The Rise And Fall Of Cannibal Planet, het nieuwe album van Katie Kruel, kan je grofweg opdelen in een eerste luik met creeping doom & gloom en een tweede luik met noise in de hoofdrol. De eerste vier tracks zijn geschilderd met alle tinten van zwart. Je krijgt op die vier tracks geen doommetal, maar eerder slepende, rauwe en soms zelfs kale of minimale doomrock. Of zullen we dit dan post-doom noemen? Als daarna de noisetracks komen, krijgen die het gezelschap van flink wat sludge, en doom. Het zijn nieuwe paden die verkend worden op dit album van Katie Kruel, maar dat maakt de trip eens zo spannend.

 

In het hoofdstuk doom & gloom is The March de opmerkelijkste track. In de hoofdrol staat een traag pompende bas. Die heeft meer iets van een licht haperende omwenteling dan een stap-ritme, maar het schuifelende en de beweging kloppen wel met de titel. De baslijn ruimt een paar keer plaats voor de lyrics, maar krijgt daarna weer vrij spel als een diepsonderende mantra.

 

Het toevoegen van een cello op Still in het noise-luik is één van de meest magistrale zetten. Het zachte glooien van die cello vormt een heerlijk eenvoudig contrast met de grofkorrelige gitaar. Nog meer contrast vind je in de lyrics van Still, als Nathalie zo luid ‘I want some quietness’ schreeuwt dat je vreest dat ze haar stembanden zal scheuren. Een passage die uit het leven gegrepen lijkt. Hoe vaak heb je (bv. tegen kinderen) al niet heel luid ‘Stilte!’ staan roepen om stilte te krijgen. Still is als rollercoaster van emoties het absolute hoogtepunt van The Rise And Fall Of Cannibal Planet.

 

De meeste tracks kan je onderbrengen in de categorieën krabben, vloeken en bijten. Eén track valt daar niet onder: Jinx is een rechtoe-rechtaan noiserockende mustang die dampend van oor tot oor draaft. Denk aan de rammelende grunge van The Breeders op Cannonball, dan wel met de vrolijkheid van de Deal-zusjes ingeruild voor een shot woede. Maar meestal maakt de band het zichzelf en de luisteraar niet zo makkelijk.

 

De ruwe productie, op de wijze van Steve Albini, is even wennen. Het klopt wel met het noise-verleden van deze Nederlandse band. Daar is dat gebruikelijk omdat alle aandacht naar de energie gaat. In doom, stoner, sludge en all things post zijn we eerder een gepolijste en gelaagde productie gewoon. Dankzij de ruwe productie lijkt het alsof je als luisteraar samen met de band in een krap repetitiehok zit. Vooral zangeres Nathalie van Katie Kruel komt zo dicht op je huid te zitten dat het een beetje ongemakkelijk wordt. En dat is ook de bedoeling.

 

The Rise And Fall Of Cannibal Planet van Katie Kruel is geen hapklare brok. Het is een flinke geut louterende verdoemenis en ellende die bij elke luisterbeurt verdriet, zonden en tekorten wegspoelt. Het zou voorgeschreven moeten worden door dokters.