Multi-instrumentalist Floris Velthuis bracht in 2021 met Schavot het goed ontvangen Galgenbrok uit. Naast dit eenmansproject is hij te vinden in Meslamtaea, Sagenland en Asgrauw. Deze week komt het nieuwe album, Kronieken Uit De Nevel, uit waar wij bij Rockportaal ook lovend over waren. Een mooi moment dit black metal talent beter te leren kennen via een persoonlijk gesprek.

Schavot is eigenlijk een product van de pandemie. Omdat er toen ruimte en tijd voor was besloot Floris zijn thuisstudio in te duiken om gehoor te geven aan zijn liefde voor second wave black metal en specifiek de Scandinavische versie. “Ik heb een studio op zolder en kan daar altijd naar toe om iets op te nemen. Daar ben ik een nummer gaan opnemen en is Schavot ontstaan. Dat proces beviel me zo goed dat daar ook het eerste album is geboren. Ik was Meslamtaea ooit begonnen als eenmans project maar dat is een trio geworden. Zo heb ik ook de bands Sagenland en Asgrauw, maar het idee om in mijn eentje muziek te maken is gebleven. Ik hoef dan geen compromis te doen en kan maken wat ik zelf wil.’’

Het klankbord van andere bandleden mist Floris niet echt. “Ik kan heel goed mijn eigen klankbord zijn door een opname even los te laten voor een paar dagen en het dan eens opnieuw te beluisteren. Dan zijn mijn oren fris en kan ik bepalen of iets de moeite waard is of niet. Soms gooi ik stukken weg en begin ik overnieuw. Ik zie het meer als puzzelen. Je hebt allemaal losse ideeën die wel of niet in elkaar vallen. Als die stukjes in elkaar passen heb ik een geraamte voor een nummer. Dat ga ik dan perfectioneren. Het begint vaak bij drums of een riff en dat bouw ik om naar een compleet nummer.”

De muziek komt dan eigenlijk ook spontaan op in zijn hoofd. Het begrip ‘Efteling metal’ dat wel eens gebruikt wordt voor meer sprookjesachtige symfonische metal krijgt zo een heel andere betekenis bij Floris. “Zo was ik met mijn familie in de Efteling en hoorde ik iets in mijn hoofd. Ik denk, straks ben ik dat vergeten, dus mompelde ik het daar op het toilet in op mijn voice recorder. En dan moet ik thuisgekomen weer ontcijferen wat ik bedoel.” Als ik hem wijs op de term ‘Efteling metal’ komt Floris met een interessant weetje. “Het artwork van het album is gebaseerd op het werk van Anton Pieck, die natuurlijk veel attracties heeft ontworpen voor de Efteling. Zijn illustraties boeien mij ontzettend, ik vind het zo’n gave kleuren en sfeer hebben.’’

De muziek in zijn hoofd kan op verschillende manieren ontstaan. “Bijvoorbeeld als ik een nummer zit te luisteren en het eindigt gaat het door in mijn hoofd naar een ander nummer. Of het ontstaat uit ruis, als ik in de auto zit en mijn wielen hoor of als ik een stoplicht hoor tikken. Het ontstaat eigenlijk uit het niets. Ik hou van die riffs die op onverwachte momenten komen zonder dat ik iets hoef te forceren. Soms heb ik een begin en eind van een nummer en moet ik er wel iets tussen vormen, omdat ik hou van composities met een kop en een staart. Daar ben ik wel traditioneel in. Moderne black metal is vaak gebaseerd op een bepaalde sound met veel reverb en veel herhaling. Een nummer is dan opgebouwd uit maar twee riffs. Ik wil minimaal vijf riffs hebben en echt nummers maken met een kop en staart die een verhaal vormen.’’

De nummers van Schavot zijn gebaseerd op de vele mythen en sagen die ons land rijk is. Dat vind zijn oorsprong deels in waar Floris vandaan komt. “Ik kom oorspronkelijk uit Twente. Ik ben vroeger altijd veel in de natuur geweest, op de boerderij en in de bossen. Daar heb ik een interesse aan overgehouden in de mystiek van het landschap en de natuur. Ik ben ook vaak bezig met bonsai boompjes en hou van organische vormen. Vroeger had je bijvoorbeeld de verhalen van de Witte Wieven, afkomstig van de mistflarden op het land. Dat vond ik heel interessant. De teksten zijn allemaal gebaseerd op de oude volksverhalen die veel vertellen over de mensen van vroeger. Er zit veel bijgeloof in en ook preventie. Bijvoorbeeld dat je niet om middernacht in het veen moest rondlopen want dan werd je gegrepen door de dwaallichten.’’

Die fascinatie met de natuur kom je in black metal veel tegen. “De oude Noorse bands als Ulver hebben dat ook. Dat gaat over de verbintenis van de mens met de natuur. De nummers van Meslamtaea gaan dan weer over de afstand tussen mens en natuur.”

Opmerkelijk genoeg leerde Floris de meeste instrumenten zelf spelen en is hij van oorsprong alleen drummer. “Ik begon op de havo met drummen in schoolbandjes. Mijn ouders vonden dat zo gaaf dat ik een drumstel kreeg. De schoolbandjes speelden meestal hardrock en punk, maar mijn interesse lag met name in black metal en technische death metal. Ik heb toen een gitaar gekocht en ben eigenlijk meteen begonnen met opnemen. Dat ging eigenlijk vanzelf. Ik oefen ook nooit, behalve dan met drums, mijn primaire instrument. Drums kan ik ook live spelen, maar met gitaar weet ik een jaar later niet meer wat ik gedaan heb. Ik hoor iets in mijn hoofd en ga net zolang bezig met mijn gitaar tot ik het geluid heb vastgelegd wat ik in mijn hoofd hoor.”

Het mag toch indrukwekkend gevonden worden dat Floris de tijd kan vinden om een baan te hebben, een gezin en toch de tijd heeft om in zoveel bands te zitten. Floris weet wat de sleutel daartoe is. “Ik gebruik tijd efficiënt. Sinds de pandemie kan ik thuiswerken, dat scheelt weer twee uur reistijd dus dan kan ik zeker een uur muziek maken. Als we met Asgrauw samen zitten gaan we niet bier zitten drinken maar echt zitten schrijven en opnemen. Ik wil gewoon elke dag een uur muziek maken en met Asgrauw spelen we samen iedere woensdag een uurtje of drie.”

Er werd op internet vrij veel aandacht besteed aan het nieuwe album van Schavot. Veel zines pikten het op en schreven er over. Een prestatie voor een underground eenmans project. “Ik ben vroeger altijd tegen social media geweest. In de black metal was het gebruikelijk om het anoniem te doen en gingen we er vanuit dat kwaliteit vanzelf boven kwam drijven. Tot op een gegeven moment we wat frustraties hadden toen we met Asgrauw veel tijd gestopt hadden in een album, het uitbrachten en je krekels kon horen. Ward (zanger van Asgrauw – JvdS) besloot het anders aan te pakken en juist wel de social media op te zoeken en precies uit te zoeken hoe dat werkt met algoritmes et cetera. We hebben het toen omgedraaid en maakten elke dag social media posts. We hebben ook Zwotte Kring opgericht. Het is een samenwerking tussen bands als Asgrauw, Teitan en andere gelijkgestemde muzikanten die super enthousiast zijn. Met dat collectief hebben we ook een eigen social media pagina. Als band kun je niet elk jaar iets nieuws uitbrengen, maar als collectief wel. Zo zorg je dat je niet vergeten wordt op social media. Mensen weten waar we voor staan en wat voor muziek we uitbrengen. Daarnaast worden we geholpen door Dead Mill Media die de contacten heeft.’’

Als het gesprek komt op de hedendaagse black metal heeft Floris een duidelijke mening. “De Nederlandse black metal is een klein wereldje. Je ziet bij shows altijd dezelfde mensen. Ik heb zelf de indruk dat black metal weer helemaal terug is van weggeweest. Van de jaren 90 tot 2010 ben ik erg into black metal geweest, maar de jus begon er wat af te gaan toen bands zich steeds meer begonnen te herhalen. Toen ik door Asgrauw werd gevraagd voor ze te drummen ben ik het weer meer gaan volgen. De laatste drie jaar vond ik eindelijk weer wat ik zocht. Dat zijn bands die klinken als vroeger maar ook bands als Grey Aura die helemaal nieuwe klinken en hun unieke, eigen ding doen. Of bands als Teitan en Cthuluminati. Je moet wel vernieuwen om black metal klaar te maken voor de toekomst. Het is geen 1998 meer. Hoewel ik dat geluid nog wel gaaf kan vinden, maar dat is meer op basis van nostalgie. Ik ben altijd op zoek naar muziek met een haakje. Dat kan zoals Grey Aura totaal vernieuwend zijn, maar ook een Sammath die live een enorme intensiteit heeft die ik vroeger ook in black metal hoorde. Daarnaast zijn er ook wel veel bands die het ene oor in en andere oor uitgaan. Vroeger was er nog een soort vijandschap tussen bands en daar zijn we van af. Er is toch geen concurrentie want we hoeven er geen boterham aan te verdienen. Het levert niets op en doen dit gewoon uit passie. Dus we moeten elkaar ook pushen. Vroeger probeerde de ene band ook vaak trver te zijn dan de andere, dat waren ook andere tijden. Dat is nu niet meer. Dat is ook niet per se slecht natuurlijk. Bij black metal en hardcore heb ik wel de indruk dat vroeger alles intenser was. Ik heb in de Goudvishal vroeger nog artiesten gezien die zich met de microfoon de tanden uit sloegen. Dat hoor je ook terug in de opnames, het was niet netjes en glad maar allemaal heel rauw. Dat mis ik nu wel eens aan de muziek.”