Waar tegenwoordig één hoofdprogramma en één support de norm lijkt te worden, pakt Chelsea Grin het deze avond beduidend anders aan. Het Amerikaanse gezelschap staat in de Next van 013 en brengt maar liefst drie voorprogramma’s mee, stuk voor stuk afkomstig uit de Verenigde Staten. Naast de deathcore-veteranen nemen ook de opkomende acts Signs Of The Swarm, Mugshot en Crown Magnetar plaats op het affiche.

Een uur voor aanvang opent de zaal, waarna het publiek mondjesmaat binnendruppelt. Voor opener Crown Magnetar betekent dat een redelijk gevulde ruimte. Het viertal timmert al geruime tijd aan de weg en laat met consistente releases een duidelijke groei horen. Eerder dit jaar verscheen de goed ontvangen EP Punishment, waaruit onder meer Barbed Wire Noose vroeg in de set voorbij komt.

Muzikaal kenmerkt Crown Magnetar zich door een combinatie van snelheid, brute kracht en technisch vernuft. Vooral drummer Byron London maakt indruk met zijn ogenschijnlijk onvermoeibare spel en bijzonder strakke voetenwerk. De frontman is overigens ook een imposante verschijning: breedgebouwd, volledig getatoeëerd en gehuld in een kort topje, wisselt hij moeiteloos tussen helse krijsen en diepe grommen.

Hoewel de opener slechts een half uur krijgt toegewezen, benut de band die tijd optimaal. Hoogtepunten zijn het oudere Full Spectrum Hatred en Decapitation Ritual van de nieuwe EP. Daarnaast wordt de onlangs verschenen single Desecrate Infinite niet onbenut gelaten. Met afsluiter Black Lotus komt het totaal op acht uiterst compacte nummers.

Ook het opvolgende Mugshot krijgt een half uur de tijd om nieuwe zieltjes voor zich te winnen en ook Mugshot kwam eerder dit jaar met een nieuwe plaat op de proppen. All The Devils Are Here telt twaalf composities die nog geen half uur bestrijken en dat is een passende weerspiegeling van de compromisloze herrie die vanavond op het publiek wordt losgelaten.

De hybride van beatdown en hardcore waarin Mugshot grossiert, is momenteel populairder dan ooit en de band lift zichtbaar mee op die golf. Eerdere tours met onder meer The Amity Affliction hebben hun vruchten afgeworpen, getuige de zichtbare fanbase die vanavond vertegenwoordigd is. Aanvankelijk beperkt de pit zich nog tot een compacte hardcorekring, maar nadat vocalist Ringo Waterman het publiek oproept los te gaan, breidt de chaos zich snel uit.

De brute breakdowns zorgen voor een actief publiek, terwijl de monotone growls van de zanger de zaal weten te slopen. De wanhopige achtergrondzang van gitarist Michael Demko en bassist Ciro Abraham zorgt voor net dat beetje welkome variatie in het verder rechtlijnige geweld.
Hoewel de nummers individueel lastig te onderscheiden zijn, is de energie in de zaal onmiskenbaar. Zodra wordt aangekondigd dat er nog twee nummers resteren, stroomt het podium vol stagedivers. Mugshot toont zich een echte liveband, want waar het op plaat uiteindelijk toch gaat vervelen, lijkt er live geen einde aan het plezier te komen.

Vervolgens is het tijd voor Signs Of The Swarm. Sinds de komst van zanger en frontman David Simonich groeide de band gestaag door, met Amongst The Low & Empty als absoluut kantelpunt in hun carrière. Ook zij hebben met To Rid Myself Of Truth een nieuwe plaat onder de arm en het gros van de setlist staat in het teken van dit album.
De deathcore van Signs Of The Swarm is zowel creatief als technisch hoogstaand. Simonich onderscheidt zich niet uitsluitend met zijn veelzijdige vocale technieken, maar ook met zijn krachtige podiumpresentatie. De band opent direct met het titelnummer, gevolgd door singles Hell Must Fear Me en Natural Selection, waarmee meteen de sterkste troeven op tafel worden gelegd.

De aanwezige betrokkenheid vanuit het publiek weerspiegelt duidelijk de groeiende populariteit van de band. Niet alleen de pits en stagedivers nemen toe, ook talloze meezingers weerklinken luidkeels door de zaal. Simonich richt zijn microfoon regelmatig op het publiek, dat de teksten feilloos terugschreeuwt en zichtbaar geniet van de interactie. Dat de band dit jaar inmiddels voor de derde keer voet op Nederlandse bodem zet, ervaren zij zelf als een bron van dankbaarheid. Die verbondenheid met het Nederlandse publiek blijkt ook vanavond wederzijds.

Het oudere repertoire wordt slechts beperkt vertegenwoordigd met het vlijmscherpe Tower Of Torsos en afsluiter Amongst The Low And Empty, waarbij Simonich zelf het publiek in duikt om te crowdsurfen. Na afloop neemt de band zowel op het podium als bij de merch ruimschoots de tijd om met fans in gesprek te gaan.

Aan de shirts te zien is Chelsea Grin nog steeds razend populair. De deathcorepioniers bestaan sinds 2007 en kenden in hun beginjaren zelfs drie gitaristen. Dat aantal is tegenwoordig teruggedrongen naar slechts één gitarist en opmerkelijk genoeg zit er in de huidige bezetting geen enkel oorspronkelijk lid meer. Toch heeft Chelsea Grin sinds de komst van Tom Barber (ex-Lorna Shore) drie bijzonder sterke albums uitgebracht.

Des te opvallender is het dat de set deze avond nadrukkelijk naar de beginjaren teruggrijpt. Deathcore-anthem Recreant dient als opener, gevolgd door klassiekers Cheyne Stokes en The Foolish One, die ook de iconische status inmiddels ruimschoots hebben verdiend binnen het genre.
Zowel het aanstekelijke enthousiasme van frontman Barber als de felgroene en -paarse gitaren trekken direct de aandacht. De band oogt ontspannen en zichtbaar spelend met plezier. Barber zoekt voortdurend contact met het publiek, zo maakt hij grappen, omhelst hij stagedivers en staat zonder schroom selfies toe op het podium.

De eerste collectieve meezinger laat niet lang op zich wachten met Dead Rose, waarvan het refrein luidkeels door de zaal wordt meegezongen. Chelsea Grin staat bovendien bekend om zijn eclectische gitaarsolo’s en het blijft een genot om Stephen Rutishauser zowel het oudere als het recentere, melodisch geladen spel te zien vertolken.
Dit zijn de enige momenten waarop het hele publiek bewonderend staat toe te kijken, want verder is het totale chaos in de kleine zaal. Niet alleen de moshpits gaan er hard aan toe, ook het aantal stagedivers was niet eerder zo hoog vandaag.

Chelsea Grin laat met Suffer In Hell, Suffer In Heaven, Bleeding Sun en The Isnis horen nog steeds relevant te zijn, want ook hier weten de aanwezigen alle woorden door de microfoon te krijsen. Met My Damnation heeft de zanger iets meer moeite, maar gelukkig weet het publiek hem meermaals prima bij te staan.
Het afsluitende kwartier vormt een combinatie van ouder materiaal, waaronder Sonnet Of The Wretched en Crewcabanger, en mondt uit in de moderne parels Sing To The Grave en Hostage. Nog één keer wordt alles gegeven, waarna Chelsea Grin helaas voortijdig tot een einde komt. Toch bewijst dit viertal onmiskenbaar tot de top van het genre te behoren.

Foto’s: Charlotte Grips Fotografie