Dag een van Down The Rabbit Hole is misschien wel op papier de top favoriet als het gaat om rock. Dit jaar is er duidelijk nog meer aandacht voor andere muziekstromingen. Niks mis mee. Zeker niet als je ziet dat de metal DJ container van vorig jaar omgetoverd is tot dance hal. Vorig jaar was het overwegend een oase aan rust wat betreft opkomst van publiek. Dit jaar staat de tent vol met uitzinnige dansers. Het tekent de verschuiving van muziek op Down The Rabbit Hole. Er was altijd al dance, hiphop en andere aanverwante soorten muziek. Het lijkt er op dat DTRH bewust kiest voor een ander publiek. Het levert een bonte verzameling aan feestvierders op. Waarin het ‘alternatieve karakter’ verder weg lijkt dan ooit. Gezellig, feest en ontmoeting staan centraal.

 

De band is soms van secundair belang. De soundscape aandoende postrock van Low heeft daar het meeste last van. Het is muziek luisteren in een kippenhok. Het publiek lijkt niet te beseffen dat de band begonnen is. Slechts wanneer de band meer noise stukken laat horen overstemd de band het kakelende geluid in de tent. Het introverte deel van het optreden gaat daarom voor de bereidwillige luisteraar compleet verloren. Als de set op de helft is lijkt het gezellige publiek toch teveel last te hebben gehad van een enorme geluidseruptie. Dan verdwijnen de praters en blijven de luisteraars over. Kunnen die alsnog genieten van de mix aan uitgekiende video’s, rustige passages en lekker uit de bocht scheurende noiserock.

 

Na een rondje over het terrein struinen, wat eten en stil staan bij de verschillende hiphop/ dance gedeeltes ga ik richting het hoofdpodium. Pak ik nog een klein stukje Matt Corby mee. Op een groot podium is het niet overtuigend wat Matt laat horen. De Australische singer-songwriter moet het hebben van intimiteit. Zijn ietwat schuchtere houding past daar prima bij. In de open lucht op het hoofdpodium valt dat allemaal weg. Zijn nummers zijn niet krachtig genoeg voor deze setting. Het is wel heerlijke muziek om bij in het gras te liggen. Dat doet een deel van het publiek dan ook met liefde.

 

dEUS speelt The Ideal Crash integraal. Voor een groot deel dan, want gezien de tijd laat Tom Barman al weten dat het deze keer niet helemaal gaat lukken. De luisteraar weet daarmee wat men krijgt. Indiepop van de bovenste plank. Strak gebracht en ondanks het overwegend relatieve rustige karakter toch goed voor een dansende massa. De meegebrachte dansers kunnen wat betreft choreografie nog wat leren van de act van David Byrne van vorig jaar.

 

In de Fuzzy Lop tent speelt daarna het meest energieke bandje van de dag. De gitaarpop van de Rolling Blackout Coastal Fever wordt door de heren enthousiast gebracht. Het zorgt voor feest in de tent. Helaas maar een klein deel van kunnen zien, want de planning zit strak in elkaar. Het op en neer lopen van Fuzzy Lop naar Hotot, het hoofdpodium, duurt even. Het is net het verst van elkaar op dit terrein.

 

De Staat heeft met Bubble Gum de ultieme mix tussen dance, rock en een vleugje hiphop ontdekt. Het springerige karakter van de muziek doet het goed bij het publiek. De uitbundige menigte danst en springt. De uit Nijmegen afkomstige heren spelen een thuiswedstrijd. Hoewel dat tegenwoordig qua enthousiasme niet meer uitmaakt gezien het internationale succes. Zo volgen KITTY KITTY, het wat saaie, maar dansbare Pichachu, het leuke Me Time, single Tie Me Down (met zangeres Tessa Douwstra, a.k.a. Luwten) en de ballad Phoenix (met Torre Florim op een hydraulische lift hoog boven het podium uit) elkaar op. Het dreigende van dat laatste nummer komt minder uit de verf. Net als de falset stem van Torre. Natuurlijk is voor velen Witch Doctor het hoogtepunt van de set. In cirkels rennende fans gaan tot ver over het terrein. Het blijft een mooi gezicht.

 

Hoe populair kan iemand van 71 jaar zijn op een festival met overwegend jeugdig publiek? De vraag stellen is hem beantwoorden. Na het optreden van De Staat kom je de tent niet meer in. Sterker nog. Tot ver op het terrein staan mensen te wachten wat diva Grace Jones te bieden heeft. Wat betreft diva gedrag meer dan genoeg. Ze heeft net haar rol bij de nieuwe film van James Bond geweigerd omdat haar rol niet zo groot was als zij zelf zou willen. Vanavond komt ze meer dan een half uur te laat het podium op. Irritant, want dat betekend dat er slechts een half uur over is voordat de hoofdact Editors begint. Als mevrouw dan eindelijk opkomt is het vooral haar uiterlijk die boekdelen speelt. Dit is oogverblindend en duidelijk niet zoals elke 71 jarige over straat zal lopen. Ze komt er mee weg. Alleen haar stem is duidelijk wel aan de tijd onderhevig. Ietwat schor en niet erg verheffend. Goodbye diva.

 

Op naar de Editors. De levendige wave van nummers als Munich en Papillon gaan er in als zoete koek. Het is dan ook de Editors op haar best. Probleem bij de band is dat er te veel middelmaat tussen zit. Het telkens voortborduren op het eigen geluid brengt herkenbaarheid, maar ook herhaling moeheid. Daar veranderen de vlammen en het vuurwerk weinig aan. De zang van Tom Smith is OK, maar heeft een groot probleem. Zijn bereik is beperkt. Dat valt vooral op wanneer de band gas terugneemt en het vooral op de zang aankomt. Wanneer Tom alleen door akoestische gitaar en piano begeleid wordt komt zijn anders zo charismatische stem niet helemaal tot zijn recht. De band is een leuke festival afsluiter, maar ontbreekt het aan een eigen gezicht om echt te kunnen overtuigen.

Verslag : Ron Schoonwater
Fotografie : Dave van Hout