Geboren aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw ben ik muzikaal opgegroeid met groepen als Yes, Genesis, Pink Floyd en Emerson Lake & Palmer. Het was in mijn schooltijd normaal dat deze muziek werd gedraaid tijdens de muziekles en in de pauzes. Dat waren nog eens tijden! Andere tijden, dat wel. Met regelmaat denk ik weemoedig terug aan die periode, de jaren zeventig om precies te zijn. Het is dan ook onvermijdelijk dat ik mijn oren spits wanneer anno 21ste eeuw muziek voorbij komt die geënt is op die periode. Met de in 2013 geformeerde IJslandse groep Lucy In Blue dient zich een nieuw gezelschap aan die geïnspireerd is door muziek uit die periode.

In Flight is de opvolger van het titelloze debuutalbum uit 2016. Gelijk al bij de eerste klanken van openingsnummer Alright zit je tot over je oren in de sfeer van Pink Floyd jaren zeventig. Het nummer bestaat uit twee delen. Het eerste deel is door toetsen gedomineerde dromerige psychedelische progressieve rock. Deel twee van Alright is een stuk heftiger met veel vervormd gitaarspel van Steinþór Bjarni Gíslason en op de achtergrond het voortdurende geluid van een ronkend Hammond orgel gespeeld door Arnaldur Ingi Jónsson. De zang is vaak dromerig, licht psychedelisch, meerstemmig en doet soms denken aan The Moody Blues.

Respire klokt bijna acht minuten en is een van de hoogtepunten van de cd. Naar gelang het nummer duurt kruipt de muziek steeds verder onder je huid. Op een breed uitgesponnen tapijt van toetsen horen we prachtige gitaarpartijen. Dat alles ondersteund door een dijk van een ritmesectie met een hoofdrol voor de baslijnen van Hlífar Mogensen. Na een minuut of vijf zwelt de muziek langzaam aan om plots te verstillen, waarna een klassiek aandoende piano-intermezzo volgt. Het is een voorbeeld van de schitterende natuurlijke overgangen die Lucy In Blue toepast. Maar de koek is dan nog niet op, want de laatste minuut is fenomenaal dankzij een stuk wat zeer sterk doet denken aan Starless van King Crimson.

Matricide opent met een stuk scheurend en vervormd geluid van Hammond orgel. Het nummer gaat verder in een catchy sfeer met zang die ook regelmatig vervormd is. Onderdeel van de ritmiek is een heuse koebel die de tijden doet herleven van Blue Oyster Cult. Nùverandi is het enige instrumentale nummer. Gedurende vijf minuten hoor je een prachtige symbiose van toetsen, gitaar met een hoofdrol voor een vet groovende bas. Het opvolgende Tempest voltrekt zich in een hoger tempo. Na een hyper en gehaast klinkend intro zwelgt het nummer door overvloedige Hammond, synthesizers en mellotron, doorspekt met tal van elektronische effecten. Halverwege volgt weer zo’n mooie overgang met pastoraal aandoende woordloze vocalen. Het blijkt een lang intermezzo naar de climax die het nummer doet besluiten.

Met ruim negen minuten is In Flight het langste nummer op het album. We horen wederom de prachtige meerstemmige Moody Blues-achtige vocalen. De muziek klinkt authentiek dankzij een overvloed aan Hammond en mellotron. Het gitaarspel varieert van psychedelisch tot spacy en laat je (in ieder geval mij….) wegdromen naar vervlogen tijden. Het gaat naadloos over in het drie minuten durende instrumentale On Ground wat eigenlijk een compacte versie is van In Flight.

Met Lucy In Blue bewijst het label Karisma Records wederom een neus te hebben voor bands die de authentieke symfonische en psychedelisch muziek in deze eeuwe levend houden. Niet door het kopiëren daarvan, maar door het componeren van prachtige nieuwe muziek. In Flight gaat op zeker hoog eindigen in mijn jaarlijst van 2019.

Toeval of niet. Op de dag dat ik deze recensie schreef en publiceerde stond Lucy In Blue op het podium van het Roadburn Festival in Tilburg.