Verder is het langdurig vragen om het publiek te laten dansen erg vervelend. Zeker als je dan tot twee keer toe een nummer stopt. Dat maakt hij enigszins goed door zijn charisma en een uitgebreide wandeling in het publiek. Tijdens die wandeling zingt hij overigens gewoon door. David is regelmatig iets teveel met zijn uiterlijk bezig en de aandacht om het vooral goed te doen op de camera. Een innemend optreden op de vroege zaterdag maakt dat we dit euvel vergeven. Muzikaal gezien een heerlijke opener van het hoofdpodium.

Polo & Pan
Lekker toch, dat je met bijna kinderlijke elektronische deuntjes een heel veld in beweging zet. Mede met dank aan die doffe indringende bas gaat het los op het veld. Wat helpt in de ambiance is dat de tropische invloeden in de muziek prima passen bij dit warme weer. Lekker losjes, net als de twee bandleden en de zangeres. De hoge licht vervormde stemmen maken het net nog even kinderlijker dan de studioversies.

Eefje de Visser
Als vervanger van de zieke Kae Tempest komt Eefje de Visser ons verblijden met een optreden. Tot in de hemel geprezen op Pinkpop als beste act van het festival. Bijna onmogelijk als je weet dat bands als Pearl Jam en Metallica (en nog vele anderen) daar speelden. Ook nu is het in de aankondiging duidelijk dat chauvinisme ons niet vreemd is. Probleem is dat Eefje de Visser tegen deze hoge verwachtingen op moet tornen. Nu zetten zij en haar band een goed optreden neer, maar om dit nu het beste optreden van dit festival te noemen gaat nu al te ver. Haar regelmatig zwoel aanvoelende indiepop zweeft lekker door de tent. De achtergrondzangeressen zijn uitstekend ingespeeld op de zang van Eefje. Ook de muzikanten zijn technisch dik in orde. Een fijn optreden die na verloop van tijd voor mij wel iets te zoet wordt. In de aanpak van de nummers blijft het iets te veel onderling vergelijkbaar. Fijne popliedjes voor een welkom rustmoment.

My Baby
De Nederlandse band My Baby begint vlammend. Hun mix van soul, blues en rock swingt. Hun live versies, zoals van Uprising, klinken veel overtuigender dan op plaat. Zangeres Cato van Dijck laat horen kracht met melodie te kunnen combineren. In het tweede deel van de set zakt het tempo en mijn interesse. De festival blues krijgt ineens een andere dimensie. De nummers boeien een stuk minder. Zelfs het dansen houdt op. Is ook lastig op een nummer als Out On Gin. Dit nummer zou het beter doen in een donkere kroeg of kleine zaal. Goed begin, maar jammer dat dit niet een hele set vastgehouden werd.

Viagra Boys
Als het gaat om de aandacht vasthouden dan is Viagra Boys de koning. Absoluut niet de beste muzikanten (zelden zo’n matige saxofoonsolo gehoord), maar samen maken zij er iets moois en krachtig van. Nu is techniek tot in de puntjes beheersen niet de basis van punk en dat hebben de heren van Viagra Boys goed begrepen. Zanger Sebastian Murphy is met zijn vol getatoeëerde lichaam een geweldig middelpunt. Zijn stem is perfect passend bij de muziek. De rest van de band is effectief goed. Geen overdadige zaken, maar gewoon recht naar het doel. Het helpt dat de band regelmatig de melodie van ska gebruikt. Daardoor blijft de muziek erg dansbaar. Nummers als Sports, Ain’t No Thief en Ain’t Nice scoren daarom goed in de tent van Teddy Widder. Ook bij publiek die je niet zo snel zou verwachten bij een punkband. De punk klinkt Britser dan Brits. Toch is de band afkomstig uit Stockholm. Met dit optreden bewijzen de heren dat niet altijd de beste muzikanten de beste muziek en show maken. Dat doe je samen. Daarin zijn de heren van de Viagra Boys vandaag cum laude geslaagd.

Dry Cleaning
Helaas komt het optreden van de Engelse postpunk band Dry Cleaning niet helemaal uit de verf. Zangeres Florence Shaw klinkt erg eentonig. Ze zakt een beetje teveel weg in de muziek. Helaas lijkt die ook niet helemaal optimaal afgestemd. Zo is de gitarist soms lastig te horen terwijl de baslijnen er lekker tegenaan beuken. Het lijkt net iets te veilig afgesteld. Een euvel dat we deze dag nog niet eerder gehoord hebben. Het maakt dat het optreden teveel blijft hangen in hetzelfde. De nuance die op plaat nog te horen is blijft nu achterwege.

The Smile
Met Thom Yorke en Jonny Greenwood (beide Radiohead) in je gelederen dan kun je lastig spreken van een onbekende band. Aangevuld met Sons Of Kemet drummer Tom Skinner creëert The Smile een experimentele mix van postpunk, rock en elektronische muziek (misschien wel het best bij elkaar gebracht in het nummer The Opposite). Wat een beetje ontbeert is sfeervolle muziek met (een overdaad aan) gevoel. Hoewel de zonsondergang goed gebruikt wordt komt het misschien ook omdat de band buiten op een groot podium in het daglicht staat te spelen. De sfeer van een intieme concertzaal ontbreekt daarom. Gevolg is dat we naar drie uitstekende muzikanten staan te luisteren en te kijken, maar dat het je niet zo raakt zoals je hoopt. Zelfs niet als het gevoel wel aanwezig is op de uitvoering op plaat, zoals tijdens The Same en Pana-Vision. Zelfs die nummers pakken live niet helemaal uit zoals verwacht. Muzikaal is er helemaal niks op aan te merken of het moet de technische storing zijn (die de band professioneel hersteld). Technisch gezien een uitstekend optreden, maar wat betreft uitkomst toch licht teleurstellend.

Hang Youth
Op tijd naar de Nederlandstalige punkband Hang Youth. Toch te laat, want de tent puilt uit. De basis is korte en schreeuwerige punknummers met vooral een meezingbaar refrein. Tijdens de set kan je jezelf bijvoorbeeld in een half minuutje afvragen waarom er nog steeds mensen op de VVD stemmen. Verder komen er korte nummers voorbij over de staat van het openbaar vervoer, de vorst die op een worst lijkt en over vrouwen die ook een kans verdienen om een corrupte leider te zijn. Bij Niks Tof Aan Stikstof maakt de band een opmerking over de vleesindustrie die niet alle – maar niet zoveel aanwezige – boeren in de tent even goed kunnen waarderen. De zanger struikelt voor het eerst even over zijn woorden om daarna het nummer te spelen. Hang Youth is de band die langere introducties kent dan de lengte van hun nummers. De kritische noot wordt schijnbaar door veel mensen gewaardeerd, want de tent is vandaag duidelijk te klein.

Gorillaz
Met een extra groot scherm achter het podium start het eigenzinnige Gorillaz met hun optreden. Het is duidelijk dat hier een ingespeelde band staat met uitstekende muzikanten. Het achtergrondkoor bestaat uit vijf personen en zorgen voor de finishing touch. De ooit virtuele band is uitgegroeid tot een heuse band. Damon Albarn (zanger) heeft de touwtjes strak in handen. Nummers als Feel Good Inc., Rhinestone Eyes en (natuurlijk) Clint Eastwood zorgen voor een dansende massa. De swingende soulvolle mix van hiphop, dub, dance en rock schalt over het volle veld. Live krijgt het allemaal net meer dynamiek dan op de studioversie. Het klinkt als een klok en door het gebruik van de beelden is het een sfeervol en waardig einde van de tweede dag van dit festival.