Deze naam zal niet bij veel mensen meteen een belletje doen rinkelen. Toch heeft dit kwartet uit Stockholm, sinds de oprichting in 2017, niet echt stil gezeten en tot op heden twee langspelers uitgebracht. In 2019 stond de track Sonar op een fraaie zeer gelimiteerde 10” split ep welke samen met de Germanen van Pavillion uitgebracht is. Dit was voor mij de eerste kennismaking met de bijzondere muziek, die de band zelf omschrijft als “impro-instrumentale psychedelische rock”. Niet echt een omschrijving waarbij de meesten van ons beginnen te wippen op het puntje van de stoel. En ik eerst ook niet. Maar ik werd getriggerd door het feit dat de toetsen werden beroerd door gastartiest Per Wiberg (ex-Opeth, Spiritual Beggars, Kamchatka). Dat feit alleen was al genoeg voor mij om de schijf te bestellen. Ik ben de dag dat ik voor het eerst deze ep draaide aangenaam verrast.

Nu zijn we ruim een jaar verder en heeft een nieuw album, Immersion gedoopt, het levenslicht gezien. Zoals de vertaalde titel al voorspelt, wordt de luisteraar ondergedompeld in een zacht kabbelende zee van fraaie instrumentale progrock. Dat is de term die ik er zelf aan gehangen heb, want het omvat exact wat ik erbij ervaar.
Zodra de naald het maagdelijk witte vinyl raakt, en de groef inglijdt, neemt een “eenvoudige” uptempo basloop van Mikael Tuominen het voortouw. Samen met drummer Jonas Yrlid vormt hij de basis van de openingstrack Heatstroke #2. De samenzang tussen de gitaren van Hans Hjelm en Gustav Nygren is erg fijn om naar te luisteren. Instrumentale muziek zoals deze kan in mijn ogen heel erg snel vervelen. Echter door deze Zweden zijn de composities goed en spannend opgebouwd. Tussen deze eerste track en de opvolgende, genaamd Smoke Room, zit een korte pauze die wat mij betreft weg gelaten had kunnen worden. Het start waar de vorige eindigde en gaat in 8 minuten langzaam naar een heerlijk opzwepend hoogtepunt. Het eerste kwartier is omgevlogen voor ik er erg in had. Afsluiter van kant A is het zalige trage bluesy Monochrome Torpedo. Ogen dicht en genieten. Op zo’n moment heeft een cd wel voordelen ten opzichte van een lp. Opstaan om het vinyl om te draaien, vanuit deze roes, is even schakelen. Maar het blijkt wel weer de moeite waard. Kant B is niet erg veel anders qua sound betreft. Dus ook hier drie wat langere tracks die de woonkamer vullen met kabbelende gitaarklanken.
Wat dit album wel een extra dimensie geeft, zijn de op de achtergrond aanwezige keys van, wederom gastartiest, Per Wiberg. Uiteraard ben ik bevooroordeeld, want ik ben groot fan van deze man, maar zonder deze extra subtiele laag zou het een stuk sfeerlozer zijn. Hij heeft, nadat het album geschreven en gedeeltelijk opgenomen was, zijn ding mogen doen. Hierbij heeft hij niet gegrepen naar zijn befaamde Hammond, maar heeft hij de volumeknop van zijn keyboard op drie gezet waardoor hij de muziek net dat extra fijne randje geeft.
Alles bij elkaar opgeteld is dit zeer zeker een album om in mijn ogen gewoon eens te proberen. Dit kan eenvoudig op de bandcamppagina.