Drie jaar, twee albums en een line-up wisseling later zijn The Mary Wallopers terug met hun derde plaat, Paddywhackery. Met de titel verwijst de band naar de manier waarop ze in de pers zijn neergezet: als een karikaturale, overdreven versie van de Ierse cultuur. Gelukkig weerhoudt dat de band niet om te refereren aan hun thuis in Dundalk en bouwen ze verder op de charmerende Ierse folk-punk waaraan ze hun succes te danken hebben.
Voorafgaand aan het album verschenen er enkele singles, waaronder The Juice in 2025. Hier was ik niet zo van onder de indruk, hoewel het nummer meer betekenis krijgt in de context van het album. Dit is een nummer dat wellicht onder Paddywackery te verstaan is, met enkele clichés die typerend zijn voor het genre. Dit gevoel heb ik wel vaker naarmate het album vordert en ik mis de invloed van voormalig gitarist Seán McKenna.
Hoewel het album wisselend in kwaliteit is en ze hun herkenbare geluid regelmatig terug brengen, merk ik wel dat de band een andere richting in gaat. De invloeden van The Pogues en The Dubliners lijken plaats te maken voor een sound die me meer aan The Dropkick Murphys doet denken. Niet zozeer in arrangementen, die zijn nog altijd zo Iers en sterk als we van ze verwachten, maar de teksten spreken me een stuk minder aan. Steeds vaker valt de band in herhaling en verdwijnt het tijdloze.
Dat neemt niet weg dat meer dan de helft van het album briljant is en er een aantal overduidelijke hoogtepunten aanwezig zijn. Zo is Seán na Sagart een van de beste composities van de Henley broers, zowel in tekst als instrumentaal. Ook de manier waarop ze Smuggling the Tin eigen maken valt goed in de smaak, een overtuigende cover van het bekende traditionele nummer dat bekendheid kreeg dankzij Liam Weldon.
Politiek is altijd al een belangrijk onderdeel geweest van de teksten die Charles en Andrew Hendy schrijven. Ook hier komt dat terug in de vorm van onder andere Crowns of England en Landlord’s Demise, twee nummers die eerder al als single uitgebracht werden. De overtuiging en energie waarmee dit gebracht wordt brengen de boodschap goed over. Dit wordt afgewisseld met onder andere het fantastische instrumentale Castlecoe Hill, waarbij het talent van whistle speler Finnian O’Connor mooi naar voren komt.
Als geheel passen deze nummers vrij goed bij elkaar, ondanks de diversiteit in stijlen. Waar het traditionele Ierse geluid de basis was van hun eerste twee platen, lijkt punk toch meer de focus op dit album. Het half uur durende album vliegt daardoor redelijk snel voorbij en blijft daardoor toch iets minder goed hangen. In vergelijking met hun eerdere werk, kan ik het niet helpen om ietwat teleurgesteld te zijn, al kan dit ook aan mijn persoonlijke voorkeur liggen. Wellicht dat dit album een groeier is, al kan ik objectief gezien wel zeggen dat ze zich met Paddywackery minder weten te onderscheiden van de rest in het genre.