De aanloop naar het gezelligste festival van Nederland verliep met wat horten en stoten en mag toch wel verwarrend genoemd worden. Toen in november de eerste namen bekend werden gemaakt, gingen al wat harten sneller kloppen. In februari kwam er nog wat nieuws en toen bleef het een hele tijd stil. In april bleek de headliner waar Fortarock op had gehoopt niet te kunnen spelen en werd Behemoth van de zondag naar de zaterdag geplaatst. Naar mijn mening een terechte headliner wanneer ik op de zaken vooruit ga lopen. De early-birdkaarten zijn meteen niet meer verkrijgbaar maar de mogelijkheid om de kaart van zondag te ruilen voor de zaterdag verloopt vlekkeloos. De laatste week van mei maakt Fortarock bekend dat een tweede persoon gratis mee mag met een betalende bezoeker. Sommigen zijn daar wat verbolgen over omdat de vroege vogels voor het volle (early-bird) pond een kaart hebben gekocht en nu tussen toeschouwers staan die niets of de helft hebben betaald. Voor de organisatie een manier om de omzet tijdens het festival te verhogen en mensen lekker te maken om volgend jaar gewoon zelf een kaart te kopen. Het weer vooraf aan het weekend is niet opperbest maar de vooruitzichten zijn gelukkig goed.

Bij aankomst op het festivalterrein zijn alle scepsis vervlogen. De bewaking is vriendelijk en controleert gedegen en daarna krijg je (zomaar gratis) een programmaboekje met daarin alle benodigde informatie. De programmaboekjes worden door een aantal goedlachse en goedgehumeurde vrijwilligers uitgedeeld. Vrijwilligers die wel in zijn voor een praatje en de gezellige sfeer van het festival uitstralen. Dezelfde vrijwilligers zie ik het hele festival verspreid over het terrein. Bij de uitstekende rolstoelpodia bieden ze een helpende hand en hebben een woordje voor iedereen met een lach op het gezicht. Daarnaast is er een aantal vrijwilligers die er zorg voor dragen dat de rommel op het terrein tot een minimum beperkt wordt (wat door de aanwezigheid van vuilnisbakken ook al gebeurt). Behalve letterlijk mogen al deze vrijwilligers die het festival mede tot een succes maken ook figuurlijk goed in het zonnetje worden gezet.

De veldindeling is ten opzichte van vorig jaar wat anders en wat kleiner wat het ook weer wat knusser maakt. De mainstage en de tent staan naast elkaar en Hank’s Garage staat er tegenover, op zo’n afstand dat je tijdens de diverse optredens geen last hebt van de andere podia. Doordat het programma in Hank’s Garage en de tent synchroon lopen en omdat het genre in Hank’s Garage niet tot mijn verbeelding spreekt, ben ik weinig tot niet in de garage geweest. De keren dat ik wel even ging kijken, was het in en voor de garage wel gezellig druk. En terwijl de programmering in de tent en op de mainstage heel divers te noemen is, vind ik de programmering in de garage wat eentonig en ben van mening dat er in Nederland betere bands te vinden zijn voor deze intieme setting. Maar dat is persoonlijk.

Ik noemde al de grote diversiteit in het programma dat Fortarock extra charme geeft. Bewust is er gekozen voor wat bands die in een wat afwijkend metalgenre spelen, maar wel degelijk kwaliteit leveren. Dit is al jaren zo en biedt een meerwaarde in festivalland. Voor de zaterdag praat ik dan over Ne Oblivicaris, Enslaved en Myrkur. Ne Oblivicaris opent de mainstage vroeg in de middag. De band uit Melbourne is de herfst in het thuisland ontlopen en speelt in een aangenaam zonnetje hun set. Het geluid is in het begin nog wat zoekende naar een juiste balans. De drums zijn wat prominent aanwezig en daardoor is de samenzang in grunt en clean vocals (die daarbij kracht en melodie symboliseren) een beetje teveel naar de achtergrond. Het is mede deze combi in zang dat Ne Oblivicaris aansprekende metal neerzet in een progressieve sfeer. Daarbij zorgt het vioolspel van zanger Tim Charles  voor het folkloristische accent en creëert tevens rust. De bezoeker krijgt een band te zien die technisch sterk is met ruimte voor het basgeluid dat geregeld prominent aanwezig is. Het repertoire van Ne Oblivicaris bestaat uit lang uitgesponnen composities maar houdt de aandacht netjes vast want het publiek blijft geboeid luisteren. Zelfs helemaal aan het eind houdt de band met aanstekelijke muziek de aandacht vast door alle ingrediënten uit het repertoire toe te passen waarbij rustieke folklore (viool en gitaar) afwisselen met metalgrooves en alles wat zich er tussenin bevindt.

Enslaved is één van de vele Scandinavische bands die dit weekend hun kunstje tonen. Halverwege is er, ondanks de warmte, al veel volk in de tent. De set die Enslaved is heel gevarieerd. Ultradonkere blackmetal wordt afgewisseld met melodieuze metal waarin clean vocals de aandacht vragen. Wanneer de band Havenless inzet, een compositie die nimmer op een festival is gespeeld, met de armen wijd in de lucht en de Noorse folkloristische zang de tent in wordt geslingerd, heeft Enslaved laten zien en horen dat je je zeker niet hoeft te beperken tot een hokje. Want de folklore in Havenless is tevens gezegend met een heerlijke zware groove die het geheel naar een hoger niveau tilt. Ik moest even wennen aan dit Noorse gezelschap, maar het optreden gaat razensnel voorbij. De band eindigt met The Sacred Horse dat uit 1992 stamt. Het is nog altijd heel relevant en menig handje in de tent gaat omhoog. En het is niet alleen de schaduw in de tent die ervoor zorgt dat het stampensvol mensen blijft.

Myrkur wordt aangekondigd als een unieke entiteit in het blackmetallandschap en daar is niets aan gelogen. De blaadjes aan de microfoonstandaard verraden al een andere sfeer. De zware blackmetalbasis wordt aangevoerd door de sirenezang van Myrkur. De zangeres lijkt voort te zijn gekomen door een verbond tussen Lucifer en Enya. Haar stem draagt ver en is loepzuiver en doet me denken aan de Cocteua Twins maar dan zwaar versterkt. De overige bandleden zijn uniform gekleed en dat is een detail dat aanspreekt. Fortarock gaat voor mij met Myrkur ver buiten de gebaande paden en dat lef siert de organisatie sterk. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd is van Myrkur maar zoveel anderen wanen zich verbonden met het geluid dat neergezet wordt op de mainstage.

In de tent is het daarnaast ideaal wanneer je van zwaargewichten houdt. Het Zweedse God Mother bijt de spits af. We zijn meteen wakker en daar zorgt zanger Daniel Noring zeker voor. Hij springt al gauw over de omheining om tussen het publiek zijn kunsten te vertonen. Eén daarvan is de band voorzien van zang, maar limbodansen, paalklimmen en radslagen komen ook voorbij. Hij is enthousiast bezig terwijl de rest van de band zich uit het zweet werkt. Daniel laat zich nog even door het aanwezige publiek door de tent heen dragen en zijn acties zorgen ervoor dat iedereen daar aanwezig het enorm naar zijn zin heeft. Verder krijgen we zware stroperige metal voorgeschoteld met Monolord. Muzikaal zijn een groot aantal mensen getuige van de stoner doom met licht psychedelische intro’s die zeker overeenkomsten vertoont met de oude Black Sabbath. De zang komt bij Monolord niet goed tot zijn recht, maar ik kan me niet voorstellen dat het aan het geluid ligt dat voor de rest op het festival goed neergezet wordt. Uncle Acid and the Deadbeats trekt een gitaarmuur op waartegen het rauwe, stevige geluid van de band wordt gepleisterd. Hoewel de liefhebbers in de tent komen voor een portie metal zet Uncle Acid and the Deadbeats een geluid neer dat ook geregeld een bluesyinslag kent. Aan het begin van de avond mag Cult Of Luna het publiek in de tent vermaken. De hoeveelheid mist/rook op het podium zorgt wel voor een lichte maansverduistering. De postmetalband heeft met het aantal gitaren op het podium de ingrediënten om eveneens een flinke gitaarmuur op te bouwen. Opvallend bij de band is de aanwezigheid van twee man die de percussie voor hun rekening nemen en door dit tweespel is Cult Of Luna mooi in staat om subtiele ritmes/accenten in het geluid te verweven. De zang is bij Cult Of Luna van minder belang dan de muzikale ervaring waarbij postmetalmantra’s door de repeterende muziekstukken menigeen in een trance kan doen laten verdwalen. Je wordt alvast niet afgeleid door de muzikanten, want die zoeken nagenoeg geen contact met het publiek. Dat Cult Of Luna interessant is om naar te luisteren komt mede door de afwisseling waarbij het zware karakter afgewisseld wordt met uiterst dansbare ritmes.

Hoewel de programmering sterk neergezet is, zijn er toch de bands die er met kop en schouders bovenuit stijgen. Een voorbeeld hiervan is Bloodbath die de avond in de tent afsluit. De band doet wat er verwacht wordt van hen. Als een wals komt het geluid van de band over je heen. De band blijft ergens ondefinieerbaar. Is het een band bestaande uit leden van Katatonia, Opeth en Paradise Lost of een project of praten we inmiddels over een instituut. Nick Holmes van Paradise Lost is niet de eerste zanger van de band, maar doet al wel weer geruime tijd mee. Vanavond is hij goed bij stem en gekleed in driedelig pak. We kennen hem al als gentleman via zijn uitspraak; vandaag is hij daarin ook qua kleding geslaagd. De klassieke deathmetal pakt goed uit en het befaamde Eaten sluit het optreden af met “My one desire, my only wish is to be eaten”. Zover komt het gelukkig niet, maar het publiek eet daarentegen wel uit zijn handen.

De jongens van Atreyu zijn ook niet gering, maar staan vrij vroeg op het hoofdpodium geparkeerd. De band uit Californië had bijna de oversteek niet gemaakt door ziekte (hernia) van zanger Alex Varkatzas. Alles afgewogen vond de band dat ze geen verstek konden laten gaan. Gekeken werd naar vervangers, maar daar was het te kort dag voor. Besloten werd dat drummer/zanger Brandon Saller als frontman zou fungeren en dat bassist Porter McKnight de screams voor zijn rekening zou nemen. Hierdoor krijgt het publiek (met uitzondering van drummer Kyle Rosa) toch een 100% Atreyu op de planken. De Amerikanen worden aangekondigd als metalcorespecialisten, maar het aandeel metalcore is niet heel groot. De muziek van Atreyu is vooral easy en is uiterst geschikt als festivalband. Ze krijgen het publiek dan ook snel mee met hun aanstekelijke sound die ergens de groove bevat van Five Finger Death Punch en het karakter van Papa Roach. Een combinatie die ervoor zorgt dat de eerste circlepit ontstaat. Natuurlijk is de setlist gevuld met nummers van het laatste en zevende album In Our Wake. Zo maakt het publiek kennis met Anger Left Behind en de single House Of Gold. De cover You Give Love A Bad Name van Bon Jovi vind ik een beetje een domper, maar de afsluiter Blow van het album Lead Sails Paper Anchor maakt het feestje wel af met een goede portie f*cking rock and roll.

Niet alleen Atreyu heeft een klein probleempje met drummers. De eerste headliner voor mij, Amorphis, heeft te kampen met een zieke Jan Rechberger. Kort voor het weekend blijkt hij plotseling niet in staat te zijn om de concerten dit weekend te doen. De band vindt een vervanger in Paradise Lostdrummer Waltteri Vÿrynen die maatje Nick Holmes hier tegenkomt natuurlijk, maar vooral een indrukwekkende indruk achterlaat door zijn spel. Met Amorphis heeft Fortarock een trekker van formaat kunnen strikken en de band is populair. Zanger Tomi Joutsen is goed bij stem en overtuigt in de grunts en de clean vocals. Opvallend is zijn ontwikkeling in de afgelopen jaren. Een aantal jaar geleden was hij een goede (nieuwe) zanger maar ontbrak het een beetje aan interactie. Vanmiddag merk ik duidelijk een voorman in Tomi die toegankelijker en meer extravert is op het podium. Dat heeft effect op het publiek dat enthousiast reageert op een uitstekend gespeelde set waarbij het laatste album Queen Of Time natuurlijk langs komt. De discografie van Amorphis is ondertussen zo groot en de muziek is al decennia van ongekende kwaliteit, waardoor ook het oudere werk met open armen wordt ontvangen. De samenzang in Sky Is Mine is erg goed en met Sacrifice en Silver Bride zet Amorphis het melodieuze metalfeestje voort. Black Winter Day uit 1994 is geen onbekende voor het publiek en de favoriet House Of Sleep maakt het helemaal af en mag Amorphis trots het podium verlaten.

Waar ik me, en velen met mij, wel ontzettend aan kan storen bij het optreden van Amorphis is het oeverloze geouweh*** van mensen om me heen. De muziek van Amorphis leent zich er uitstekend voor om te luisteren, om te beleven en dan kan ik me enorm storen aan dat geklets. Het veld is toch groot genoeg om ergens achteraf lekker te babbelen met elkaar. Hoef je ook niet zo te schreeuwen om elkaar te verstaan. Maar dit even terzijde.

De volgende publiekstrekker (hoewel de Gelderlander het niet met mij eens is) is Children Of Bodom. Wederom een Finse band en een band die en vaste fanschare heeft opgebouwd in de afgelopen 26 jaar. De band rond gitarist en zanger Alexi Laiho heeft net het nieuwe album Hexed uitgebracht waarover wij schreven: “COB verzaakt op Hexed geen moment. Het karakteristieke geluid van de band wordt op smaak gebracht met de vele aantrekkelijke ingrediënten waarin de keyboard en gitaar een metaldans walsen en waar het drumgeluid opzweept en krachtig de snelheid hoog houdt.” Dat maakt de band live ook waar. De setlist is een mix van oud en nieuw en daarin zitten natuurlijk een aantal favorieten zoals Are You Dead Yet? Het kenmerkende geluid van Children Of Bodom wordt netjes en strak neergezet voor een groot aantal liefhebbers. De band walst er met alles overheen tot groot genoegen. De tussenstukken tussen de composities zijn gevuld met geluid en/of samples die een compositie op die manier netjes  inleiden waarna de ontlading ervoor zorgt dat het continu onrustig blijft vooraan. Children Of Bodom levert al jaren albums af met een kenmerkend geluid en van hoogstaand niveau en tonen voor de zoveelste keer dat ik ze nu zie dat er absoluut geen sprake is van slijtage.

De machine die eveneens goed geolied steeds maar weer beter gaat functioneren is het Poolse Behemoth. Eerst geprogrammeerd op de zondag werd in februari bekend dat ze de zaterdag zouden headlinen. Niemand die daar rouwig om is. Sterker, Behemoth is op dreef en behoort tot dé headliners van het moment met een fascinerende show waar menig collega een puntje aan kan zuigen. De combinatie van intense black-/deathmetal, vuur, rook en vooral vier uitstekende spelers maken iedere show van Behemoth tot een belevenis, tot een ervaring waar je nog maanden/jaren over kunt praten en kunt dromen. Het is juist zo fijn om Behemoth in de duisternis te mogen aanschouwen en het is eindelijk tijd voor een fikse portie vlammenwerpers. De show van Behemoth is tot in de puntjes geregeld en met de kinderstemmen uit de compositie Solve wordt de spanning opgebouwd die tot een uitbarsting komt met de eerste akkoorden van Wolves Ov Siberia dat afkomstig is van het laatste album I Loved You At Your Darkest. Een album dat sterk in het verlengde ligt van The Satanist, maar daarnaast ook meer toegankelijk is. Natuurlijk wordtook het prachtige Bartzabel gespeeld. De favorieten Ov Fire And The Void, Blow Your Trumpets Gabriel en Conquer All passeren de revue en dat allemaal strak gespeeld met vier krachtige muzikanten die als personage het publiek meenemen op hun metaltrip. Daarbij ondersteund door de nodige visuele elementen die het optreden van Behemoth tot een ervaring maken en zich sterk onderscheiden van andere bands.

Behemoth deelt op Fortarock wederom een neurologische mokerslag uit. Zo’n mokerslag waar iedere metalfan van droomt en waarmee Fortarock de eerste dag waardig afsluit. Een dag met uitersten, met heel veel gezellige mensen, vriendelijke en behulpzame vrijwilligers en vooral met kwalitatief goede metal gespeeld door muzikanten die weten hoe ze én een publiek moeten bespelen én hoe ze mensen muzikaal kunnen bekoren. Dag één is meer dan geslaagd. Concluderend dat je voor deze prijs een dozijn concerten van kwaliteit voorgeschoteld krijgt. Dat is de echte koopkrachtverbetering.

Foto’s: Monica Duffels