BEUK heeft zopas de knappe EP Dynamiet uitgebracht met Nederlandstalige hardrock die de reviewer van Rockportaal met een beetje heimwee deed terugdenken naar de begindagen van de Nederlandse band Vandale. Een referentie die BEUK-zanger Roel Jacobus wel wist te smaken. Wij legden Roel een paar vragen voor, onder meer over waar deze band naartoe werkt.

 

Laten we beginnen bij het begin. In 2016 brachten jullie het debuutalbum Strak Plan uit in eigen beheer, maar wanneer is BEUK opgericht?

Roel: Met drummer Laurent vormde ik vanaf 2011 de ritmesectie van een coverband. Toen die eind 2014 een jaar pauze nam, zag Laurent een zoekertje van gitarist Meyke. Het klikte meteen tussen die twee. Ik kwam er bij en na twee avonden jammen ontstonden al de eerste songs. De Nederlandstalige teksten kwamen direct en heel natuurlijk tot stand.

Slechts weinig echte rock- of metalbands doen het in het Nederlands. Wat heeft bij jullie de doorslag gegeven om voor het Nederlands te gaan?

Roel: Ik ben journalist van beroep. Ik ben dus een verteller en dan vind ik het logisch om te communiceren in de taal van het publiek. In vroegere bands had ik ook al af en toe Nederlandstalige songteksten geschreven. Ik kan me veel nauwkeuriger en origineler uitdrukken in mijn moedertaal dan in een poging tot iets wat op Engels lijkt. Het was verrassend en toch eigenlijk weer niet om in het buitenland te vernemen dat mijn Nederlandstalige zang voor hen authentiek klinkt en anders dan de honderdduizenden andere bands. Een Britse radiopresentator noemt het zelfs een uniek instrument op zich. We beseffen soms zelf te weinig welke mooie klanken onze taal heeft.

Jullie hebben al vaak moeten uitleggen dat een Nederlandstalige band in de UK eigenlijk geen probleem is. Maar wat zijn de vreemdste reacties dan in de UK?

Roel: Gek genoeg moeten we enkel in Vlaanderen en Nederland uitleggen dat een Nederlandstalige band geen probleem is in het buitenland. In de Engelstalige en Franstalige wereld vinden ze het niet meer dan normaal dat je in je eigen taal zingt, want zij kennen nauwelijks andere talen dan hun eigen moedertaal. De leukste anekdote is de band Sofasonic die onze song ‘Zo Mooi’ coverde met de woorden getrouw fonetisch nagebootst. Ze stuurden ons een filmpje van hoe een Engelse pub uit de bol ging op dat nummer. Heel grappig.

 

Jullie spelen intussen heel vaak in de UK. Hebben jullie schrik voor de Brexit?

Roel: Tot vandaag verloopt alles heel simpel. We zijn voorlopig nog allemaal lid van dezelfde Europese Unie met vrij verkeer van mensen, goederen en diensten. We zien wel hoe het loopt met die hele Brexit. Bij onze intussen talrijke Britse vrienden horen we wel dat zij misschien nog meer dan ons inzitten met administratie en procedures om als Britten in Europa te spelen.

Jullie speelden behalve in de UK ook al in Frankrijk en Nederland. Als de taal geen probleem is, waar willen jullie me BEUK graag eens spelen? En welke band mag er mee als support?

Roel: Spelen in Zuid-Amerika moet de max zijn. Omdat ze daar nogal van thrash houden, nemen we onze vrienden van Guilty As Charged mee.

 

Hoe ver reikt de ambitie. Wil je later terugkijken en kunnen zeggen ‘wij hebben op Graspop gestaan’?

Roel: Voor elke Belgische hard band mag en moet zelfs Graspop de ambitie zijn. Een plek op een groot festival draag je voor je leven mee. Ik speelde ooit op het – toch in Vlaanderen – legendarische festival Marktrock in Leuven en heb daar nog altijd de beste herinneringen aan. We hebben trouwens een weddenschap lopen dat we ooit op Glastonbury zullen spelen.

Wie zijn jouw voorbeelden als tekstschrijver?

Roel: Ik kijk met een filosofische blik naar wat rond mij gebeurt. De inspiratie komt werkelijk van overal stormachtig aanwaaien. Kijk een dag om je heen en je kunt een boek schrijven. Dimitri Verhulst en Herman Brusselmans doen niets anders, althans zo lijkt het. Ik durf me ook wel eens boos maken over de stroom van onzin in de maatschappij. Vaak denk ik: zién de mensen echt niet dat ze bij de neus genomen worden? Of willen ze gewoon bedrogen worden? Een ironische dubbele bodem helpt dan om sociaal sarcasme verteerbaar te maken.

 

Welk Nederlandstalig nummer zou je graag eens coveren? Of welk nummer zou je willen vertalen naar het Nederlands?

Roel: Ik hield enorm van de gebalde poëzie van Thé Lau van The Scene. Als ik één van zijn songs moet uitkiezen, dan vind ik Brand een wereldnummer. In het Engelstalige repertoire is Ozzy Osbourne zijn evenknie. Teksten als War Pigs en Crazy Train zijn meesterstukjes.

 

Je vertaalde live reeds Ace Of Spades van Motörhead. De Antwerpse band Amörtisseur maakte daar een heel bandconcept rond. Denk je dan ‘verdorie, waarom hebben wij dat niet bedacht’ of eerder ‘goed dat niemand van ons zo gek was om dat te bedenken, want dan zaten we daaraan vast’?

Roel: Amortisseur is een plezant concept en hun show is fenomenaal. Maar met dat concept is het repertoire uiteindelijk gelimiteerd. Wij spelen ook wel graag eens een cover, maar we presenteren ons nog liever met een eigen smoel.

 

Dialect en in het bijzonder West-Vlaams doet het tegenwoordig heel goed in de popmuziek in Vlaanderen. Is dat niet iets voor BEUK?

Roel: Het West-Vlaamse dialect telt veel zachte tweeklanken en ingeslikte medeklinkers. Voor harde muziek gebruik ik liever de open klinkers en harde medeklinkers van het algemeen Nederlands. Ik heb ook graag dat ze mijn teksten verstaan van in De Panne tot Groningen.

 

Jullie zijn heel goed in nummers met veel vaart. Al eens een slow of een powerballad proberen schrijven?

Roel: Onze basisregel is dat het in rock & roll moet vooruitgaan.

 

Jullie zitten bij Parsifal Records, maar zijn daar een beetje de vreemde eend in de bijt. Is de samenwerking enkel gebaseerd op het feit dat zowel band als label van Brugge zijn?

Roel: Er circuleert op het internet een filmpje waarin Frank Zappa heimwee heeft naar ouderwetse platenbazen die vernieuwde groepen gewoon hun gang laten gaan en wel zien wat het wordt. Ons verhaal met Nico Mertens van Parsifal past perfect in dat plaatje. Het label maakte vooral naam met blues en kleinkunst, met artiesten als Urbanus, Walter De Buck, Boudewijn De Groot, Willem Vermandere, Armand… Toch verdiende Nico Mertens ook zijn strepen in de rocksector. Hij liet bijvoorbeeld op het eerste album van Big Bill de jonge gitarist van TC Matic, Jean-Marie Aerts, debuteren als producer. Die bouwde daarna een wereldreputatie op met onder meer Urban Dance Squad. In het portfolio van Parsifal zitten of zaten ook Red Zebra, Saint-James, Bert Deconinck en recent Guy Verlinde. Los daarvan is het lekker makkelijk dat we vlakbij elkaar wonen.

 

BEUK heeft het in de lyrics nogal voor sportfiguren, met wielrenners Jelle Wallays en Jacky Durand en wereldkampioene boksen Delfine Persoon, … Wie van die bezongen sportmensen heeft al gereageerd?

Roel: We raakten bevriend met Delfine Persoon en speelden bij één van haar kampen en in haar supporterslokaal. Ook Jelle Wallays vond onze ode geestig, maar hem konden we nog niet persoonlijk ontmoeten.

 

Er zit een zeker patroon in de keuze van sportmensen. Het zijn eerder noeste werkers dan veelwinnaars.  

Roel: Eerlijk zweet stinkt niet, dat is waar. Maar die toppers zijn er ook niet zonder moeite gekomen, hoor.

 

Op Facebook zie ik bij jou af en toe steun voor de klimaatbrossers in België. Kan een rockband (piekverbruiken bij shows, veel over- en weer-gerij, geluidsoverlast) zichzelf duurzaam noemen?

Roel: De wetenschap is overduidelijk: de mens draagt bij tot het verstoren van het broze evenwicht dat ons precies in leven houdt. Voor al wie maar een greintje verstand in zijn hoofd heeft, staan alle waarschuwingslichten op rood. Ik ben heel blij dat de jeugd op een eigen manier protesteert. Ze zijn te jong om te stemmen of om beleid te voeren, dus moeten ze hun boodschap wel zo laten horen. Dit is niet alleen een schop onder de kont van de politiek maar evenzeer een ruggensteuntje aan al die bedrijven en wetenschappers die wél goede oplossingen zoeken. Onze impact op het klimaat heeft vooral te maken met ontbossing – planten zijn CO2-vreters – en met de juiste keuze van energiebron. Op een dag zullen de olie en steenkool toch uitgeput zijn. Tot nu gebruiken we nog geen duizendste van de krachten die wind, zon en water op ons afvuren. Als we erin slagen om die duurzame bronnen iets beter te benutten, dan kunnen we tot in de eeuwigheid onze levensstandaard behouden. En meteen ook onze rock& roll-levensstijl.

 

Stel dat de mogelijkheden voor het volgende album helemaal onbeperkt zijn. Wie komt er dan meespelen in de studio?

 Doe maar een duet met Robert Plant, een gitaarsolo van Prince en backing vocals door de twee zangeressen van Abba. En Fleddy Melculy als grappende chauffeur van onze tourbus.