Het is niet de eerste keer dat dit mij is overkomen. Een like op mijn Instagram-account van een Nederlandse band. Even kijken wie dat zijn en op onderzoek uit. Op zoek naar een stukje muziek op Youtube of Spotify. En dan ben je ineens weer enthousiast. Ook in dit geval ging het precies op deze manier…

Between the Jars is een vrij jonge vijfkoppige band uit Utrecht met toch best al een aardige staat van dienst. Destijds opgericht en gaan oefenen in een aangepaste kelder van een drankenhandel. Tussen de flessen en potten en vandaar de bandnaam. Niet lang nadat de band gestart was deed men mee aan diverse band-contesten en nam het debuut EP Sirens op. Kort daarna gingen de heren helemaal los en traden overal en nergens op. Van Paradiso tot India. Het uiteindelijke debuutalbum Oh… What a Time to Be Alive, werd opgenomen in de Sound Vision Studio met George Konings en later gemastered door Miles Showell in Abbey Road Studios. Uitgebracht in april 2020, en het was na alle media aandacht vreemd genoeg nog steeds langs mij heen gegaan.
Maar ik ben wel begonnen met luisteren naar dit album om een vergelijk te kunnen maken met de nieuwe release. Ik was met stomheid geslagen, en kan er niet omheen om hier kort iets over te schrijven. Tijdens een lange autorit luisterde ik voor het eerst naar de muziek en ben eigenlijk op autopilot naar huis gereden. Telkens weer werd mijn aandacht getrokken. En dat begint al met The Auction waarbij de luisteraar terecht komt in een bizar soort hoorspel. Florian Albronda heeft een geweldige stem en laat horen wat hij in zich heeft. Zoiets had ik nog niet eerder gehoord en de eerste keer dat ik het hoorde moest ik wel even schakelen in mijn hoofd en wist niet goed wat ik er mee aan moest. Maar een tweede en derde luisterbeurt gaven meer en meer details weg. En mede door de bijzondere Indiaas klinkende gitaarriffs is het een enorm gaaf nummer. Als een album zo bijzonder begint kan het niet anders dan dat er nog meer pareltjes volgen. En ja hoor, ik word op mijn wenken bediend. Via onder andere Strange World waarin een schitterende gitaarsolo verweven zit kom je uit bij een episch nummer van ruim 11 minuten met de titel Light Years. Ik ben zelf een enorme progfan, en dit nummer pakt mij vanaf het begin. Traag en zwevend werkend naar een ongelooflijk gave battle solo met Hammond en gitaar. Deze combinatie geeft mij vaak kippenvel en dat is nu dus niet anders. Dit moet en zal ik live een keer ondergaan, no matter what. Bij Dancing In Circles gaan de registers van dit orgel helemaal open en krijgt mij op de knieën. We eindigen deze plaat met een Plane Crash. Ook weer met die heerlijke Hammond basis. Het is net of men dit instrument halverwege de opnames van dit album pas gekocht heeft want ik mis dit in de eerste nummers van het album. De absolute climax van dit album zit in de laatste minuten waarbij er een orgasme van geluid de kamer in golft.

Maarten van den Ende (bas), Jesper Hendriksen (is reeds vervangen door Marleen Cuijpers) (Hammond), Chris Fonteijn (gitaar), Max Mulhuijzen (drums) en Florian Albronda (zang, gitaar) hebben hiermee de lat erg hoog gelegd en ik kon uiteraard niet wachten om de recente opvolger What’s To Come op te zetten. Dit keer helemaal zelf opgenomen in de Sasapalooa Studio’s te Harmelen en laten masteren en mixen door George Konings in de Sound Vision Studio.

The Swarm begint met een licht oosters tintje, door het hele nummer in de basisriff verweven. Pompende bas en weer de Hammond. Ja hoor we zijn los. Door de oosterse klanken is dit een heel bijzonder nummer geworden dat ook vrij psychedelisch overkomt. Hier zijn zeer gedreven en getalenteerde mensen aan het werk. All In Me heeft weer zo’n bijzonder Indiaas speels aanvoelend geluid en is meer “dansbaar”. Ik zie een festivalweide al voor me. Biertje erbij met de kop in de zon. Ogen dicht en genieten. Untethered is een fraaie meeslepende ballad van ruim 8 minuten waarin Florian laat horen ook in de ingetogen nummers beschikt over een zeer aangename stem. The Volume Rat heeft een pompende bluesy sound dat met zijn 4,5 minuut mij veel te kort is. Pasing Through heeft daarentegen een meer vrolijk klinkende funky gitaar gedragen sound dat meer uptempo is. Live gaat dit wel wat nekken laten bewegen. Collision is een instrumentaal intro van iets meer dan twee minuten waarin we de controleruimte van NASA opgeroepen horen worden. De reprise van All In Me sluit het album af zoals het hoort. Traag, meeslepend, vol van geluid en zichzelf werkend naar een climax. Halverwege gaat even het gazzerop waarna de blues het overneemt. Psychedelische riffs op een bedje van bas, snare en orgelklanken. Dit nummer gaat alle kanten op en is hierdoor een genot om naar te luisteren.

Ik kan maar één ding toevoegen aan deze review: Ik ben fan.

Beide albums zijn heel erg sterk waarbij ik stiekem wel moet toegeven dat het debuut mij als progfan enorm verwend heeft met die mooie epic Light Years.  Een nummer als dat miste ik een klein beetje op What’s To Come. Maar desalniettemin is ook deze opvolger prachtig. De verscheidenheid in stijlen en natuurlijk de orgelklanken maken het voor mij een reden om dit te blijven volgen en absoluut live een keer mee te maken. Ik hou de concertagenda in de gaten. En als de band iemand uit zijn plaat ziet gaan op de voorste rij ben ik dat…