Voices Of The Void is het vierde album van de Belgische postmetalband Carneia. Je weet ondertussen wat je kan verwachten van de band: logge, groovy postmetal met een uitzonderlijke zanger en heel wat invloeden van (uiteraard) Tool, Baroness en van Mike Patton (van Faith No More en tal van meer experimentele projecten).

Carneia brengt op dit vierde album postmetal met een TC Matic-vibe. Ze zoeken zich met veel koppigheid een eigen weg in het genre door aan te schurken tegen naburige genres als groovemetal, stoner en grunge, waardoor het eindresultaat misschien dichter bij de metal dan bij de postmetal ligt.

Wat wel overeind blijft: bij postmetal wordt de stem ingezet als instrument om emoties op te roepen en als dat gegeven klopt, levert Carneia hier opnieuw een puik staaltje postmetal. Jan Coudron (ook van King Hiss) zingt, roept, huilt en grunt alle tracks naar een hoger level. We wisten al langer dat hij gezegend is met een uitzonderlijk bereik en stemvolume, maar het is ook wat je ermee doet. Zoals niet iedereen groter dan 2 m een goede basketter is. Coudron zingt zoals hij beweegt op het podium: geen frontale aanval, maar eerder een katachtig besluipen en dan soms onverwacht uithalen.

Carneia is uiteraard meer dan Coudron. De agressieve gitaarstukken van Jille Vandromme, de diepe, ronde baslijnen van Thomas Combes, de drums van Joppe Vandewalle, ze maken van Carneia een pletwals die zonder mededogen over je heen gaat.  Tegelijk zorgen ook zij voor heel wat emotie in de muziek, maar dan vooral van het soort dat je hard in de maag stompt. Laat ik het anders verwoorden: met Voices Of The Void legt Carneia geen geruststellende, vriendschappelijke arm op je schouders, maar geven ze je een ferme schop tussen je benen.

Er zijn niet echt tracks die er met kop en schouders bovenuit steken, maar als je bv. op Spotify deze band en dit album wil ontdekken, begin dan misschien bij Blood And Candy, Black Coffee en Shadow Man.