5 december. Waar in menig huishouden een stokoude man pakjes kwam afleveren aan zoete kinderen, was het in 013 andere koek. Daar stond namelijk Ice Nine Kills op de planning en wie die band kent, weet dat de groep allesbehalve een Goedheiligman is. De Amerikanen uit Boston delen namelijk geen cadeautjes uit, maar komen doorgaans af met een bak stevige gitaarmuziek. Gooi daar ook nog eens een flinke dosis bloed en horrorfilms bij en je krijgt een theatrale beleving die zo op Broadway past. Gelukkig is het nog lang niet zo ver en blijft de band gewoon de popzalen aandoen, dus ook de 013 voor zijn A Work of Art tour.

Op voorhand dachten we dat er vast niet veel mensen op een vrijdagavond naar Tilburg gingen. Boy, oh boy, wat hadden we het fout. Files ter grootte van een marathon en tot de nok gevulde parkeergarages vormden het begin van de avond. Eenmaal bij de venue was het ook flink aanschuiven, waardoor we rond de klok van zeven de zaal in waren. Het resultaat? TX2 was al aan het opruimen. Veel sfeer hing er door het vroege uur nog niet in de zaal, dus oordelen over de kwaliteit konden we niet, maar de barman vertelde ons dat het wel oké was. Laten we hem dan maar op zijn donkerbruine ogen geloven en concluderen dat we wat gemist hadden.
Wat we wél zagen, was Creeper. Over het instrumentale gedeelte kunnen we geen slecht woord schrijven. De gitaristen klonken zo goed dat het bijna van een bandje leek te komen en ook de toetsenist wist met haar vingerspel indruk te maken. Haar strot was er één van goud en als tweede stem fungeerde ze daarmee als een waar hoogtepunt. Over de zanger van dienst hadden we echter wel wat te melden. Will Gould was zijn naam en helaas liet zijn podiumprésence zijn sterke zangkunsten overschaduwen. Poses voor de camera, een overdaad aan aandachttrekkerij en overdreven gedoe waren zowat het gehele optreden de rode draad. Het zorgde er al snel voor dat onze aandacht daar naartoe ging in plaats van naar zijn zang. Zoals begrijpelijk is dat totaal niet de bedoeling en het zorgde jammer genoeg voor een flinke smet op het optreden.
Over The Devil Wears Prada kunnen we wel lovend zijn. De groep was van de avond misschien nog wel de meest normale van allemaal, maar daardoor zeker niet minder dan de rest. Integendeel zelfs, want de Amerikaanse band speelde de pannen van het dak. De heren uit Ohio openden met Ritual, de leadsingle van het recente Flowers. Het album ligt nu een maandje in de schappen, maar nummers als Everybody Knows en For You zaten er al goed in. De groep speelde dat dan ook vol overtuiging en vooral mokerhard, zonder ook maar een moment te verslappen.
Waar bij andere bands het showelement vaak de boventoon voerde, koos The Devil Wears Prada voor pure intensiteit. Frontman Hranica schreeuwde de longen uit zijn lijf terwijl de rest van de groep constant een muur van geluid neerzette. Afsluiter Sacrifice diende als ultiem laatste wapenfeit en sloot de sterke set dan ook sterk af. En dat zonder al het theatrale spielerei waar de rest van de bands maar al te graag uit putte.
Want een theater, dat was het zeker bij Ice Nine Kills. Nadat Red Right Hand van Nick Cave and the Bad Seeds doorheen de speakers knalde, kwam Hannibal Lecter himself het podium opgerold en werd de grote horrorshow met Meat & Greet afgetrapt. Meteen merkte je dat het hek van de dam was, want met Funeral Derangements en Stabbing in the Dark ging het er opnieuw bloederig aan toe. De band ging er zowel letterlijk als figuurlijk met de botte bijl erin en dat was exact waar het publiek voor gekomen was. De eerste moshpit liet dan ook niet lang op zich wachten. Het publiek kolkte binnen enkele tellen de pan uit en al snel werd in de zaal evenveel bloed gegoten als op het podium. Nee, je moest hier niet met hematofobie aanwezig zijn.
Wel merkten we al heel snel een groot gebrek op: de filmpjes die tussen de nummers opdoken. De groep doet bij zowat ieder nummer wel een kledingwissel of karakterchange, waardoor na iedere track een pauze volgt. We snappen dat het de gimmick is, maar hierdoor valt meerdere malen flink wat vaart uit de show. Het leek alsof we in een accordeonfile stonden. Na een paar honderd meter gas geven moesten we telkens weer vol op de rem en dat keer op keer.
Toch bleven de Amerikanen muzikaal opvallend sterk overeind. Steeds wanneer de band het podium op stormde, vloog de energie direct doorheen de zaal. Wurst Vacation bracht de vaart er moeiteloos terug in, terwijl Walking on Sunshine voor een vrolijke noot in het bloedbad zorgde. Of ja, vrolijke noot… Het is en blijft Ice Nine Kills, dus werd de meezinger omgetoverd tot een macabere mop.
Met Rainy Day, Farewell II Flesh en The Greatest Story Ever Told hield de band het kwaliteitsniveau met speelsgemak vast en bewees ze dat achter al het theatrale geweld nog steeds een bijzonder strakke metalcoremachine schuilgaat. Tussendoor kregen we een tweede covermoment met The Impression That I Get. De heren van Reel Big Fish lieten hun blaasinstrumenten spreken en voor even zagen we de ska-wortels van INK doorschijnen. En dat met opgetrokken mondhoeken bij zowat iedere bezoeker als gevolg.
Visueel bleef het geheel natuurlijk een spektakelstuk van de bovenste plank. Acteurs renden over het podium, wapens kwamen uit alle mogelijke hoeken tevoorschijn en de bloedspetters vlogen tot aan het plafond. Frontman Charnas schakelde tijdens de show moeiteloos van charmante seriemoordenaar naar hysterische slasherkarikatuur terwijl hij niets minder dan toonvast bleef. De nummers begonnen op den duur wel redelijk op elkaar te lijken, maar zijn drang om elke scène net anders te brengen zorgde toch nog voor vernieuwing.
Nummers bleven elkaar opstapelen en op een gegeven moment waren we de tel redelijk kwijt welk cijfertje we zaten. Toch leek er na anderhalf uur een einde aan te komen. Na opnieuw een korte pauze kwam uit het niets de kerstman het podium op. Iedereen weet echter dat die pas mag komen wanneer de Sint het land uit is, dus verscheen al gauw de Goedheiligman om de hoek. Veel goeds had hij echter niet in petto, want onder de mijter bleek de sinistere clown Art te zitten. Na nog een laatste dosis aan bloed, werd A Work of Art als slot ingezet. De band zette alles nog één keer op scherp en trok de laatste registers open. Ook mocht de toetsenist van Creeper nog een zinnetje of vier haar stem laten horen, waarna het dan toch het definitieve einde van de avond werd. Een avond die als theaterstuk moeiteloos op de kleinkunstacademie zou passen, maar muzikaal bruut genoeg bleef om ons eraan te herinneren dat we toch echt in 013 stonden.