Het is maandag 9 maart 2020, bijna kwart over twaalf in de vroege middag. Gewoontegetrouw ben ik bezig aan mijn lunchwandeling. Deze keer is dat een rondje rondom het complex van het Erasmus MC, mijn werkgever. Met een beetje gezond doorstappen ben je in twintig minuten rond. Niets bijzonders. Doe het regelmatig.

Ik ben halverwege het Museumpark. Het zonnetje schijnt uitbundig. Mijn mobiel in de rechter broekzak begint te trillen. Op het beeldscherm van mijn Samsung J7 prijkt de naam van mijn baas, de manager van de Arbodienst. Ik neem op en ik hoor hem zeggen: “Hallo Hans, waar ben je? Het coronavirus rukt op. Vanmiddag om drie uur is er spoedoverleg met de directeur HR. Daar kom jij ook heen, want ik zoek een projectleider. Tot vanmiddag”. Het gesprek is beëindigd. Pas later besef ik dat naast mijn gewone leven ook mijn arbeidzame leven in een klap is veranderd. Van wie niet, hoor ik je zeggen.

Je moet weten dat ik als adviseur arbo verbonden ben aan het Erasmus MC. Wanneer er een project geleid moet worden zetten ze Hans Ravensbergen in. Vaste prik. In het verleden had ik al te dealen met SARS (2003), H1N1 ofwel de Mexicaanse griep (2009), mazelen (2013) en Ebola (2014). En uiteraard jaarlijks de vaccinatiecampagne tegen influenza. Maar dit is anders. Een virus wat opdook in het binnenland van China. Notabene het andere eind van de wereld. Het voelde als de ver-van-mijn-bed show. De kille waarheid dringt pas later tot mij door. Net als bij iedereen trouwens. Behalve bij Jaap van Dissel van het RIVM. De rest is geschiedenis. De details van de hectiek in Nederland en alle zorginstellingen zal ik je besparen. Mijn werkgever, het grootste ziekenhuis en umc van Nederland, is dagelijks op het Journaal. In het brandpunt van alle ellende.

Net als vrijwel iedereen vertoef ik zoveel mogelijk binnen. De kantoortuin bij de Arbodienst heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een werkplek in mijn keuken. Ook daar staat een plant. Gelukkig. Ik doe mijn uiterste best niet zelf in een kasplant te veranderen. Muziek moet mij redden dacht ik. Met al dat thuiswerken mis ik ineens twee keer per dag de dosis muziek die tijdens het woon-werkverkeer uit mijn mp3-speler komt. En dat is toch een uur per dag. Ik ben van slag. Mijn ritme is naar de kloten. Dan maar thuis de hifi installatie aanzetten. Mijn streamer afstemmen op Progman (Duitse non stop zender voor progressieve rockmuziek). Een aanrader trouwens. Maar de muziek beklijft niet, waar hij dat voorheen wel deed. Ik kijk naar het stapeltje cd’s waar ik voor Rockportaal nog een recensie moet pennen. Ik pak de bovenste en prop het schijfje in mijn cd-speler. De band heet My Arrival. Leuk bandje uit Nederland. Na twee rondjes houd ik het voor gezien. Er vloeit geen letter uit mijn toetsenbord, waar ik voorheen moeiteloos een A4-tje vol schrijf. Er bekruipt me een angstig gevoel. Het zou toch geen……?

Het werk roept weer. Een vergadering met mijn collega’s via Skype For Business. De verbinding werkt voor geen meter. Althans niet bij mijn collega’s. Ik worstel me door mijn volle Outlook mailbox. Het woord corona komt vaak voorbij. Om half zes vind ik het mooi geweest. De geur van gebraden vlees vult mijn werkplek. Ik klap mijn laptop dicht. Aan dezelfde keukentafel eet ik de prak die mijn vrouw me voorzet. Na het eten grijp ik naar mijn mp3-speler. Ik zoek de digitale promo van Medea nog eens op. In de laatste dagen woon-werkverkeer beluisterde ik deze al een keer of vijf. Ik klap mijn laptop weer open en schrijf een recensie. Het zal voorlopig de laatste blijken……

De dagen thuiswerk rijgen zich aaneen. Vanuit huis blijk je toch een project te kunnen leiden. Of is het lijden? Ik kijk niet meer op van het toenemende aantal doden en de verontrustende nieuwsberichten. Al die sterfgevallen en dat nieuws vullen met een tergend tempo mijn bovenkamer. En die zit al zo vol met corona-zaken wat mijn dagelijks werk met zich meebrengt. Nu weet ik het zeker, in mijn hoofd is geen plaats meer voor muziek. Ja, als behang, op de achtergrond. De inspiratie waar ik bijna altijd en overal op kon vertrouwen is verdwenen. Corona heeft mij een writers block bezorgd. Dat dringt nu pas tot me door. En ik accepteer het. Die acceptatie brengt mij ineens rust. Vanuit die rust schrijf ik deze column. Sorry, Golden Caves en Pure Reason Revolution. Jullie schijfjes zullen het nog even zonder mijn commentaar moeten doen. Maar is dat erg? Nee, dat is slecht bijzaak. Een heel kleine bijzaak….

Ik wens iedereen vooral gezondheid. Koester wat je hebt. En neem nog even die anderhalve meter in acht.