564_CivilWar_CMYKIn 2012 besloten Daniel Mullback, Rikard Sundén, Daniel Myhr en Oskar Montelius om na de opnamen van Carolus Rex de band Sabaton te verlaten. De andere kant van de medaille vertelt dat zij gewoon uit de band zijn gezet. De waarheid zal ongetwijfeld in het midden liggen. Maar al gauw besloten de vier heren om samen met Astral Doorszanger Nils Patrik Johansson en bassist Peter “Pizza” Eriksson (onder meer Cryonic Temple) de band Civil War leven in te blazen. De band had zonder een noot te spelen al een ‘recorddeal’ op zak. Ondertussen blijkt dat Oskar Montelius en Peter Eriksson niet meer tot de inboedel gerekend worden en dat gitarist Petrus Granar inmiddels tot de basisopstelling behoort.

Ik moet zeggen dat het debuut Killer Angels uit 2013 compleet aan me voorbij is gegaan, maar ben eigenlijk wel heel nieuwsgierig hoe Civil War klinkt.

Gods And Generals is dus mijn kennismaking met deze band die heavy metal speelt met, zoals ze zelf zeggen, galopperende ritmes laten versmelten met epische melodieën. In het begin moest ik flink wennen aan het album. Had ik misschien meer powermetal verwacht? Ik weet het niet. Feit is dat bij het album bij meerdere luisterbeurten de charme van de composities meer naar de oppervlakte komen. De nummers zijn eigenlijk de rangschikken in stevige powermetalnummers, typische heavy metalnummers en nummers die sterk naar de pagan-/folkmetal neigen.

Een flinke dosis en uptempo powermetal vind je bijvoorbeeld terug in War Of The World, Bay Of Pigs en USS Monitor. Vooral in USS Monitor weet Civil War een bijna granieten muziekmuur neer te zetten die je in fullspeed meeneemt in de teksten over strijd en oorlog. Maar ook afsluiter Gods And Generals weet de sfeer van het slagveld in een rap tempo neer te zetten. Hoewel zanger Nils Johansson een op het eerste gehoor wat fragiel stemgeluid heeft, blijft hij ook in deze powermetalnummers toch stevig overeind. De samenzang geeft het geheel wat meer volume mee.

Die samenzang komt zeker naar voren in de nummers die lijken te zijn geschreven in de folkloristische traditie. Braveheart is daar een goed voorbeeld van. Het stoere stemgeluid in dit nummer past uitstekend in een donkere Schotse kroeg met een flinke fles whisky binnen handbereik. In de refreinen ligt het tempo wat hoger dan in de coupletten. Maar ook The Mad Piper lijkt te ontsproten aan een traditional. Zeker de doedelzakelementen voegen hier het nodige aan toe. Qua zang had het wat krachtiger gemogen, maar dat is misschien teveel mierenneu…. Vanuit de Schotse sferen komen we zeker bij het nummer Tears From The North waar Civil War in een laag tempo met marsritmes een sfeerbeeld weet te scheppen waarbij diverse clans zich boven op een berg in de Highlands laten horen in een groepslied van bebaarde rovers.

Wat overblijft op Gods And Generals zijn de lekkere heavy metalnummers. Geen opsmuk, niet heel bijzonder, maar gewoon lekker. Een stevig tempo en een flink gitaargeluid zorgen ervoor dat het genieten is van de muziek. In Schnidler’s Ark is het nog wel even bijzonder hoe er gewerkt wordt met David Coverdaleachtige zangstukken.

Gods And Generals vraagt meer dan één luisterbeurt. Je moet even de diverse muziekstijlen en ingangen herkennen voordat je een juist oordeel kunt vellen over het album. Civil War is ook geen band die je bevooroordeeld tegemoet moet treden. Het is een zelfstandig opererende band en geen slap aftrekstel van Sabaton. Daar doe je ze tekort mee. Houd je van heavy metal maar ook van paganmetal, is Civil War zeker geen verkeerde keuze om eens goed te beluisteren.

[youtube id=”lXAvNLTWNMM” align=”left” mode=”normal” autoplay=”no” aspect_ratio=”4:3″ parameters=”https://www.youtube.com/watch?v=lXAvNLTWNMM”]