Een overrompelende, energieke show in Zwolle.

Vrijdagavond kwart over acht, het is al druk in de zaal. Het is uitverkocht maar niet iedereen komt kijken bij Ruv die de avond mag openen. De drie heren spelen bluesrock met een hoofdrol voor de baspartijen. In een klein half uur laten ze het publiek smullen van lekkere basloopjes en lange gitaarsolo’s. De band maakte haar debuut in 2016 op het Ribs’n Bluesfestival en laat horen niet ten onrechte te zijn gekozen als voorprogramma. De band groeit en wil de grenzen over om Europa te veroveren. Een eerste release staat genoteerd voor maart 2018.

Iets na kwart over negen is het dan toch tijd geworden voor het echte werk, hier is iedereen voor gekomen. De zaal is vol, de lichten uit. Op het grote doek schijnen twee lichten op de ogen van de uil, in harmonie met een pulserende beat. Als de Nederlandse gitaargod het podium betreedt is de zaal er helemaal klaar voor. Zanger Jan Hoving grijpt de microfoonstandaard en de band trapt af met Tightrope, het openingsnummer van het nieuwe album MK II. Hierna volgen drie nummers van het debuut album, Nothing Touches, Line Of Fire en Steal Away.

Hoving loopt op het podium heen en weer met een grote grijns op zijn gezicht, en die zal daar de hele avond blijven. Er worden acrobatische toeren uitgehaald met de microfoonstandaard die hij maar sporadisch aan de kant zet. Hij is overduidelijk aan het genieten. En zo ook de rest van de band, Mart Nijen Es werkt zich in het zweet achter zijn drumstel en Sem Christoffel plukt schijnbaar onvermoeibaar de ene baspartij na de andere. En Ad Vandenberg? De nestor zag dat het goed was. Geconcentreerd op zijn gitaarspel is er regelmatig oogcontact met Hoving en middels een gulle lach toont hij zijn tevredenheid. Hij heeft zijn plezier in het spelen weer helemaal teruggevonden.

De show vervolgt met het nieuwe, stampende Angel In Black gevolgd door het oudere Close To You. Dan wordt er een akoestische gitaar op een standaard bij Vandenberg neergezet en volgt de eerste gouwe ouwe van vanavond, Burning Heart. Het nummer uit 1982 heeft nog niets ingeleverd van zijn hit potentie en wordt uit volle borst meegezongen. Als het nummer afgelopen is, is het tijd voor een rustig intiem stukje muziek op het podium. Vandenberg en Hoving doen samen What Doesn’t Kill You en een prachtige versie van Sailing Ships, een Whitesnake nummer. Het is teleurstellend om weer te ervaren hoe onbeschoft het doorsnee Nederlandse publiek is. Ondanks vragen vanuit andere delen van het publiek om stil te zijn, menen een groot aantal aanwezigen toch te moeten doen alsof ze in de buurtkroeg zijn en gaan door met hun gesprek. Totaal geen respect voor de artiest, heel erg jammer.

Na de laatste tonen van Sailing Ships, waarin maar weer eens opvalt hoe erg de stem van Hoving op die van David Coverdale lijkt, komt de rest van de band terug op het podium. De show gaat vol gas verder met een versie van Judgement Day (ook Whitesnake) die het publiek omver blaast. Nijen Es mag zich dan in zijn eentje vermaken en zet een weergaloze drumsolo neer, een ware krachtsinspanning. De show vervolgt hierna met de nieuwe nummers Reputation en The Fire waarna het tijd is voor een derde Whitesnake klassieker. Het is Here I Go Again, de eerste track van de rockband waar Vandenberg op meespeelde, al was toen slechts de intro. De show wordt afgesloten met Lust And Lies, afkomstig van het eerste album.

Op het podium worden muzikale gevechten op het hoogste niveau gevochten. Christoffel zet een fantastische baspartij neer waarbij Vandenberg en Nijen Es slechts als begeleiding fungeren. Ook de onderlinge, kleine grapjes op het podium laten zien dat deze band geniet van elk moment. De show oogt solide en we zien een geoliede machine die spontaan en fris oogt.

De toegift bestaat uit het lekkere uptempo Love Runs Out, afkomstig van het laatste album. Het is een cover van OneRepublic, maar wel helemaal in de stijl van Moonkings omgezet. Het allerlaatste nummer van de avond is een cover van Led Zeppelin’s Rock And Roll. Na een kleine negentig minuten verlaat de band het podium en kan het publiek voldaan naar huis.


Fotografie Patrick Denkers