Een bekend gezegde luidt: ‘het geheel is meer dan de som der delen’. Na beluistering van dit nieuwe album van Kansas moest ik aan dit gezegde denken. Maar dan in negatieve zin. Want onder de streep van dit album staat een andere uitkomst….

De beste jaren van Kansas liggen al decennia achter ons. Albums als Leftoverture en Point Of Know Return zijn regelrechte klassiekers. Het compilatiealbum Best Of Kansas is een van de bestverkochte best-of albums aller tijden. En wanneer je het voor elkaar bokst om met Dust In The Wind wereldwijd een megahit te scoren is je kostje gekocht.

Anno 2020 bestaat (inclusief periodes van rust) Kansas 50 jaar en produceert het met The Absence Of Presence inmiddels het 16e studioalbum. Het is de opvolger van The Prelude Implicit uit 2016. Van de originele bezetting resteren drummer Phil Ehart en gitarist Richard Williams. Verder acteren op deze cd dezelfde muzikanten als op The Prelude Implicit. Dus met zanger en basgitarist Billy Greer. Na het vertrek van Steve Walsh werd de bassist gepromoveerd tot eerste zanger. Een rol die hij overigens deelt met toetsenman Ronnie Platt. Daar zit een groot stuk van de pijn waaraan dit album naar mijn mening lijdt. En dat zeg ik niet alleen als groot fan van Steve Walsh. Want deze man wordt node gemist.

Het openings- en titelnummer The Absence Of Presence verraadt nog niets wat komen gaat. Een intro met het vertrouwde Kansas-geluid wordt vervolgd met gevarieerde en stuwende (prog)rock die we al decennia kennen van Kansas. Smaakvolle en virtuoze solo’s op gitaar en toetsen en uiteraard viool, hét handelsmerk van de groep. Een dikke acht minuten zat ik gekluisterd aan mijn stoel. Nadat ik er goed voor ging zitten bezorgde Throwing Mountains de eerste twijfels. Gaandeweg het album bekroop mij het gevoel dat de heren wel heel erg op safe spelen. Letterlijk en figuurlijk. Begrijp me niet verkeerd, ieder bandlid is een vakman op zijn instrument. Maar het patroon van coupletje, refreintje, solotje hier en solotje daar en de op haast ieder nummer terugkerende viool van David Ragsdale voelt plichtmatig aan. En gaat op den duur zelfs vervelen.

Zelfs het veelbelovende instrumentale Propulsion 1 doofde al na twee minuten uit. Is het aanvankelijk nog Kansas, het vervolg had ook op een willekeurig Transatlantic album kunnen staan. Enigszins warm werd ik alleen nog van The River Sang, het laatste nummer. Mooi pianospel, een King Crimson-achtig tussenstuk en tegendraadse ritmes maken het boeiend om naar te luisteren. Eindelijk wijkt men af van het Kansas-pad en slaat een andere weg in. Het enige manco is dat het na vijf minuten en vijf seconden plots stopt. En daarmee ook het album.

Met The Absence Of Presence levert Kansas een in mijn oren teleurstellend album af. Ik ontkom niet aan de indruk dat het album een verplicht nummer is. Iedereen doet zijn ding, niet meer dan dat. Juist in dit ‘niet meer dan dat’ schuilt de kern. Het zorgt ervoor dat het geheel minder is dan de som der delen.