Wat ooit begon als een zijproject bij multi-instrumentalist Matt Carviero, is uitgegroeid tot een waardig project dat de naam Bells And Ravens heeft. Een project waarin Matt zijn voorliefde voor metal én klassieke muziek weet te combineren.

In de opener Rise wordt dat meteen duidelijk met het theatrale lichtelijk bombastische karakter dat de compositie siert. De metalkant neigt het meest naar de powermetal maar in Rise ligt het tempo niet hoog en wordt het geheel in een gangbaar ritme gespeeld. Met Bridges Ablaze schuift Matt licht naar de progressieve kant. Vooral in het instrumentale tussenstuk dat gevolgd wordt door een moment van innemend gitaarspel wordt dat duidelijk. Het geluid is lekker vol aangezet en misschien tegendraads zorgt een vertraging in het refrein voor een verhoging van de intensiteit. In de refreinen wordt duidelijk dat de falsetstem van (aangetrokken) zanger Selin Schönbeck (We Are Legend) mooi past in de setting van Bells And Ravens. Hier past het heel goed. In The Fire Inside krijg ik echter het gevoel dat hij zich vergaloppeert in de hoge regionen en dat klinkt voor mij niet prettig. The Fire Inside is muzikaal een dijk van een compositie dat start met een heavymetalriff in een snel tempo. Dat riffgeluid blijft op de achtergrond als een black-and-decker rondzagen waardoor er vaart blijft.

De powermetal van Bells And Ravens is in Now weer meer ingevuld met klassieke elementen en de rustieke zangmomenten doen een beetje denken aan de muziek van Avantasia. Een uitstapje dat goed uitpakt. Juist het terugpakken van de rust in een soort van a-capellastuk maakt het geheel interessant. Met Until I Leave lijkt Matt Carviero de oversteek te maken overzee. Deze ballad heeft met de akoestische gitaar en de vibe wat weg van muziek zoals deze in de jaren negentig door een band als Soul Asylum werd gemaakt. Een fraaie ballad die daarbij niet zoveel meer omhanden heeft.

De voorliefde van Matt Carviero krijgt pas echt vorm in de klassieke bewerkingen aan het eind van het album. Met 1808 (Beethoven’s 5th Symphony) maakt hij een eerbetoon aan de klassieke meester waarvan gezegd wordt dat hij een echte metalhead zou zijn wanneer hij nu muziek zou componeren. Daarnaast zijn er metalbewerkingen van Tchaikovsky’s Swan Lake in 1877 en omhelst 1896 de Bruckner Metal Medley Symphonies 8.4 en 9.2.

Ik houd wel van de variaties die hier neergezet zijn, hoewel het allemaal niet heel erg vernieuwend is en vooral 1808 en 1877 wel heel erg bekende klassieke stukken zijn die al eerder bewerkt zijn. Voor de jongere metalliefhebber is het misschien wel een eye-opener naar de oude klassieke meesters.

In Our Blood is daarmee een zeer gevarieerd album waarop Matt Carviero laat horen dat hij wel weet hoe hij goede composities kan schrijven. Dat de zang niet altijd even prettig is neergezet en de klassieke stukken wel erg voor de hand liggen, is het wel genieten met Bells And Ravens.